7
september 2002
Dit pamflet wil een
bundeling zijn van ideeën die rezen in of naar aanleiding van discussie gevoerd
in het kader van het platform ‘Ongehoord.Net’. We willen een partij in beweging, die voortdurend luistert en leert.
We willen een partij die verbindingen legt, intern maar ook extern. We willen
een partij die open is in het ontwikkelen van haar visie, en actief in het
uitdragen er van. We willen een partij die uitnodigt, soms provoceert, maar ook
doordenkt en doorwerkt.
Wij zijn van
mening dat eerdere voorstellen, gedaan na het verkiezingsechec, mogelijk het
hoofd koel hielden maar de vuist niet altijd op de juiste tafel wisten te
planten. Wij wensen een partij met een kloppend hart die de kaarten op tafel
weet te leggen. Hoewel ook wij mede met
organisatorische kaarten komen menen we dat vooral aandacht voor de inhoud en
onze positionering ons weer op het juiste spoor kan brengen.
De beweging
Ongehoord
Ongehoord is een platform binnen D66 en vormt een beweging die ontstaan is naar aanleiding van de teleurstellende verkiezingen in 2002. Het wordt gevormd door leden, die zowel actief zijn op landelijk als lokaal niveau. Het platform staat open voor alle leden van D66, die een actieve bijdrage willen leveren aan de broodnodige vernieuwing van de partij.
Na een eerste bijeenkomst op 2 juni is op 23 juni het platform formeel opgericht, en vervolgens heeft op 14 juli de derde bijeenkomst plaatsgevonden. Naast leed- en rouwverwerking wordt vooral gekeken naar de toekomst. Aan de bijeenkomsten wordt door een ieder actief meegedaan middels opsplitsing in werkgroepen, die bepaalde thema’s nader belichten en uitwerken. Een cultuur van levendig debat is tot op de huidige dag aanwezig, naast de bijeenkomsten ook via legio contacten en via de website www.ongehoord.net
In het platform overheerst een “sense of urgency” dat D66 niet zo door kan gaan. Gedurende de paarse jaren zijn we een zonder meer loyale regeringspartner geweest maar vergaten we datgene te doen wat voor een politieke partij van levensbelang is: het blijven voeren en aanjagen van het debat, in de kamer, in de partij en in de samenleving. De vooruitzichten zijn zelden zo slecht geweest. Landelijk zijn we van de vierde politieke partij gedaald naar de zevende partij. We zijn de kleinste van de vier partijen ter linker zijde van het politieke spectrum en worden bovendien teveel gezien als middenpartij en te weinig als alternatief voor de conservatieven en de socialisten. Het zijn van oppositie partij leidt niet automatisch tot winst bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen. Op lokaal niveau is de klap niet minder hard aangekomen, en we zijn niet of nauwelijks meer in colleges vertegenwoordigd. We leveren nog maar zo’n 2% van de wethouders.
Het platform is een duidelijk voorstander van het verbinden van de lokale en landelijke politiek. Het zijn nu nog teveel twee gescheiden werelden, die volledig langs elkaar heen werken. Wanneer we kijken naar de thema’s die de afgelopen verkiezingen hebben bepaald, Veiligheid, Gezondheid, Onderwijs en Integratie, dan zijn dit zowel landelijke als lokale thema’s.
Verder is er binnen het platform het algemene gevoel dat de interne democratisering binnen de partij moet worden versterkt. Op papier is het allemaal prima geregeld (one man one vote), maar de uitvoering laat veel te wensen over. Wanneer we de interne discussie binnen de partij met 12.000 leden al niet goed weten te voeren, dan kunnen we ons al helemaal niet richten op de hele Nederlandse stemgerechtigde bevolking.
Alvorens nieuwe wegen in te slaan, ontkomen we niet aan een analyse van de huidige situatie van de partij.
Het heeft de afgelopen acht Paarse jaren ontbroken aan een duidelijke beeldvorming en een scherpe profilering. Het heeft ontbroken aan ideeën. Meer dan andere partijen hebben we een moeilijke relatie met de macht en regeringsverantwoordelijkheid.
