Meer debat met resultaat. Via
uitwisseling van kennis/ervaring; wegen alternatieven en argumenten NAAR
heldere en innovatieve standpunten. Voorstel voor vervanging van de AR door
goed georganiseerd en gefaciliteerd debat op
initiatief van en voor en door de leden van D66 (en mensen er buiten).
De core-business van een politieke partij is
het verwerven van invloed op inrichting en werking van de maatschappij.
Er zijn partijen die dat doen vanuit een ideologie. D66 doet dit vanuit de
gedachte dat ieder in staat moet zijn en de mogelijkheid moet hebben invloed te
nemen. Daarvoor moeten de juiste voorwaarden gecreëerd worden. Ieder heeft de
keuze mee te doen of niet.
D66 moet zorgen dat er beter functionerende, voorwaarden gecreëerd worden om
leden (en anderen) in staat te stellen invloed uit te oefenen op de in te nemen
politieke standpunten. Niet alleen als deze al zijn ontwikkeld (toetsen), maar
vooral daaraan voorafgaand, tijdens de meningsvorming (probleemformulering,
inventarisatie en analyse van mogelijkheden/ideeën en voors/tegens, conclusie).
Voor het toetsen kunnen middelen worden gebruikt als bijvoorbeeld de
middelen interne referenda, het gebruik van stellingen (bv
via D66-site) en internet-discussiefora. Hoewel de
ervaring leert dat die erg beperkt zijn in hun bereik.
Voor invloed tijdens de ontwikkeling van meningen is een mix nodig van
werkelijke en virtuele wereld in een vorm die aansluit op doel en onderwerp van
meningontwikkeling (of toetsing).
In alle gevallen moet er voldoende publiciteit worden gegeven zodat leden
weten dát men kan participeren en waar en wanneer dat kan én voldoende
publiciteit aan de resultaten (alternatieven en standpunt).
Het moet ook niet een vrijblijvende discussie zijn./ De politieke
vertegenwoordigers in TK en EK en EU dienen concreet aan te geven óf en zo ja
hoe en of zij niet en waarom niet gebruik maken van de ontwikkelde ideeen en standpunten.
De huidige mogelijkheden voor het beinvloeden van
politieke meningsvorming zijn te beperkt of werken niet. Dat moet anders. Wij
willen een kleine groep van mensen (4 of 5) waar mensen ondersteuning kunnen
vragen bij het vorm geven en realiseren van een debat
in D66. Wij noemen dat een platform. Het platform D66 heeft als missie:
“Invloed uitoefenen
op politieke stellingnamen van D66”
Doelen:
1.
Een platform dat D66 in staat stelt om haar standpunten mede te baseren op wat
leden willen, vinden en weten;
2. Een platform, waardoor D66 in staat
wordt gesteld goed voeling te houden met ‘wat er leeft in de maatschappij’;
3. Versterken van gevoel van verbondenheid van
leden bij D66.
Doelgroepen:
De missie leidt tot drie doelgroepen zijn van het platform, te weten:
a.
Politieke partij Democraten 66
b. politieke
vertegenwoordigers van D66 in vooral EP, EK, TK;
c.
leden en anderen (potentiële leden en deskundigen).
Een politieke partij is onder andere gericht op het verwerven / ontwikkelen
van ideeën voor een zinvolle, effectieve organisatie van onze samenleving.
Vooral voor een partij als Democraten 66 is de kwaliteit gelegen in een heldere
analyse van vraagstukken, maatschappelijke ontwikkelingen en in
oplossingsrichtingen die niet zijn gebaseerd zijn op ideologieën en dogma’s.
D66 is gebaat bij een structuur waarbinnen het ‘vrijdenken’ wordt gestimuleerd.
Het spreekt voor zich dat de raadpleging en/of meningvorming goed
georganiseerd moet worden enerzijds terwijl er een monitoring
op kwaliteit van de dialoog en de voortgang (indien er sprake is van een deadline)
gewenst is anderzijds. Ingesloten een notitie, gemaakt door enkele leden van de
vorige AdviesRaad met een uitgewerkt voorstel. Wat
ons betreft vervangt een dergelijk platform de AdviesRaad.
Theo Veltman (www.theoveltman.com)
---------------------------------------------------------------------------------------------
INLEIDING
In
de AR van 15 april 2002 is gesproken over voortzetting van de AR. Twee groepen
bespraken de mogelijkheden voor respectievelijk:
Beide
groepen hadden de opdracht in te gaan op: doel, functie, middelen en organisatorische
vormgeving.
In
het volgende een weergave van wat is besproken in de groep b (iets anders dan
AR ofwel: ‘think from scratch’), waarin deel namen: Alex Hijgenaar; Cees
Slottje; Leo de Graaf; Elly Visser, Frits vd Schans, Jan Bijne, Otto Magel en
Theo Veltman.
