Waar het om gaat:

Democratie in een sociaal-liberale samenleving


Michiel Scheffer , Utrecht 31 Mei 1999 (licht bewerkt 31/5/2002)

Met de totstandkoming van Paars was (en is) er nog geen sprake van een sociaal-liberale visie of een sociaal liberale samenleving . Deze wordt immers niet bereikt vanuit het vermengen van twee stammen uit de erfenis van de Franse revolutie maar door het voortzetten van het spoor daar waar het is verlaten: de vroegere werken van Marx . Want de jonge Marx, als sociaal bewogen zoon uit een liberaal nest was wellicht de eerste sociaal-liberaal.


Democraten, pardon Sociaal Liberalen,


Op de laatste dag van de maand mei in een oude stad, aan de watergracht, praten we over sociaal-libe-rale perspectieven; over een nieuwe lente en een nieuw geluid. In de tijd van Gorter was het leggen van een verbinding tussen de twee ideologieën van de 19de eeuw, het libera-lisme en het socialisme aan de orde en bepalend voor de inrichting van de samenleving. Het werd een pacificatie tussen beide visies - een vrije markt verrijkt met de door de staat geregisseerde sociale instellingen, gefinanceerd uit de opbrengsten van een gereguleerde vrije markt. De pacificatie van socialen en liberalen was, tot de totstandkoming van Paars, niet het resultaat van een gemeenschappelijk akkoord maar eerder een resul-tante van de makelaarsfunctie van de christendemocraten die door dan weer met de sociaal-democraten en dan weer met de liberalen een corporatische sociale vrije markt economie wisten te realiseren. De Paarse regering was niet de voltooiing van deze ontwikkeling maar de aankondiging van een nieuw politieke constellatie die aan D66 in het bijzonder hoge eisen stelt.

Met de totstandkoming van Paars was (en is) er nog geen sprake van een sociaal-liberale visie of een sociaal liberale samenleving . Deze wordt immers niet bereikt vanuit het vermengen van twee stammen uit de erfenis van de Franse revolutie maar door het voortzetten van het spoor daar waar het is verlaten: de vroegere werken van Marx . Want de jonge Marx, als sociaal bewogen zoon uit een liberaal nest was wellicht de eerste sociaal-liberaal. Dat was voor dat bij zich in hem de overtuiging wortelde dat een nieuwe lente alleen door geweld en dictatuur bereikt kon worden. Het gaat daarbij vooral om een visie op de burger vrij van vervreemding die vrij en verant-woor-delijk geniet van het vrucht van zijn werk en in samenwerking met zijn medeburgers vorm geeft aan zijn omgeving. Vreemd genoeg als we het beeld van de dialektiek nemen is het na een eeuw worstelen tussen liberalisme en socialisme, tijd voor een sociaal-liberale politiek: een politiek die zich richt op de volle ontplooiing van de mens.

 
Want het is duidelijk dat sociaal liberale perspectieven iets te maken hebben met de opkomst van de netwerk samen-leving. Daarin is de burger in staat nieuwe verhoudingen tussen burgers onderling en tussen burgers en bestuur vorm te geven, Hij is doordrongen van de noodzaak van een duurzame ontwikkeling. Hij heeft de roeping een omgeving te scheppen waarin kennis, talen-t en initiatief kansen krijgen. Voor D66 is de opdracht de verbinding leggen tussen een sociaal-liberale visie op de samenleving, de noodzaak tot radicale democratie en deze dwingend duidelijk te maken vanuit een analyse van de actuele problemen in de wereld. Het is een revo-lutio-naire uitdaging omdat we er van uit gaan dat grote -zij het misschien geleidelijke- omscha-kelingen nood-zakelijk zijn in de organisatie van de ruimte, de economie en het bestuur.

De uitdagingen die voor ons liggen zijn niet eenvoudig op te lossen. We hebben misschien maar 50 jaar voor ons om een duurzaam evenwicht tussen economie te realiseren. Nog minder tijd hebben we om de historisch extreem grote verschillen in welvaart in de wereld te verkleinen. Tenslotte is het versterken van de internationale rechtsorde een urgent probleem. In vergelijking met deze uitdagingen zijn de opvang van de vergrijzing, de modernisering van onderwijs en zorg, een leefbare inrichting van de openbare ruimte en het bevorderen van een innovatieve en sociale economie bescheiden opdrachten die al veel van de politieke klasse vragen. Juist deze grote omwentelingen vragen om de creativiteit en inzet van allen. Juist daarom gaat deze revolutie voor ons gepaard met radicale democratisering. Dat is een tijdrovend proces, dat vraagt om een grote dosis gedrevenheid, creativiteit en doelgerichtheid.

