Democratie, een goed idee

 

De overheid riep iedereen op om 15 mei toch vooral te gaan stemmen. Dat is uiteraard loffelijk om een volksvertgenwoordiging te krijgen die zo goed mogelijk de politieke keuze van de gehele bevolking weerspiegelt, maar bevestigt tegelijk het incorrecte beeld dat een individuele burger in een democratie door stemmen enige invloed kan uitoefenen.

 

Uw stem heeft ook 15 mei weer gèèn invloed gehad. Dat zal trouwens ook gelden voor voor toekomstige referenda en gekozen burgemeesters. Waarom heeft uw stem geen invloed? Laten we kijken naar de Tweede Kamerverkiezingen. De kans dat uw stem D66 aan een extra zetel helpt, is een op ca. 63.000 (namelijk het aantal kiezers gedeeld door het aantal zetels). Alleen wanneer uw stem ervoor zorgt dat de kiesdeler wordt bereikt, krijgt D66 een extra zetel. We hadden ongeveer 40.000 stemmen teveel voor 7 zetels en 20.000 stemmen te weinig voor 8. U zult pak-em-beet 80.000 jaar oud moeten worden om 50% kans te hebben dat uw stem voor dat verschil zorgt. Misschien dat er in die tijd ook wat nauwkeuriger geteld wordt. Bij de Amsterdamse deelraad-verkiezingen had bij de eerste telling de PvdA 75 zetels meer dan de VVD, en na hertelling 42 minder. Uw stem is slechts een fractie van de foutenmarge. Een individuele burger heeft door stemmen dus geen invloed. Nog een voorbeeld: Een gekozen ministerpresident, of een landelijk referendum. Bij 0.1% verschil tussen de twee personen/voorstellen die de meeste voorkeur krijgen, wil dat bij 5 miljoen uitgebrachte stemmen zeggen dat er 5000 stemmen verschil is. Of die van stem van u of die van mij daar nu bij zit, maakt voor de uitslag geen fluit uit.

 

Toegegeven, de letterlijke betekenis van democratie is dat het volk het voor het zeggen heeft, en niet dat iedere burger invloed heeft. Wie echter de suggestie dat een burger in een democratie zoals de onze zeggenschap heeft werkelijkheid wil laten worden, zal dus naast de bestaande mogelijkheden om te kiezen, een andere oplossing moeten zoeken. Want de behoefte om gehoord te worden is groot.

 

Wetten worden gemaakt om problemen op te lossen en in behoeften van burgers te voorzien. Om te verzekeren dat die wetten zo goed mogelijk aansluiten op wat er nodig en wenselijk is, zou Den Haag de kennis en ervaring van de burgers moeten benutten. Dit helemaal volgens het aloude principe: 2 weten meer dan 1, en 16 miljoen weten nog meer.

 

Als je kennis van meer mensen wilt benutten is een van de grote problemen hoe je naar miljoenen mensen kunt luisteren. Een minister kan nu eenmaal niet met de hele bevolking chatten. Verder, in een chat-sessie of vergadering van 10 mensen is het al niet echt mogelijk iedereen zijn zegje te laten doen, laat staan als er nog meer mensen zijn. Je kunt als D66 dus wel een pamflet uitbrengen waarin je aangeeft dat de overheid met de bevolking moet communiceren, maar als je niet aangeeft hoe dat kan, blijven het loze woorden.

 

Zo kan het wel:

Enkele maanden voordat in de Tweede Kamer een besluit over een bepaald onderwerp zal  worden genomen, moet door een daarvoor op te richten overheidsorganisatie een webbladzijde worden geopend.

Iedere burger kan via het Internet argumenten voor/tegen aanvoeren of problemen signaleren. Anderen kunnen die argumenten aanvullen of weerleggen, of kunnen oplossingen voor die gesignaleerde problemen aandragen.

NB Er worden dus geen meningen in het document opgenomen, maar de argumenten waarop die meningen zijn gebaseerd.

Al die bijdragen worden 1 keer opgenomen. Op die manier worden herhalingen voorkomen en kan de discussie niet eindeloos voortduren. Zo wordt dus ook voorkomen dat een bepaalde groep door haar grootte de discussie overstemt.

De bijdragen worden overzichtelijk geordend, iets dat voor besluitvorming heel belangrijk is. De overzichtelijkheid wordt nog vergroot door middel van een techniek van verbergen/zichtbaar maken (zie de demo op www.democratie-nu.org).