Thom de Graaf gaat zelfs zover dat hij het zijn van volksvertegenwoordiger in de oppositie beschouwt als een totaal nieuw vak ten opzichte van de afgelopen jaren, waar mede verantwoordelijkheid werd gedragen voor het kabinetsbeleid.
We zijn nu in de gelegenheid om een vrije en onafhankelijke koers te varen, en moeten van deze kans optimaal gebruik maken.
We zullen thema’s consequent moeten uitwerken en radicaal moeten neerzetten. We moeten weer terug naar de genuanceerde partij met radicale oplossingen, en aan dat laatste heeft het de afgelopen acht jaar vooral ontbroken.
Bestaansgrond
De vraag naar de bestaansgrond is een terugkerende discussie binnen en buiten D66. Medeoprichter Van Mierlo stond voor democratisch radicalisme. De periode Terlouw kan worden gekenmerkt door “het redelijk alternatief” en hij trachtte de partij in een eigen traditie te plaatsen met aandacht voor milieu, sociale vraagstukken en technologie. Midden jaren tachtig kwam Van Mierlo terug waarbij de politieke vernieuwing weer voorop stond.
De groep Opschudding weet de partij een ondertitel te geven, en vanaf 1998 heten we sociaal-liberaal. Het landelijk verkiezingsprogramma “Toekomst in eigen hand” geeft een nadere inhoudelijke vertaalslag van het predikaat sociaal-liberaal, waarbij het zelf kunnen kiezen en de nieuwe overheid centraal staan. Een overheid die niet alles tot de laatste komma centraal probeert te regelen, maar een overheid die meer als regisseur optreedt, en zich beperkt tot financiering, toegankelijkheid en kwaliteit. Ook in het project Sociaal-Liberale Perspectieven van het wetenschappelijk bureau worden een aantal thema’s nader uitgediept en voorzien van een sociaal-liberale oplossing.
Met de inbedding in het sociaal-liberalisme heeft D66 een tweede reden van bestaan. Deze tweede reden vervangt niet de eerste, maar de eerste gaat er in wezen in op. Het ontplooiingsliberalisme stelt de vrije maar verantwoordelijke mens centraal. Eigen verantwoordelijkheid in een sociale context. Het wil de mens, in gelijkwaardigheid tot elkaar, invloed geven op het leven en de maatschappij. Voor dat laatste is openheid en democratie noodzakelijk en daardoor wordt de oorspronkelijke bestaansgrond ook onderdeel van het sociaal-liberalisme.
Het is van belang om de oude kroonjuwelen te nuanceren. Doordat hier al meer dan 35 jaar voor wordt gestreden dreigt het middel tot doel verheven. Waar het feitelijk om draait is daadwerkelijke democratisering, en een grotere betrokkenheid van mensen betreffende zaken in hun directe leefomgeving. Dit kan niet alleen worden bewerkstelligd door institutionele hervormingen.
Wanneer de voorgestane hervormingen, waarbij de gekozen burgemeester nu zelfs in een centrum rechts kabinet werkelijkheid lijkt te worden (we worden rechts ingehaald), ooit allemaal gerealiseerd zouden worden, dan betekent dit niet het einde van de partij.
Concrete
voorstellen
Naar de mening van Ongehoord draait alles om de inhoudelijke koers en positionering. We geloven niet dat discussie rond personen of herstructurering van de interne partijstructuur de aangewezen weg is tot herstel. Dit vormt een zinloze energiebesteding aan herschikkingen en herbenoemingen, waarbij de aandacht teveel intern gericht is.
Om D66 weer duidelijk op de kaart te zetten, komen we met de volgende voorstellen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen inhoud/strategie en organisatie. Dit onderscheid is niet helemaal scherp te maken want het draait binnen een politieke partij om de organisatie van het inhoudelijk debat. De voorstellen worden voorzien van een nadere toelichting.
We moeten ons duidelijk neerzetten als sociaal-liberalen, een aparte politieke hoofdstroming naast de drie traditionele politieke stromingen, de sociaal-democratische, de christelijke en de conservatief-liberale.
