|
Waar het om
gaat: Democratie in een sociaal-liberale samenleving
Met de totstandkoming van Paars was (en is) er nog geen sprake van een sociaal-liberale visie of een sociaal liberale samenleving . Deze wordt immers niet bereikt vanuit het vermengen van twee stammen uit de erfenis van de Franse revolutie maar door het voortzetten van het spoor daar waar het is verlaten: de vroegere werken van Marx . Want de jonge Marx, als sociaal bewogen zoon uit een liberaal nest was wellicht de eerste sociaal-liberaal.
Met de totstandkoming van Paars was (en
is) er nog geen sprake van een sociaal-liberale visie of een sociaal liberale
samenleving . Deze wordt immers niet bereikt vanuit het vermengen van twee
stammen uit de erfenis van de Franse revolutie maar door het voortzetten van
het spoor daar waar het is verlaten: de vroegere werken van Marx . Want de
jonge Marx, als sociaal bewogen zoon uit een liberaal nest was wellicht de
eerste sociaal-liberaal. Dat was voor dat bij zich in hem de overtuiging
wortelde dat een nieuwe lente alleen door geweld en dictatuur bereikt kon
worden. Het gaat daarbij vooral om een visie op de burger vrij van
vervreemding die vrij en verant-woor-delijk geniet van het vrucht van zijn
werk en in samenwerking met zijn medeburgers vorm geeft aan zijn omgeving.
Vreemd genoeg als we het beeld van de dialektiek nemen is het na een eeuw worstelen
tussen liberalisme en socialisme, tijd voor een sociaal-liberale politiek:
een politiek die zich richt op de volle ontplooiing van de mens. De uitdagingen die voor ons liggen zijn
niet eenvoudig op te lossen. We hebben misschien maar 50 jaar voor ons om een
duurzaam evenwicht tussen economie te realiseren. Nog minder tijd hebben we
om de historisch extreem grote verschillen in welvaart in de wereld te
verkleinen. Tenslotte is het versterken van de internationale rechtsorde een
urgent probleem. In vergelijking met deze uitdagingen zijn de opvang van de
vergrijzing, de modernisering van onderwijs en zorg, een leefbare inrichting
van de openbare ruimte en het bevorderen van een innovatieve en sociale
economie bescheiden opdrachten die al veel van de politieke klasse vragen.
Juist deze grote omwentelingen vragen om de creativiteit en inzet van allen.
Juist daarom gaat deze revolutie voor ons gepaard met radicale
democratisering. Dat is een tijdrovend proces, dat vraagt om een grote dosis
gedrevenheid, creativiteit en doelgerichtheid. D66 ga er maar aan staan, niet voor even
maar voor een generatie. Dat is de opdracht voor de Generatie ’66. Ik zal in
mijn antwoord op het essay van Christiaan de Vries en Gerard Schouw (SLP)
daar enige opmer-kingen over maken. Ze gaan op een duidelijke wijze in op een
aantal van deze uitdagingingen in. Ik zal deze uitdagingen in een
programmatische context plaatsen. Vertrekpunt daarbij is de agenda van radciale
democratisering die ik in een sociaal-liberale context zal plaatsen. Ik zal
voor de opbouw van mijn betoog uitgaan van de actualiteit en deze even
belichten vanuit de rol van drie heren. Want de actualiteit maakt de lijnen
meer dan ooit duidelijk. Drie heren en één nacht “Ik heb me nooit door dreigementen laten
intimideren (...) De mensen die voor mij stemmen weten dat” zei Wiegel
voordat hij, dinsdagnacht, zijn stem tegen de invoering van een referendum
uitbracht. Opvallende woorden voor een man met een beperkt mandaat van de
kiezer. Aan de verkiezing van de Wiegel is geen stem van een normaal mens in
het land aan te pas gekomen. Als Wiegel wil staan voor zijn principes en zich
daarvoor democratisch wil legitimeren dan neemt hij afstand van een politiek
van partijen. Wiegel: dat is de rechtvaardiging van een rechtstreekse band
tussen kiezer en gekozene door middel van een districtenstelsel.