D66 ga er maar aan staan, niet voor even maar voor een generatie. Dat is de opdracht voor de Generatie ’66. Ik zal in mijn antwoord op het essay van Christiaan de Vries en Gerard Schouw (SLP) daar enige opmer-kingen over maken. Ze gaan op een duidelijke wijze in op een aantal van deze uitdagingingen in. Ik zal deze uitdagingen in een programmatische context plaatsen. Vertrekpunt daarbij is de agenda van radciale democratisering die ik in een sociaal-liberale context zal plaatsen. Ik zal voor de opbouw van mijn betoog uitgaan van de actualiteit en deze even belichten vanuit de rol van drie heren. Want de actualiteit maakt de lijnen meer dan ooit duidelijk.

Drie heren en één nacht

“Ik heb me nooit door dreigementen laten intimideren (...) De mensen die voor mij stemmen weten dat” zei Wiegel voordat hij, dinsdagnacht, zijn stem tegen de invoering van een referendum uitbracht. Opvallende woorden voor een man met een beperkt mandaat van de kiezer. Aan de verkiezing van de Wiegel is geen stem van een normaal mens in het land aan te pas gekomen. Als Wiegel wil staan voor zijn principes en zich daarvoor democratisch wil legitimeren dan neemt hij afstand van een politiek van partijen. Wiegel: dat is de rechtvaardiging van een rechtstreekse band tussen kiezer en gekozene door middel van een districtenstelsel.


“Ik heb niets met de 21ste eeuw” zegt Wim Kok. Mijn dochter, Eline, heeft 15 maanden in de twintigste eeuw geleefd en bij een normale levensverwachting zijn dat 900 maanden in de 21 ste eeuw. Eline heeft niets met Wim Kok. Kok, hebben we hem niet gemist de laatste weken. Hij trad niet op voor het Nederlandse volk bij aanvang van het militair optreden in Joegoslavië en zijn inzet om de afvallige senatoren tot de orde te roepen was beleefd maar ook verlegen. In het rapport over de Bijlmerramp is geconstateerd dat de Minister-President onvoldoende coördinerend en regisserend heeft opgetreden. Als Kok zegt dat die invulling van die taak niet past in de Nederlandse politieke verhoudingen en zo niet in de grondwet is omschreven dan is dat een pleidooi voor een gekozen minister-president.


“Het gaat om de zuiverheid: het gaat om de manier waarop er volgens ons in dit land politiek moet worden gemaakt (...) Deze crisis gaat over een open integere en consequente lijn in politiek handelen”, zegt Thom de Graaf. D66 moet evenwel politiek bedrijven in een structuur waarin we ons niet in thuis voelen. We zijn voor dualisme maar zien ons genoodzaakt om coalitiepartners aan hun afspraken te houden. We zijn voor korte regeerakkoorden die een goed debat in de kamer tussen regering en volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Dat is een pleidooi voor een democratie van het openbare debat. Dat is een pleidooi voor een politiek waar burgers meedenken en meebeslissen en niet een show-democratie met de media als verslaggevers van een vechtsport.

Kroonjuwelen en het probleem oplossend vermogen van de politiek

In de nacht van Wiegel is eens temeer bloot gelegd hoezeer de representatieve democratie een rituele dans is geworden en dat er reden is bezorgd te zijn over de ernstige devaluatie van onze democratie. Na 151 jaar is het tijd om het bouwwerk van Thorbecke grondig te hervormen. Niet omdat democra-tisering een hobby van ons is. Niet omdat we binnen de partij excelleren in wedstrijden staatskunde voor zaterdagamateurs. Niet omdat we willen spelen met hetzelfde speelgoed als onze buren in Europa Niet omdat we het laatste land van Europa zijn zonder gekozen burgemeester en zonder referendum. Waar het om gaat is dat we niet langer de problemen van de 21ste eeuw kunnen behandelen met de instru-menten van de 19de eeuw.