Verder worden er deelconclusies getrokken voor de verschillende aspecten. Die deelconclusies kunnen dus ook weer door iedereen worden gecontroleerd.

Wanneer de discussie is afgelopen - er komen geen bijdragen meer binnen die invloed hebben op de deelconclusies - hebben politici de beschikking gekregen over een overzicht van de argumenten en oplossingen. Vervolgens kan elke partij op basis van de eigen normen en waarden debateren over het te nemen besluit.

 

Het probleem van communicatie van politiek naar burger is reeds lang opgelost: TV, radio, krant en websites. Met behulp van de hiervoor beschreven methode wordt een manier verschaft waarop het omgekeerde kan: communicatie van burger naar politiek. Maar let op: Deze nieuwe wijze van het gebruik van Internet is meer dan een communicatiekanaal waarmee burgers de politici van informatie kunnen voorzien. Bij het nemen van besluiten worden namelijk vaak elementaire fouten gemaakt, en het voorstel kan de kans op een aantal daarvan verkleinen. Laten we er eens een paar van die elementaire besluitvormingsfouten bekijken, in vergelijking met ons huidige politieke systeem. 

 

Fouten bij het inwinnen van informatie

1) Niet voldoende informatie inwinnen.

Volgens het voorstel krijgt in principe elke burger de mogelijkheid om zijn/haar argumenten onder de aandacht van poltici te krijgen. 24 uur per dag 365 dagen per jaar (in plaats van eens in de vier jaar stemmen).

2) Het niet-openbaar zijn van argumenten en oplossingen.

Een burger heeft momenteel geen enkele mogelijkheid te checken wat lobby-clubs politici wijsmaken, daarop te reageren of alternatieve oplossingen aan te dragen. De volgens het voorstel gecreëerde openbaarheid maakt het ook mogelijk dat burgers en media de uitspraken van politici tegen het licht kunnen houden, en kunnen hen daarop aanspreken.

 

Elementaire fouten bij het nemen van het besluit.

1) Het niet creëren van overzicht over alle feiten, argumenten en oplossingen ten aanzien van een te nemen besluit. 

De overheidsorganisatie verzamelt en ordent de bijdragen.

2) Afwijzen van een voorstel op grond van één nadeel.

Waarschijnlijk een van de meest gemaakte fouten. Het gaat erom of de som van voor- en nadelen beter uitpakt dan die van de bestaande situatie. Je ziet ook vaak dat op een nieuw voorstel ongegeneerd criteria worden aangelegd waar de huidige situatie ook niet aan voldoet.

3) Niet nadenken over oplossingen voor de nadelen die aan een voorstel kleven.

Elk lid van de samenleving kan, in principe, hieraan bijdragen.

4) Aandacht hechten aan wie een argument naar voren brengt.

Het gaat er niet om WIE het zegt, maar of het argument juist is. Daarom worden bijdragen van burgers volgens het voorstel anoniem opgenomen.

5) Tegelijk officier van justitie en rechter spelen

In de rechtspraak zijn de rollen van officier van justitie en rechter gescheiden. Zo niet in de politiek, waar een politicus beide rollen speelt wanneer hem/haar een voorstel/argument onder de aandacht wordt gebracht. Volgens het voorstel worden de leden van de maatschappij de officieren van justitie en advocaten, en houden politici alleen de rol van rechter.

6) Onvermogen of onwil om van een eenmaal ingenomen standpunt af te stappen. Dat is helemaal sterk als het standpunt publiekelijk is ingenomen. Dat geldt in het bijzonder in de politiek, waar het wijzigen van standpunt in het licht van argumenten als een zwakheid, als draaikonterij wordt gezien, in plaats van als een kracht.

 

 

Samenvattend kan slim gebruikvan het Internet een communicatiekanaal van burger naar de politiek burgers inhoudelijke invloed op besluitvorming bieden. En daarvoor zijn geen grondwetswijzingen nodig. Bovendien wordt tevens het maken van sommige elementaire fouten in de besluitvorming tegengegaan. Democratie, dat is een goed idee! Want let wel, een democratie waarbij een burger ook invloed heeft hebben we nu niet, en als we bij oplossingen uit de jaren 60-70, zoals een ander kiesstelsel en referenda, blijven steken krijgen we die ook niet. Deze benutten de kennis, kunde en creativiteit van de burger niet, en bieden de individuele burger zoals cijfermatig keihard kan worden aangetoond geen invloed. Goed, de gekozen burgemeester komt er. Laten we ons nu richten op dingen waar een burger wel wat aan heeft.