Kroonjuwelen en het probleem oplossend
vermogen van de politiek Onze kroonjuwelen: ze zijn er niet om mooi
te wezen. Het zijn schijnwerpers die moeten bijdragen tot het oplossen van de
problemen in onze samenleving en de sieraden in de inrichting van een
sociaal-liberale samenleving. We moeten echter wel meer dan ooit kijken naar
de effectiviteit van de kroonjuwelen en hun onderlinge samenhang. Ze moeten
niet tot dogma worden ver-heven, noch met betrekking tot hun noodzaak als tot
hun vormgeving. De frisse start die SLP aankondigen gaat vooral ook over de
noodzaak van structurele veranderingen in onze democratische instellingen om
een cultuuromslag in politiek en bestuur af te dwingen. Het is gemakkelijk om
te wijzen op het gebrek aan kwaliteit van bestuurders en vertegenwoordigers.
Het is gemakkelijk om te klagen over de te grote gerichtheid van de politiek
op de 4de macht. Roepen om een mentaliteits-omslag is onvoldoende het gaat er
om dat de structuur van het gedrag wordt verandert. Ook al denken we dat de
zon om de aarde draait, de zon weet wel beter. De vraag is: wanneer komt
Copernicus de democratie omkeren. Wat is dan ons democratisch Heliopolis:
daar hoort bij een volksvertegenwoordiging die een directe binding heeft tot
de kiezer, maar dat hoeft niet perse in een districtenstelsel. Dat zijn
gezagsdragers die een eigen legitimiteit hebben en rechtstreeks verkozen,
maar hetzelfde gezag kan ook bereikt worden door een minister-president,
gouverneur of burgemeester die binnen een week na de verkiezing van het
vertegenwoordigend lichaam uit haar midden wordt gekozen met de opdracht een
bestuur te vormen dat kan rekenen op een draagvlak. Dat is de mogelijkheid
tot correctie van besluiten, niet door de eerste kamer maar door een
correctief referendum. Edoch, een eerste kamer, rechtstreeks gekozen door de
regio kan wellicht ook een zinvolle taak hebben en een consultatief
referendum kan dezelfde werking hebben als een bindend correctief referendum.
Dit zijn de kroonjuwelen en tezamen vormen ze een geheel dat kan bijdragen
tot een betere band tussen burger en politiek en een aantrekkelijk openbaar
debat Als we een nieuw staatsrechtelijk bouwwerk willen neerzetten, dan gaat
het er niet om dat de vormgeving van de details geslaagd is maar dat het
gebouw staat en functioneert. Het gaat dus om de samenhang der delen. Dit is mooi maar het is onvoldoende. Ook
al begrijpen vele kiezers waarom het afwijzen van het refe-rendum het waard
is om een daad te stellen, dan nog vinden ook vele kiezers alleen het
referendum niet belangrijk genoeg om een crisis te laten voortduren. We
hebben de kiezers altijd een alternatief willen voorhouden, maar we zijn ook
redelijk. We zullen dus moeten uitleggen dat de kroonjuwelen iets te maken
hebben met de dagelijkse problemen die de burgers tegenkomen. Wie de krant
leest weet dat er een verbinding ligt tussen maatschappelijke problemen en
het vermogen van de politiek deze problemen aan te pakken. De media weten
haarfijn die verbinding te leggen, behalve als de kroonjuwelen van D66 weer
onder de loep worden genomen, dan valt de verbinding weg en worden we
neergezet als een groep staatskundige fundamentalisten. Ik kan het niet anders
zien dat Maarten van Rossum in de Volkskrant (dinsdag 25 mei) en Henk Hofland
(woensdag 26 mei) Oostindisch blind zijn en bewust de verbinding niet willen
zien en leggen. Ik zal ze een aan de hand nemen... De verhouding Nederland-Europa is sterk
veranderd tussen 1966 en 1999, de scheidslijn tussen het publieke en het
private domein is evenzeer verschoven. De regent van 1966, een man in een
verzuild maatpak, is in 1999 een flower-power wolf in schaapskleren
(ruimdenkend maar met optieregeling). In 1966 was er sprake van en
autistische overheid, in 1999 is de overheid schizofreen. Er is sprake van
een voortwoekerende bureaucratisering en technocratisering van het openbaar
bestuur. SLP wijzen daar telkenmale op als rode draad voor onze visie op de
relatie burger en bestuur. De overheid lijkt meer op een dolgedraaid
industrieel productieapparaat dat circulaires produceert, dan op een
klantgericht systeem dat problemen oplost. De overheid produceert één pak, in
één kleur, en één maat, voor één inkomensafhankelijke prijs. Ondertussen is
de markt een digitale kleermaker geworden, door de invoering van nieuwe
technieken, nieuwe vormen van strategische samenwerking en een nieuwe cultuur
van zakendoen. De overheid vindt het prachtig en juicht toe aan de zijlijn.