De
inhoud qua strekking tevens ondersteunt door: Peet vd Loo; Catherina de Leur,
Paul Menting, Erich Helfferich.
UITGANGSPUNT
De core-business van een
politieke partij is het verwerven van invloed op inrichting en werking van de
maatschappij.
Er
zijn partijen die dat doen vanuit een ideologie. D66 doet dit vanuit de
gedachte dat ieder in staat moet zijn en de mogelijkheid moet hebben invloed te
nemen. Daarvoor moeten de juiste voorwaarden gecreëerd worden. Ieder heeft de
keuze mee te doen of niet.
Voor
de partij D66 betekent dit onder meer dat het wenselijk is te zorgen dat
voorwaarden gecreëerd worden om leden in staat te stellen invloed uit te
oefenen op de in te nemen standpunten, zowel in de meningsvorming
(probleemformulering, inventarisatie en analyse van mogelijkheden/ideeën en
voors/tegens, conclusie) als bij het toetsen van standpunten die men in wil
gaan nemen. In het laatste geval liggen bijvoorbeeld de middelen interne
referenda, het gebruik van stellingen (bv via D66-site) en
internet-discussiefora voor de hand. In het eerste geval zijn andere
mogelijkheden nodig en gewenst. In alle gevallen moet er voldoende publiciteit
worden gegeven zodat leden weten dát men kan participeren en waar en wanneer
dat kan.
Voorgaande
leidt tot een belangrijk uitgangspunt voor het gesprek:
Het
spreekt voor zich dat de raadpleging en/of meningvorming goed georganiseerd
moet worden enerzijds terwijl er een monitoring op kwaliteit van de dialoog en
de voortgang (indien er sprake is van een deadline) gewenst is anderzijds.
Voorgaande
punten zijn onzes inziens van belang in het algemeen en gelden niet specifiek
voor wat wij in het vervolg uitwerken als alternatief voor de huidige AR. Het
debat op zichzelf is minstens zo belangrijk als het resultaat. Vormgeving
(regels) aan een debat mag niet ten koste gaan van betrokkenheid en binding van
leden bij een debat en bij de partij. Teveel regels betekent ook teveel gebrek
aan ruimte voor een debat.
MISSIE,
DOELEN & DOELGROEPEN ORGANISATIE TOV MENINGVORMING/-TOETSING IN D66
Wij
willen een organisatie, bestaande uit leden van D66 die beslissen deel te nemen
aan een debat, discussie of toetsing en een kleine, vaste kerngroep die
organiseert en faciliteert. Wij noemen dat een platform. Het is ingericht op:
Missie:
“Invloed uitoefenen op politieke
stellingnamen van D66”
Doelen:
1. Een platform dat D66 in staat stelt om haar standpunten mede te baseren
op wat leden willen, vinden en weten;
2. Een platform, waardoor D66 in staat wordt gesteld goed voeling te
houden met ‘wat er leeft in de maatschappij’;
3. Versterken van gevoel van verbondenheid van leden bij D66.
Doelgroepen:
De
missie leidt tot de constatering dat er drie doelgroepen zijn van het platform,
te weten:
Een
politieke partij is onder andere gericht op het verwerven / ontwikkelen van ideeën
voor een zinvolle, effectieve organisatie van onze samenleving. Vooral voor een
partij als Democraten 66 is de kwaliteit gelegen in een heldere analyse van
vraagstukken, maatschappelijke ontwikkelingen en in oplossingsrichtingen die
niet zijn gebaseerd zijn op ideologieën en dogma’s. D66 is gebaat bij een
structuur waarbinnen het ‘vrijdenken’ wordt gestimuleerd.
De
tweede doelgroep vooral omdat de resultaten van de meningontwikkeling of
raadpleging leidt tot adviezen, moties en/of meningen en feiten waar zij
gebruik van kunnen maken.
Er
is geen last of ruggespraak en dus zijn politieke vertegenwoordigers gerechtigd
adviezen, moties ed naast zich neer te leggen. Wél moeten zij de verplichting
aangaan (vast te leggen bij kandidering) dat zij aangeven óf zij een advies of
motie resp opvolgen of hebben uitgevoerd en wat zij hebben gedaan ofwel dat zij
dit niet hebben gedaan met redenen.
De derde
doelgroep is enerzijds informatieverstrekking over meningen en voors/tegens;
standpunten en resultaten van getoetste standpunten alsook over het gebruik dat
politieke vertegenwoordigers er van hebben gemaakt en anderzijds is dit de
doelgroep die gestimuleerd zal worden deel te nemen.
Het
spreekt voor zich dat politieke vertegenwoordigers ook kunnen participeren in
de meningvorming of toetsing. Zij zijn immers ook lid van D66.