We zijn al lang niet meer slechts een beweging maar een politieke partij, die het sociaal-liberalisme vertegenwoordigt. Sociaal-liberaal vormt een eigen stroming, en is veel meer dan een brugfunctie tussen sociaal en liberaal.
De ondertitel
sociaal-liberaal dient consequent in woord en geschrift uit te worden gedragen.
Het predikaat sociaal-liberaal is niet voor eigen intern gebruik, maar vooral om naar buiten te dragen. Dit wordt onvoldoende gedaan. Zo komt in de laatste verkiezingsfolder voor de Tweede Kamer het woord sociaal-liberaal niet eens voor.
Een consequent toegepast onderschrift kan uiteindelijk in de plaats komen van onze eigenlijke naam; zeker daar de jaren zestig steeds minder mensen nog iets zegt. Waar ‘Democraten’ toen nog een echt statement was tegen de politieke regentencultuur is het nu vooral vaag, mist het urgentie en aantrekkingskracht.
Potentiële doelgroep bestaat uit alle kiezers.
D66 is nooit een belangenpartij geweest.
We moeten ons qua opstelling niet beperken of specifiek richten op
bepaalde leeftijden, opleidingsniveau (de beruchte Mavo 4 discussie) of hoogte
van het inkomen.
Zichtbaar en effectief oppositie voeren door het hanteren van de meetlat methode, waarbij als ijkpunten worden gehanteerd:
-
Investeren in gelijke kansen en
keuzevrijheid;
- Democratisering;
- Kennissamenleving;
- Duurzaamheid/milieu;
- Europa en de wereld daarbuiten.
Onze kracht en zwakte ligt in het blijven zoeken naar nuances. Om goed oppositie te voeren stellen wij voor dat vanaf de komende derde dinsdag in september de begroting en kabinetsvoorstellen eerst langs de D66-meetlat worden gelegd en beoordeeld, alvorens over te gaan in nadere concretiseringen.
Het gaat daarbij om de volgende ijkpunten:
Investeren in gelijke kansen en keuzevrijheid;
Het kabinet Balkenende lijkt vooral bepaalde groepen in de samenleving te bedienen, zoals ondernemers, huizen en auto bezitters en traditionele gezinnen.
Democratisering;
Dit sluit aan bij ons pleidooi voor openbaarheid en daadwerkelijke participatie.
Kennissamenleving;
Is het meer van hetzelfde (oude economie) of draagt het bij aan een versterking van de kennissamenleving, die wij voorstaan. Investeren in kennis is in ieders belang. Worden onderwijs en onderzoek voldoende gebruikt om nieuwe uitdagingen in onze samenleving het hoofd te kunnen bieden, zonodig met nieuwe technologie?
Duurzaamheid/milieu;
Milieu is als politiek item niet langer in de mode, maar de (dreigende) problemen zijn daardoor niet minder geworden. Hoe duurzaam is de voedselproductie, hoe produceren wij welvaart en hoe verhouden vrijhandel en armoedebestrijding zich tot elkaar en tot het beleid?
Europa en buitenwereld;
We leven niet langer op een terug getrokken eiland of afgelegen provincie. Europese integratie heeft zijn redenen en wij zijn bij uitstek een Europese partij. Wel dienen we een kritisch oog te hebben voor de mogelijke negatieve effecten van marktvergroting.
Iedere begroting of kabinetsvoorstel dient eerst op basis van de D66-meetlat te worden gekwalificeerd, alvorens de kritiek nader te nuanceren. Deze methode vertoont gelijkenis met een in 1998 aangenomen congresresolutie handelend over de vitale economie en het 4D model (toetsing aan Dynamiek, Democratie, Duurzaamheid en Draagvlak).
Deze nieuwe landelijke aanpak, de meetlat methode, zou ook lokaal kunnen worden gehanteerd.
Begrijpelijke taal gebruiken.
Politiek komt neer op kiezen, en als je niet kiest kan je niet verwachten dat er op je gekozen wordt. Het eventuele dilemma moet naar buiten duidelijk worden geschetst en de keuze op een voor ieder begrijpelijke wijze beargumenteerd. Dit kan aan de hand van de in het vorige voorstel behandelde ijkpunten, maar kan ook aan de hand van sociaal-liberale uitgangspunten.