Maar zelf is ze niet in staat maatconfectie te leveren. Het is een droevig
gezicht, maar we kunnen deze schizofrene overheid ook niet opsluiten. We gaan
praten dus over een reïntegratietraject. Van RSV schandaal tot Bijlmerramp weten we
dat de overheid niet optimaal, functioneert. We weten ook dat alle
parlementaire enquêtes aanbevelingen hebben opgeleverd voor beleid. Die
aanbeve-lingen zijn vaak uitgevoerd, vaak ook niet. Uit de enquêtes ontstaat
ook een beeld van de bestuur-lijke vernieuwing die moet worden gerealiseerd.
Vele staatscommissies verder is er nog weinig verandert. De bestuurlijke
vernieuwing leidt aan paralyse door analyse, een analyse die voortkomt uit de
weerstand tegen bestuurlijke vernieuwing en onvoldoende visie op de samenhang
tussen de voorstellen die we hebben gedaan voor een nieuwe overheid. Wat mij
betreft moeten we niet in het volgende programma komen met nog een opdracht
voor een staatscommissie over bestuurlijke vernieuwing. Een
verkie-zings-programma is geen onderzoeksvoorstel maar een bundeling van
uitgewerkte initiatieven en structurele hervormingen. We zullen allereerst
moeten uitleggen dat het in de politiek niet alleen gaat om het oplossen van
pro-blemen maar ook en vooral om het structureren van het probleem oplossend
vermogen van de politiek . We zullen dus een relatie moeten leggen tussen de
noodzaak van radicale democratisering en het ideaal van een sociaal-liberale
samenleving. We zullen deze relatie onderbouwen met praktische voorbeelden en
daarmee het electoraat aanspreken. Een Sociaal-Liberaal programma Nadat we jarenlang staatskunde voor
zaterdagamateurs hebben bedreven zijn we onlangs overgegaan naar de
Hoofdklasse B Staathuishoudkunde. Ons team is Sociaal-Liberaal, op de F-Side
zit Opschudding maar ook de Business Box is goed gevuld, de SWB trekt de
strepen en verdeelt de vakken, de partij-voorzitter zingt voor, de
bestuursleden zwaaien druk aan de zijlijn, en over de kleur van de shirtjes
wordt nog nagedacht. Er dreigt zich een schoonheidswedstrijd in de partij te
ontketenen over wie het meest sociaal-liberaal is in het land. Een reine
dwaas heeft op het laatste congres “sociaal-liberaal” ver-ge-leken met
yoghurt. Het is noch links noch rechts-draaiend en bovendien vormloos. Je
kunt het zoet eten met fruit, combineren tot prak in de muesli of gebruiken
om de curry milder te stemmen. Yoghurt neemt de smaak en substantie van haar
omgeving op. Net als Parsifal door de ridders van de heilige graal werd
verbannen, kwam hij tot inkeer en zou de ridders uit hun lijden verlossen.