Mensen
die geen lid zijn kunnen gevraagd worden inbreng te leveren vanuit hun
deskundigheid. Het is verder denkbaar dat er gelegenheden zijn waar iedereen
kan participeren, lid of geen lid (bv discussieforum op Internet).
FUNCTIE,
AGENDABEPALING EN WAARMEE
Het
is de functie van het platform beschikbaar te zijn als instrument voor
raadpleging van of georganiseerde dialoog met geestverwanten, waar mogelijk
vooruitlopend op de actualiteit.
De
agenda van
de meningvorming of de toetsing wordt samengesteld op basis van vraagstukken
die worden aangereikt door politieke vertegenwoordigers van D66 en/of leden van
D66.
In
een later stadium moet bezien worden of en, zo ja, op welke wijze de
agendabepaling voorwaardelijk is (bijvoorbeeld indien tenminste 25 leden of een
regio of een afdeling van D66 dit aanvraagt).
Reikwijdte: regio overschrijdende of
landelijke issues. Het betreft:
Verzamelnaam
is: dialoog of debat.
De
middelen:
Elke
middel is mogelijk: Internet; referendum via Internet en/of post; enquêtes;
Lagerhuis dialoog; nichemeetings op congres D66; één of meer bijeenkomsten
zonder of met een specifieke opdracht (bv om iets uit te zoeken of te
concretiseren) van uitgenodigde, op het onderwerp deskundige, zeer betrokken of
voor die dialoog door de regio afgevaardigde leden; één of meer open
bijeenkomsten (bv dialoog over onderwijs op 9 april jl in Den Haag), een
combinatie van middelen e.d.
De
middelen worden flexibel ingezet, afhankelijk van onderwerp, vraagstelling en
gewenste resultaat (w.o. toets, inventarisatie meningen en argumenten en
bekende feiten, meningvorming annex standpuntbepaling) met het doel te komen
tot een efficiente en effectief dialoog van voldoende kwaliteit waar elk lid
van D66 die dat wil, inbreng kan leveren.
In
een later stadium moet bezien worden of het wenselijk is om enkele voorbeelden
uit te werken voor een goede inzet van middelen. Verder wordt opgemerkt dat het
nuttig is de opiniepagina’s goed te volgen, zodat er aangehaakt kan worden waar
dat nuttig lijkt op actuele onderwerpen. Het spreekt voor zich dat het net zo
nuttig is te proberen om een resultaat van een debat in een opiniërend artikel
over het voetlicht te brengen.
Wanneer
is een resultaat van gesprek, debat, toetsing relevant?
De
vraag moet gesteld of elk georganiseerde dialoog of toetsing dezelfde waarde
heeft voor gekozen vertegenwoordigers. Immers als er 10 leden hebben meegedaan,
moet je dan het resultaat serieus nemen als zijnde ‘wat er in de partij leeft’?
Allereerst:
de gekozen vertegenwoordigers maken uit wat zij met een advies willen doen. Wij
nemen aan dat een advies serieuzer wordt genomen naarmate er meer leden achter
staan.
Dan:
als een relatief kleine groep leden met elkaar hebben gedebatteerd, wat staat
hen dan in de weg om een motie in te dienen op het congres waarin verwerkt het
resultaat van dat debat? Een door het congres vastgestelde motie wordt geacht
een serieuze input te zijn voor gekozen vertegenwoordigers.
Het
valt te overwegen om als volgt te werken:
Relatie
met andere groepen in D66:
Het
platform is een mogelijkheid tot georganiseerde meningvorming in de partij,
partijbreed. De werkgroepen van de SWB, het congres, afdelingvergaderingen,
regiovergaderingen etc etc zijn andere mogelijkheden.
Het
congres kan gebruikt worden om een resultaat van een debat in de vorm van een
motie voor te leggen en zonodig aldus te legitimeren, indien overgenomen door
het congres. De werkgroepen SWB hebben specifieke deskundigheid die benaderd
kan worden en ingezet in debatten. Debatingclub
en opleidingsinstituut kunnen worden benaderd indien het goed lijkt om mensen in
de gelegenheid te stellen vaardigheden te ontwikkelen aan het begin van een
debat.
Deze
opsomming is niet uitputtend, geeft aan dat het platform een eigen functie
heeft, maar niet op zich staat. Het platform heeft enige kennis en
deskundigheid en enkele middelen ter beschikking om debat, toetsing ed te
faciliteren en legt periodiek verantwoording af.
ORGANISATORISCHE
VORMGEVING
Het
is wenselijk dat er een goede organisatie van de meningvorming, toetsing en dat
de (financiële) middelen goed worden ingezet.