Meer werken met concrete streefgetallen.
Beleid en wijziging van beleid is geen doel op zich maar een middel om
concrete beleidsdoelstellingen te bereiken. In het kritisch volgen van het
kabinetsbeleid en bij het doen van eigen voorstellen moeten wij ons meer
richten op de uiteindelijke doelstelling, zodat tijdig kan worden ingegrepen en
bijgestuurd. Dit dient per situatie nader bekeken en geconcretiseerd te worden.
Bijvoorbeeld het aantal drop-outs in het VMBO onderwijs moet binnen x jaar
worden terug gebracht met minimaal x percentage.
Aangeven coalitie voorkeur.
Daar waar we in de vorige landelijke campagne noch in een paarse
dubbeldekker rond reden, hebben we bij de laatste landelijke campagne geen eens
onze coalitie voorkeur aangegeven.
Bij iedere komende verkiezing, lokaal of landelijk, moeten we aangeven
waar onze eerste coalitievoorkeur naar uitgaat. Daaraan kunnen natuurlijk een
aantal voorwaarden worden verbonden, zoals een minimaal aantal stemmen en overneming van belangrijkste inhoudelijke
punten. Er moet natuurlijk nog wel onderhandeld worden. Deze aanpak moeten we
in ieder geval blijven volgen zolang er geen gekozen minister president is of
zolang de gekozen burgemeester niet zijn eigen college van B & W
samenstelt.
In beginsel moeten we geen andere partijen uitsluiten.
Perceptie management extern laten uitvoeren inzake beeldvorming.
Blijkens de SBS6 enquête rond de laatste landelijke verkiezingen zou D66
qua inhoud meer dan 20 zetels moeten scoren, maar toch gaf die enquête aan dat
D66 niet verder zou komen dan 7 zetels. Naast inhoud en personen is
beeldvorming buitengewoon belangrijk voor verkiezingen. Onze terugkerende fout
is dat wij als insiders van binnen uit bedenken hoe men ons van buiten ziet en
zou moeten zien. Dit is dodelijk, daar het beeld van onszelf aanzienlijk
positiever en genuanceerder is dan dat van de gemiddelde kiezer. Er moet
gericht extern onderzoek worden gedaan hoe dit beeld is en hoe zich dit
ontwikkelt. Daarbij moet in de eerste plaats niet naar de milieubeweging,
sociale partners en dergelijke worden gekeken, maar eerder naar de bakker en de
slager om de hoek. Op basis van deze analyse moet gewerkt worden aan het
ombuigen van het beeld in de door ons gewenste richting, en middels periodieke
toetsingen zal blijken of we het al dan niet goed doen.
Ieder congres behandelt één thema dat door het vorige congres
is vastgesteld.
De congressen krijgen meer iets van een ontmoetingsplaats en sociale
happening dan dat er inhoudelijk scherp een debat wordt gevoerd. Wij wensen dat
het belang van congressen weer toeneemt en het hart van de interne democratie
vormt. Het landelijk bestuur en de Tweede Kamer fractie stellen voor ieder
congres vijf mogelijke onderwerpen voor, en het congres besluit welk onderwerp
het volgende congres centraal zal staan. Op het congres en tot twee weken na
het congres kan ieder D66 lid zich opgeven om gedurende een half jaar actief
met dit onderwerp bezig te zijn. Het voordeel van deze aanpak is dat mensen
voor een beperkte tijd gericht bezig zijn met één bepaald onderwerp. Dit
behoeft niet beperkt te worden tot deskundigen, maar strekt zich uit tot een
ieder die zich bij een bepaald onderwerp betrokken voelt en hiervoor tijd wil vrijmaken. Middels een
projectorganisatie worden belangstellenden optimaal ingezet, en alle
beschikbare menskracht wordt hiervoor ingezet. Onderwerp kan verder worden
voorbereid en uitgediept op afdelingsvergaderingen en politieke podia. Op
congressen wordt meer met workshops gewerkt, en de hoofdlijnen worden aan het
voltallige congres ter stemming voorgelegd. Er wordt dus niet langer gewerkt
met ellenlange teksten, die maanden van tevoren de partij moeten worden
ingezonden. Twee derde van het congres moet aan de inhoud gewijd worden,
waarbij zoveel mogelijk mensen actief kunnen deelnemen.