Hij zag dat de voorzet stand hield, democratisch was, links-draaiend,
biologisch en dynamisch. Ook yoghurt past in het 4-D Model en hij bekende
zich ertoe, vol overgave en zowel met fruit als in de slasaus. Er is de laatste jaren veel geïnvesteerd
in het uitwerken van het begrip Sociaal-Liberaal. Herman Beun heeft een
stevige aanzet in de laatste Idee gegeven. SLP geven vandaag een schets van
het vermogen van het begrip sociaal-liberaal de uitdagingen die voor ons
liggen in kaart te brengen. De kwaliteiten van het begrip Sociaal-Liberaal
zijn echter afhankelijk van het uitwerken in concrete voor-stellen. Het gaat
om het toepassen van het begrip sociaal liberaal op de inrichting van de
ruimte, zoals vandaag wordt gedaan in het basisdocument. Het gaat om een
visie op de financiering van de zorg, niet als een compromis tussen
ziekenfonds en par-ti-culier maar als een integraal systeem zonder
scheidslijnen. Het gaat om een visie op werk en inkomen. Uiteindelijk zal de
test voor een sociaal-liberale visie liggen in de financiële onderbouwing van
het verkiezingsprogramma en het voorstellen van een nieuw belastingplan. De
PC zal samen met de SWB daartoe een discussie opzetten: hoe gaan
sociaal-liberalen met geld om, want politiek dat gaat ook om geld. De test voor een sociaal liberale visie is
inderdaad de betekenis voor de mensen in het land. D66 heeft, om het begrip
van Gramsci uit de kast te halen, een hegemonistisch programma. Een programma
voor iedereen. Namelijk het hervormen van de instituties met als doel een
betere grip van burgers op hun leefomgeving. Dit politieke project staat los
van inkomensgroep, belangengroep of opleidingsniveau. In 1994 konden we
zeggen dat: naast de inwoners van de grachtengordel D66 haar electoraat
vinden bij de "geschoolde (hoofd)arbeider". Ze werken als
zelfstandige ondernemer in de bouw en als kraamverzorger. Ze hebben een eigen
huis, twee school-gaande kinderen en hebben een auto op de zaak. Ze wonen in
Zevenaar , ze vinden zichzelf keurige burgers, licht geën-gageerd en zijn
vooral bezorgd over de kansen voor hun kinderen en de verzorging van hun
ouders. Ze hebben onlangs geld gegeven voor Kosovo. Ze zijn bezorgd om het milieu en hebben
een tropisch aquarium in de woonkamer. Ze zijn de PvdA ontgroeit en vinden de
VVD te behoudend. Ze hebben in 1989 PvdA gestemd in 1994 op D66 en in 1998 op
de VVD, (en in 2002 voor de LPF want ze voelden zich ongehoord!) maar
eigenlijk zijn ze: sociaal liberaal. Ze weten alleen niet dat zij dat zijn
en, erger, ze weten niet dat wij dat zijn. Dat zullen we moeten uitleggen. De
laatste jaren weten ze het helemaal niet meer: ze willen weg bij de VVD want
ze willen ook mee-denken over de inrichting van ons land, maar ze zijn nog
niet bij terug ons bij ons want ze vinden dit een crisis niet waard. Toch
vraagt de realisering van onze idealen: het structureel hervormen van het
politiek bestel, dat we een breekijzer positie in de Nederlandse politiek
innemen. Nodig is een structurele aanhang van tenminste 30 zetels. We hebben
aangetoond deze aanhang te kunnen mobiliseren en we hadden ook de positie om
deze aanhang te consolideren. Dat betekent programmatisch een programma waar
mensen hun eigen leven in herkennen en die een visie vertaalt in concrete
oplossingen De politiek dient oplossingen te bieden voor
reële problemen, zo zei Popper. Dat is dan pragmatisch in de 19de eeuwse
betekenis van het woord namelijk een handelen gericht op het bereiken van een
doel. Dat is niet een handelen gericht op onmiddellijk gewin en evenmin een
handelen op basis van een theoretische conceptie van de wereld. In dit
uitgangspunt staan we eerder in de lijn van de anglosaxische politici dan van
de Rijnlandse of Gaullistische denkwereld. D66 heeft een stevige traditie
waar het gaat om politiek die inspeelt op de problemen van vandaag en morgen.
Toch is een pragmatische benadering geen vrijbrief voor doelloos handelen
aangezien politiek handelen gericht is op het realiseren van een (in ons
geval sociaal liberaal) politiek project. Het betekent ook dat de test van
een sociaal liberale visie op mens en politiek ligt in de prak-tische
uitvoering en de vertaling van een politiek project in concrete oplossingen
voor vraagstukken van inrichting van de samenleving. Het gaat bij een
pragmatische politiek er ook om dat we geen oplossingen doorvoeren zonder dat
ze aan het democratisch debat worden voorgelegd. Geen rekeningrijden zonder
referendum. Het gaat er ook om dat we bij de financiële onderbouwing van onze
programma’s of onze concrete politiek handelen de zeker-heid geven dat we niet
goochelen met de belangen van burgers en de toekomst van ons land.