Het
is verder wenselijk dat de leden en politieke vertegenwoordigers van D66 een
duidelijk aanspreekpunt hebben voor vraagstukken die zij aan de orde willen
stellen in de partij. Het is daarnaast wenselijk dat de toetsing en
meningvorming gevolgd worden op voortgang en kwaliteit proces (bv kan ieder die
dat wil inbreng leveren en wordt daar iets mee gedaan of is er iemand of een
groep die een en ander overheerst of wil beïnvloeden op onoorbare wijze). Het
is tevens gewenst dat de deskundigheid die in D66 aanwezig is wordt
gemobiliseerd wanneer dat nodig is of wenselijk is. Temeer omdat er veel
deskundigheid is in D66 over specifieke onderwerpen, zowel wetenschappelijke)
onderzoekers als ervaringsdeskundigen.
De faciliterende
organisatie moet klein zijn zodat deze overzichtelijk en slagvaardig is,
terwijl het beslag op schaarse (vrijwillige) capaciteit beperkt wordt. Het is
wenselijk dat deze organisatie bestaat uit mensen die verstand hebben van
organisatie van dialoog en die in staat zijn afstand te nemen en te houden van
de inhoud van een dialoog.
Aldus
komen we tot een kleine kerngroep (4-5 mensen) die:
De
groep heeft administratieve ondersteuning nodig alsook ondersteuning om de
Website te vullen met bijvoorbeeld: aankondigingen, lopende
raadplegingen/meningvorming, resultaten van eerdere dialogen. Daarnaast zijn
mogelijk financiële middelen nodig om bijvoorbeeld poststemmingen (referendum)
te kunnen houden. Dit dient nader te worden uitgewerkt. Het spreekt voor zich
dat het moet passen bij de reeds afgesproken regels voor interne referenda.
RISICO’S
Enkele
risico’s liggen voor de hand, te weten:
Ad A: beïnvloeding door de
kerngroep:
dit kan gebeuren. Indien er echter een aantal goede checks and balances wordt
ingebouwd is de kans klein dat dit gebeurt zonder tijdig gesignaleerd te
worden. We denken aan:
Ad B: te duur, teveel: we kunnen maar zoveel als we kunnen binnen de
mogelijkheden van mensen en de (financiële) middelen. Veronderstel het loopt
storm: wie stelt dan de prioriteiten? Vooralsnog stellen wij voor dat de
kerngroep indien er teveel aanvragen zijn aan de regio’s vraagt om aan te geven
waar zij de prioriteit zouden willen leggen. De grootste gemene deler van de
antwoorden is de basis voor de stellen prioriteiten. Uiteraard informeert de
kerngroep de regio’s over de door regio’s aangeleverde prioriteiten en het
resultaat.
Vervolgens
wordt uitgevoerd wat kan, passend binnen de beschikbare financiële middelen.
Ad C: ingewikkeld en
onoverzichtelijk: zie hiervoor. Toegevoegd wordt dat er in het uiterste geval een
wachtlijst kan ontstaan. In dat geval dient de kerngroep een voorstel te doen
aan het congres om zonodig extra (financiële) middelen vrij te maken om de
wachtlijst te bekorten. Men moet dan tevens aangeven welke andere activiteiten
van D66 dan niet kunnen. Het congres is dan in de gelegenheid aan te geven waar
men het accent wil leggen.
Ad D: er wordt niets gedaan
met resultaten:
Het wezen van adviezen is dat de geadviseerde die naast zich neer kan leggen.
Het wezen van dor het Congres aangenomen moties aan politieke
vertegenwoordigers is dat die deze niet hoeven uit te voeren.
Wél
is het noodzakelijk dat helder is waarom men er niets mee doet, net zoals het
wenselijk is dat het wordt aangegeven indien men er wél wat mee doet en dan in
concrete, toetsbare termen.
Niets
is zo demotiverend dan het gevoel te hebben dat je voor de vorm tijd en energie
besteedt. Dan houdt participatie echt snel op. In D66 is men beleefd, men zal
het niet zeggen. Het reservoir aan vrijwilligers neemt af. Dit is dus een
belangrijke voorwaarde.
AFRONDING
Natuurlijk zijn in het voorgaande niet alle vragen
beantwoord. Ook zijn niet alle risico’s benoemd. Met name de inhoudelijke
voorstellen om de risico’s te ondervangen zijn een aanzet tot denken. Hier is
verdere bezinning gewenst.
Voor
ons, de commissie ‘scratch’ van de AR, is de taak volbracht: er ligt een schets
van een mogelijk alternatief voor de AR waar optimaal gebruik wordt gemaakt van
inbreng van leden en van bestaande groepen als bijvoorbeeld SWB, terwijl er
tevens sprake is van een flexibele, slagvaardige organisatie waar regio’s
inbreng kunnen hebben.
Essentieel
is dat de kerngroep niet ‘van het LB’ is, maar van de leden.
Rest
ons thans de Commisssie Kohnstam succes te wensen bij de verdere uitwerking.
Amsterdam,
30
april 2002