Wanneer congressen weer boeiend worden om te bezoeken en ertoe doen, dan
bestaat er geen bezwaar meer om de daadwerkelijke kosten door de deelnemers te
laten betalen.
Actieve participatie staat voorop.
Zoveel mogelijk moet de Ongehoord-discussiemethode binnen de partij
worden gehanteerd. Niet passief luisteren en een enkele vraag stellen, maar
actief meedoen in subgroepen, werkgroepen etc. De discussies moeten vervolgens
afgesloten worden met een concrete actiepuntenlijst en follow-up. Vooral aan
dit laatste heeft het ontbroken bij de vroegere (tweedaagse) congressen.
Congres uitspraak is een congres uitspraak.
Het begint haast meer gewoonte dan uitzondering te worden dat resoluties
of besluiten op een congres een eigen leven gaan leiden en geen vervolg
krijgen. Het Landelijk Bestuur moet toezien op een correcte naleving en zonodig
tot actie overgaan. Er moet een einde komen aan de huidige vrijblijvendheid.
Dualisme tussen Tweede Kamerfractie en partij is niet gewenst.
One man one vote zuiver toepassen.
Wanneer we kijken naar de opvolging van Van Mierlo in 1997 als lijsttrekker dan kan men slechts concluderen dat dit op absoluut ondemocratische wijze tot stand kwam. Ook Thom de Graaf is tussentijds door de fractie als fractievoorzitter gekozen (boven Roger van Boxtel) en niet door het congres, hierna bleek de rol van politiek leider een vanzelfsprekendheid te zijn. Wanneer we democratie hoog in het vaandel hebben dan moeten we dat zeker binnen de partij zuiver toepassen, en geen schijndemocratie.
Wanneer we naast een evenredige vertegenwoordiging ook een gelijkmatige spreiding over de regio’s wensen, dan moet dit ook bij de eigen interne verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer plaatsvinden.
Meer afstemming en samenwerking tussen lokale en landelijke politiek.
Samenwerken heeft vooral met een benodigde
cultuuromslag te maken. We werken met zijn allen voor hetzelfde, en kunnen dit
beter samen doen dan los van elkaar.
Zo moet de rode draad van het landelijk verkiezingsprogramma niet
gepubliceerd worden en uitgedragen binnen de partij nadat de lokale
verkiezingsprogramma’s al klaar zijn.
Bij werkbezoeken van landelijke politici moeten zoveel mogelijk
afdelingsbesturen betrokken worden. Dit draagt bij tot versterking van de
interne banden en vergroting van het lokale netwerk, dat altijd van pas komt.
Leren van ‘best practices’.
Het is opvallend dat een aantal afdelingen buitengewoon goed hebben
gescoord bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen, terwijl anderen het
buitengewoon slecht hebben gedaan.
Er zou nader onderzoek moeten worden gedaan waarom er zo’n groot
onderscheid tussen de meest en minst succesvolle afdelingen is, en dit zou
moeten leiden tot een top tien wat afdelingen en gemeenteraadsleden kunnen doen
om duidelijk herkenbare en aansprekende politiek te voeren.
Permanente campagne.
Zowel landelijk als lokaal moet permanent campagne worden gevoerd. Men
moet tijdens de zittingstermijn een duidelijk beeld krijgen van waar de
afdeling en partij voor staan, en in campagnetijd kan dit worden aangescherpt.
‘Permanente campagne’ staat niet alleen voor een bepaalde verkiezingsmethode,
maar vooral voor een zekere mentaliteit bij alle deelnemers eraan:
vertegenwoordigers en bestuurders voorop.