Het verschil tussen D66 en Groen Links is
dat wij burgers en ondernemers vertrouwen mits ze door een calculerende
overheid worden uitgelokt tot onverantwoord gedrag. Terecht spreken we de
ondernemer aan op de verantwoordelijkheid zelf een goed beleid te voeren om
ziekte en arbeidsongeschiktheid te voorkomen en daarvoor ook de verzekering
te betalen. Terecht laten we de burgers vrij in de keuze van leefvorm en
gezinsomvang maar we zullen nog grote gezinnen fiscaal belonen of bestraffen,
we zullen wel bevorderen dat mensen vrij kunnen kiezen om zorg en werktaken
te combineren.
Deze verbindingen zullen we uitleggen aan
de kiezer in 2002 of in 1999. Als we dit in 1999 zouden uitleggen dan zouden
we het volgende kunnen zeggen in de inleiding: “Onze politiek is dat mensen
hun leven naar eigen inzicht kunnen inrichten. Dat ze vrij zijn hun
levensstijl en waarden te kiezen. Onze politiek neemt burgers als
uitgangspunt die het respect van overheid en markt verdienen. Onze politiek
is niet bevoogdend maar laat burgers ook niet over aan de jungle van de
markt. Dat noemen wij een sociaal-liberale politiek. Dat is een politiek die
niet uitgaat van een maak-bare samen-leving maar van een samenleving die we
samen maken en waar we samen over beslissen. Een sociaal-liberale politiek is
een radicaal democratische politiek. Dat is geen luxe maar noodzaak: Nederland
staat in de steigers, Europa behoeft groot onderhoud, Palestina staat in
brand. Werken aan een duurzame economie, zorgen voor een leefbaar land,
investeren in kennis en talent, zorg dragen voor zwakkeren en bouwen aan een
vrij en welvarend Europa, zijn stuk voor stuk uitdagingen die we niet uit de
weg gaan. Ook nu niet. Dit zijn geen uitdagingen voor alleen politici, maar
uitdagingen voor ons allen. De politiek dat zijn wij allemaal”. Na de inleiding zullen een aantal
hoofdstukken volgen. We zullen het natuurlijk eerst hebben over de burger en
het bestuur. Maar we zullen ook de verbinding leggen tussen de noodzaak
tussen radicale democratisering en een sociaal-liberale visie op de
ruimtelijke orde, de sociaal-economische orde en de internationale
rechtsorde, en tenslotte op de financiële orde. In die volgorde. Een leefbaar en duurzaam land “Onze politiek dat is een visie
ontwikkelen op de ruimte waar we in leven. Dat is beschermen van het uitzicht
in een landschap dat dichtslibt. Dat is zorgen voor leefbare steden. Dat is
het beschermen van waardevolle natuurgebieden, zoals de Waddenzee. Onze
politiek dat is een visie op de economische plaats van Nederland. Het gaat om
havens, Schiphol en trage stromen auto’s die door het laagland gaan. Het gaat
om het bevorderen van een omslag in onze economie van mainport naar
brainport, van verladen naar bedenken”. Als dit onze politiek is dan zullen we
daar programmatische voorstellen voor doen,. We zullen wets-initiatieven nemen
en wetten beoordelen, we zullen investeringen in infrastructuur goedkeuren of
afkeuren, we zullen bestemmingen aanwijzen, voor wonen, werken en recreeren.
