Goedendag,

Ondergetekende komt uit een sociaal-democratisch nest. De VVD is mijn natuurlijke politiek tegenstander. Omdat voor Nederland volgens mij het primaat bij de buitenlandse politiek behoort te liggen, meldde ik me aan als lid van D66 toen de PvdA in meerderheid besloot tot een anti-kernwapenstandpunt en de toenmalige D66-leiding dit niet deed. Dit is lang geleden.

Per 1 januari 2000 zegde ik mijn lidmaatschap op, ik denk na een ruim twintig jaar. Sindsdien ben ik partijloos. Wel deed ik afgelopen 6 maart een vergeefse poging om met een eigen ‘partij’ door te dringen tot de Stadsdeelraad Amsterdam Centrum. Ik veronderstel dat een groot deel van de 954 behaalde stemmen bij D66 terechtgekomen zou zijn, had ik niet meegedaan. Immers een van degenen die mij over mijn plannen sprak, zei: ‘Dit is D66 maar dan zonder referendum en zonder gekozen burgemeester’, en daar zat wel iets in. Waarom nokte ik af als D66 lid?

Kort samengevat zou ik me kunnen beperken tot de slotzin van een ultrakort verhaaltje van de door Stalin de dood ingejaagde Russische absurdist Daniil Charms: ‘Brave mensen allemaal, alleen: zonder ruggegraat.’ Maar deze samenvatting zou neerkomen op populistische stemmingmakerij en daar krijgen we de laatste tijd al meer van dan ons lief is. Daarom hier wat uitvoeriger.

Ik had drie redenen om af te nokken. Dat waren, in volgorde van belangrijkheid:

1. Puur politiek gezien ben ik D66 in de loop der jaren te zachtmoedig gaan vinden tegenover het neo-roofkapitalisme van de late 20ste eeuw. Flitsgeld, hebzucht, de pervertering van het individualisme door de opkomst van een ‘who the fuck is Milan’-mentaliteit, extra-gouvernementeel opererend internationaal bedrijfsleven enzovoort. Mogelijk is het onontkoombaar dat wij met ons allen democratisch naar de klote gaan maar van een in mijn ogen fatsoenlijke politieke partij verwacht ik dat die zich daartegen voor geen misverstand vatbaar teweerstelt. Ik miste op zijn minst de intellectuele ‘brille’ waaruit dat voldoende bleek.

2. Ik was ibbel geworden van wat ik ben gaan zien als ‘typisch D66’: wij zijn allemaal aardige fatsoenlijke mensen en eigenlijk té aardig en té fatsoenlijk om op professionele wijze te wíllen omgaan met de Macht. Ik maakte dit in de praktijk mee aan de hand van de knullige wijze waarop de meer dan uitstekende drugsnota ‘Kiezen tussen kwaden’, waaraan ik met hart en ziel had meegewerkt en die onder auspiciën van het wetenschappelijk bureau werd gepubliceerd, destijds door de partij werd verkwanseld op een moment dat zij álle andere partijen op dit punt inhoudelijk het nakijken gaf.

3. (Mogelijk voortkomend uit 2). Zegge en schrijve één partijgenoot heeft me opgebeld in een poging om mij op mijn besluit te doen terugkomen. In al die jaren dat ik lid was heeft nooit maar dan ook nooit ook maar één partijgenoot gereageerd op een van de tenminste zeven stukken van mijn hand die door Het Parool werden gepubliceerd over zulke uiteenlopende onderwerpen als drugsbeleid, referendum, verkeersbeleid. Zélfs geen negatieve reactie. Van hetzelfde laken een pak: nadat ik mijn lidmaatschap had opgezegd ontving ik nog maandenlang zonder enig commentaar uitnodigingen tot het bijwonen van vergaderingen van partijgenoten die wisten dat ik had opgezegd.

Zoals gezegd: in volgorde van belangrijkheid. Maar het was de combinatie van de drie die voor mij de deur dichtdeed. Misschien hebben jullie hier iets aan...

Vriendelijke groet,

Wouter van Oorschot