Het wekelijks of twee wekelijks op de markt staan vergroot de herkenbaarheid en
toegankelijkheid, maar het verdient meer voorkeur om gericht daar te zijn waar
iets specifieks staat te gebeuren, en middels mini referendums of een openbaar
politiek debat te peilen hoe direct betrokkenen denken over één specifieke
aangelegenheid. Verder moeten wegen worden gezocht en vooral gevonden naar de lokale media. Ook
zal rond verkiezingstijd moeten worden nagegaan hoe effectief plakken en
folderen is, en zal gekeken moeten worden naar meer aansprekende en gerichte
acties en methodes om de kiezer te bereiken.
Steun- en schaduwfractie ook op landelijk niveau.
Om de Tweede Kamerfractie te ondersteunen en scherp te houden, dient te
worden overgegaan tot een steun- en schaduwfractie.
Deze kan naast de Tweede Kamerkandidaten die het net niet hebben gehaald,
ook bestaan uit leden met een specifieke deskundigheid die ontbreekt in de
huidige fractie.
Kennis en kunde.
Ieder kamerlid onderhoudt een eigen netwerk van mensen binnen en buiten
de partij. Het is dringend noodzakelijk dat dit niet aan het individuele
kamerlid wordt overgelaten, maar dat hier meer structuur en lijn in gebracht
moet worden.
Per beleidsterrein zou inzicht moeten zijn op welke beschikbare
deskundigheid binnen de partij kan worden teruggevallen. Die deskundigheid kan
zowel de theorie als de praktijk betreffen, dan wel voortgekomen zijn uit een bepaalde
betrokkenheid.
Naast de landelijke politiek geldt dit ook voor de regionale en lokale
politiek. Jaarlijks moet er een smoelenboek komen van leden waar de
vertegenwoordigers van D66 een beroep op kunnen doen.
Naast losse contacten is het zinvol om een vaste groep insiders om een
kamerlid heen te formeren, die elkaar periodiek zien en spreken. Naast mensen
met een wetenschappelijke achtergrond en belangstelling zal dit ook moeten
bestaan uit mensen die dagelijks in de praktijk bezig zijn met de uitvoering
van beleid.
Gereedschapskist voor vertegenwoordigende functionarissen.
Vertegenwoordigers worden dikwijls in het
diepe gegooid, en moeten teveel zaken opnieuw uitvinden. Naast opleidingen en
trainingen voor kandidaten zou ook gewerkt moeten worden aan schriftelijke
informatie en handleidingen. Verder een namen en adressenlijst waar men met
specifieke vragen terechtkan. Landelijk zijn dit geringe investeringen, en deze
dragen bij tot de noodzakelijke professionalisering.
Meer aandacht voor opvang nieuwe leden.
Er moet binnen de partij een duidelijk en goed opvangbeleid komen voor
nieuwe leden. Hier dient structureel aandacht aan te worden besteed, en dit zou
in alle afdelingen op een soortgelijke wijze moeten gebeuren. Naast specifiek
telefonisch of schriftelijk contact kan gedacht worden aan bijeenkomsten voor
nieuwe leden met bezoek aan een raadsvergadering, de fractiekamer en het
gemeentehuis (de Utrecht methode).
Ook dient er structureel aandacht te worden besteed aan degenen die hun
lidmaatschap opzeggen. Daarbij dient gericht gevraagd te worden wat de
beweegredenen zijn van de opzegging, en hiervan dienst jaarlijks een overzicht
te worden verstrekt.
Democrats to
Democrats.
D66 bestaat vooral uit denkers en weinig uit doeners. Er moet gewerkt
worden aan een arsenaal vrijwilligers, die bereid zijn hun handen uit de mouwen
te steken, en bijvoorbeeld kunnen worden ingezet bij tussentijdse lokale
verkiezingen vanwege gemeentelijke herindelingen.
Er dient een proeflidmaatschap voor een jaar ingevoerd te worden tegen
gereduceerd tarief. Mogelijk met gratis congresbezoek. Dit kan weifelaars en
twijfelaars over de streep trekken. Wel dient de opvang van nieuwe leden dan
uitstekend georganiseerd te zijn zodat men niet net zo snel weer vertrokken is.