We zullen dan maar een consultatief referendum over rekeningrijden
uitschrijven. Om te weten wat de mensen er van vinden. Maar dat is niet
genoeg. De inrichting van Nederland vraagt ook om
een publiek debat, een discussie over nut een noodzaak, een proces van
interactieve beleidsvorming. Maar als wij een grote waarde hechten aan de
versterking van de rol van het parlement dan zou deze discussies vanuit het
parlement moeten worden geïnitieerd. Niet alleen binnen het parlement, maar
door haar leden door middel van onderzoek, hoorzittingen, werkconferenties en
ontmoetingen in het land. Onze politiek is een politiek van het publieke
debat, dat is een volksvertegenwoordiging die het debat organiseert en
besluiten neemt. Onze politiek laat niet de inrichting van het debat over aan
ministeries en consultants en neemt geen genoegen met een parlement als raad
van commissarissen. Onze politiek is niet een compromis in een torentje maar
een publieke afwe-ging in het parlement. Onze politiek dat is een debat in
een kleinere kamer met een grotere publieke tribune Onze politiek dat is een
debat over de grote lijnen en niet over de dienstregeling van de NS. Onze
politiek dat is niet het doordrukken van een beslissing maar het voorleggen
door een referendum over de beslissingen die de schoonheid van ons land
bepalen. Een innovatieve/sociale samenleving “Onze politiek dat is het bevorderen van
een innovatieve economie. Dat is ruimte creëren voor mensen met kennis en
talenten, die innovatieve en verantwoorde ondernemers willen zijn. Dat is de
durf om het belasting-stelsel te hervormen. Dat gaat om het belonen van
arbeid en van initiatief maar ook het zwaarder belasten van consumptie en
milieu. Onze politiek dat is ruimte creëren voor harmonieuze relaties tussen
werknemers en werk-gevers en voor een leven waarin zorg en arbeid naast
elkaar kunnen gaan. Als dit onze politiek is dan zullen we
daar een financiële onderbouwing voor geven, we zullen begro-tingen opstellen
of beoordelen. We zullen subsidieregelingen in het leven roepen en slimme
fiscale instrumenten ontwikkelen. We zullen een werkbezoek houden naar een
leuk project voor de integratie van WAO’ers en met een grote glimlach een
lint doorknippen bij een vensterschool. We zullen de uitgaves controleren en
pleiten voor doelmatigheid. We zullen een kamervraag stellen over een
onregelmatigheid. We zullen streven naar een nieuwe studiefinanciering en een
nieuw stelsel van zorgverzekering. Dat is prima maar niet genoeg. De organisatie van de samenleving betekent
ook dat ondernemers werken op basis van heldere, simpele en samenhangende
regelgeving. Onze politiek is aandringen op deze regelgeving door het
inrichten van een parlementaire commissie die een permanente taak heeft in
het bewaken van de kwaliteit van wetgeving en het opsporen van overbodige
regelgeving. Dat zal zijn doordat de Raad van State aan de Kamer en niet aan
de Regering adviseert. Dat zal zijn doordat het parlement een eigen staf
heeft die in haar naam zaken kan opsporen en uitzoeken. Dat zal zijn het
opheffen van de verkokering tussen departementen en parlementaire commissies.
Dat is het geven van voldoende middelen aan parlementariërs om in contact te
treden met de mensen waar het om gaat en niet afhankelijk te zijn van de
voorverpakte berichten uit het middenveld. Onze politiek is ook het
doorbreken van de macht van de instellingen doordat de burger betaalt en
bepaald. Onze politiek dat is het uitbreiden van het persoonsgebonden budget
in de zorg en het onderwijs. Onze politiek dat is het verankeren van de
zeggenschap van ouders in het schoolbestuur, het verzekeren van de inspraak
van asielzoekers, patiënten en bewoners. Onze politiek is ook het belonen van
vrijwilligerswerk door een fiscale vrijwilligersforfait in aanvulling van het
arbeidskostenforfait en het verruimen van de belastingaftrek voor giften. Een veilige en herkenbare omgeving “Onze politiek dat is samen werken aan een
veilige omgeving. Niet door camera’s maar door elkaar in de ogen te kijken.
Dat is ook zorgen dat burgers bepalen hoe hun leefomgeving er uit ziet. Onze
politiek dat is het bevorderen van vrede en veiligheid in de wereld, door het
opkomen voor mensen-rechten, door het nastreven van duurzame ontwikkeling,
waar dan ook in de wereld. Door het aangaan van politieke en economische
samen-werking waar het kan maar ook met militair optreden waar het niet
anders kan. Dat gaat ook door samenwerking binnen een democratisch Europa om
zo samen sterker te staan. Onze politiek dat is erkennen dat zij die vluchten
voor onrecht hier een zekere plaats hebben en dat zij die talent hebben hier
een kans krijgen”. Als dit onze politiek is dan zullen we
stadsdebaten houden en om een Postbus 51 campagne vragen. We zullen het
dualisme in het lokale bestuur bevorderen, we zullen meer inspraakrondes
houden over de inrichting van de straat. We zullen ons druk maken over
schrijnende gevallen en generaal pardon voor niet uitzetbare witte-illegalen
vragen. We zullen ook onze stem laten horen in de Raad van Ministers in Europa.
We zullen streven naar een eigen zetel in de veiligheidsraad. We zullen
deelnemen aan internationale organisaties. We zullen ons constructief
opstellen in onderhandelingen en we zullen plechtige verklaringen afleggen op
conferenties. Dit is allemaal sympathiek, maar onvoldoende. Een veilige omgeving vraagt om meer. Onze
politiek zal zijn het instellen van wijkraden die de middelen krijgen om hun
omgeving in te richten. Dat is ook een kritische doorlichting van het model
van Thorbecke, dat is een fundamenteel debat over de plaats van de provincie
en de gemeente. Onze politiek dat is het in het leven roepen van regio’s die
de problemen kunnen oplossen en een vuist in Europa kan maken, dat is het
doortrekken van het principe van subsidiariteit van Europa tot de buurt. Dat
is het tegengaan van grootschaligheid en het doorbreken van bureaucratische
structuren. Als de Eerste Kamer toch blijft bestaan laat deze dan via een
districtenstelsel rechtstreeks gekozen worden en toezien op de verhoudingen
tussen de bestuurslagen . Internationaal zal onze politiek vragen om een
democratisch Europa. Het zal een Europa zijn waar internationale
criminaliteit wordt beteugeld door internationale opsporingsinstanties die
onder democratische controle staan. Internationaal zal onze politiek leiden
tot de instelling van een orgaan die de invoering en handhaving van vrije
maar duurzame handel kan afdwingen op basis van klachten van burgers en
bedrijven. Onze politiek dat is het versterken van de burgerlijke samenleving
en het bevorderen van veiligheid en ontwikkeling door het ondersteunen van
burgerinitiatieven en het afdwingen van goed bestuur. Afronding Dit is waar D66 voor staat en zal staan.
Dit is een sociaal-liberaal perspectief voor de 21ste eeuw. Dit is de inzet
waar we samen aan willen werken. Dit is de opdracht van de
Programmacommissie. Voor nu en voor later. Als D66 haar eerste gekozen
minister president zal hebben dan zal dit zijn programma zijn. Als D66 een
hoofdstroming in de Nederlandse politiek is, en niet langer hoeft te laveren
tussen een sociaal-democratische kant en een conservatief liberale wal dan
zal dit werkelijkheid zijn. Terug naar de Mei van Gorter, voordat juni
om middernacht aanbreekt en we ons afvragen hoe snel de lijm zal drogen in de
komende maand. Laten wij ons nu maar blijven bezighouden met de 21ste eeuw.
In de 21ste eeuw komen we met nieuwe juwelen. Die hebben te maken met de
versterking van de rol van het parlement, die hebben te maken met het
doorbreken van de gruwelijke omarming van politiek en ambtelijk apparaat, die
hebben te maken met ontkokering, verplatting en flexibiliteit van de
overheid, die hebben te maken met de ruimtelijke ordening van het bestuur,
die hebben te maken met de zeggenschap van burgers in hun leefomgeving. Die
hebben te maken met een markt en/of een overheid die respect heeft voor de
klant/patiënt/leerling en op maat zijn diensten levert. Die hebben te maken
met het geven van verantwoordelijkheden aan degenen die verantwoordelijkheid
dragen, zoals artsen, buschauffeurs, politieagenten, kraamhulpen,
verkeersleiders die nu vooral bezig zijn met tijdschrijven, het werken
volgens protocollen en het maken van rapporten. Het zou moeten gaan om naar
eer en geweten het werk te doen dat waardevol is voor de klant en voor henzelf
. Als ze dat op een verantwoorde wijze doen mogen ze er ook aan verdienen.
Dat is een sociaal-liberale politiek. In die zin geven SLP terecht aan dat
een sociaal-liberale politiek een politieke op menselijke maat is, die de
effectieve toegang van de burger boven de efficiënte inrichting van de
diensten stelt. Effective Citizen Response zou dat in marketing termen kunnen
heten. Als D66 niet meer zou bestaan zouden we nu
een sociaal liberale beweging oprichten. Als D66 zou verwelken zou uit een
groene scheut een nieuwe bloem komen. In de zonnebloem ligt de verbinding
legt tussen radicale democratisering en een sociaal liberale perspectief. In
de zonnebloem herkennen we het Latijnse woord “sol”: zon der gerechtigheid
verlicht ons (de spreuk van de universiteit in deze stad). In het woord “sol”
treffen we de letters “SO” uit Sociaal en L uit Liberaal aan. De kleur van de
zonnebloem is geel (geen commentaar). De zonnebloem verwijst naar het
Heliopolis uit de liederen van Schubert. Ook voor sociaal-liberalen brengt de
morgenstond goud in de mond.
|
|
|