Onze kroonjuwelen: ze zijn er niet om mooi te wezen. Het zijn schijnwerpers die moeten bijdragen tot het oplossen van de problemen in onze samenleving en de sieraden in de inrichting van een sociaal-liberale samenleving. We moeten echter wel meer dan ooit kijken naar de effectiviteit van de kroonjuwelen en hun onderlinge samenhang. Ze moeten niet tot dogma worden ver-heven, noch met betrekking tot hun noodzaak als tot hun vormgeving. De frisse start die SLP aankondigen gaat vooral ook over de noodzaak van structurele veranderingen in onze democratische instellingen om een cultuuromslag in politiek en bestuur af te dwingen. Het is gemakkelijk om te wijzen op het gebrek aan kwaliteit van bestuurders en vertegenwoordigers. Het is gemakkelijk om te klagen over de te grote gerichtheid van de politiek op de 4de macht. Roepen om een mentaliteits-omslag is onvoldoende het gaat er om dat de structuur van het gedrag wordt verandert. Ook al denken we dat de zon om de aarde draait, de zon weet wel beter. De vraag is: wanneer komt Copernicus de democratie omkeren.

Wat is dan ons democratisch Heliopolis: daar hoort bij een volksvertegenwoordiging die een directe binding heeft tot de kiezer, maar dat hoeft niet perse in een districtenstelsel. Dat zijn gezagsdragers die een eigen legitimiteit hebben en rechtstreeks verkozen, maar hetzelfde gezag kan ook bereikt worden door een minister-president, gouverneur of burgemeester die binnen een week na de verkiezing van het vertegenwoordigend lichaam uit haar midden wordt gekozen met de opdracht een bestuur te vormen dat kan rekenen op een draagvlak. Dat is de mogelijkheid tot correctie van besluiten, niet door de eerste kamer maar door een correctief referendum. Edoch, een eerste kamer, rechtstreeks gekozen door de regio kan wellicht ook een zinvolle taak hebben en een consultatief referendum kan dezelfde werking hebben als een bindend correctief referendum. Dit zijn de kroonjuwelen en tezamen vormen ze een geheel dat kan bijdragen tot een betere band tussen burger en politiek en een aantrekkelijk openbaar debat Als we een nieuw staatsrechtelijk bouwwerk willen neerzetten, dan gaat het er niet om dat de vormgeving van de details geslaagd is maar dat het gebouw staat en functioneert. Het gaat dus om de samenhang der delen.

Dit is mooi maar het is onvoldoende. Ook al begrijpen vele kiezers waarom het afwijzen van het refe-rendum het waard is om een daad te stellen, dan nog vinden ook vele kiezers alleen het referendum niet belangrijk genoeg om een crisis te laten voortduren. We hebben de kiezers altijd een alternatief willen voorhouden, maar we zijn ook redelijk. We zullen dus moeten uitleggen dat de kroonjuwelen iets te maken hebben met de dagelijkse problemen die de burgers tegenkomen. Wie de krant leest weet dat er een verbinding ligt tussen maatschappelijke problemen en het vermogen van de politiek deze problemen aan te pakken. De media weten haarfijn die verbinding te leggen, behalve als de kroonjuwelen van D66 weer onder de loep worden genomen, dan valt de verbinding weg en worden we neergezet als een groep staatskundige fundamentalisten. Ik kan het niet anders zien dat Maarten van Rossum in de Volkskrant (dinsdag 25 mei) en Henk Hofland (woensdag 26 mei) Oostindisch blind zijn en bewust de verbinding niet willen zien en leggen. Ik zal ze een aan de hand nemen...

De verhouding Nederland-Europa is sterk veranderd tussen 1966 en 1999, de scheidslijn tussen het publieke en het private domein is evenzeer verschoven. De regent van 1966, een man in een verzuild maatpak, is in 1999 een flower-power wolf in schaapskleren (ruimdenkend maar met optieregeling). In 1966 was er sprake van en autistische overheid, in 1999 is de overheid schizofreen. Er is sprake van een voortwoekerende bureaucratisering en technocratisering van het openbaar bestuur. SLP wijzen daar telkenmale op als rode draad voor onze visie op de relatie burger en bestuur. De overheid lijkt meer op een dolgedraaid industrieel productieapparaat dat circulaires produceert, dan op een klantgericht systeem dat problemen oplost. De overheid produceert één pak, in één kleur, en één maat, voor één inkomensafhankelijke prijs. Ondertussen is de markt een digitale kleermaker geworden, door de invoering van nieuwe technieken, nieuwe vormen van strategische samenwerking en een nieuwe cultuur van zakendoen. De overheid vindt het prachtig en juicht toe aan de zijlijn. Maar zelf is ze niet in staat maatconfectie te leveren. Het is een droevig gezicht, maar we kunnen deze schizofrene overheid ook niet opsluiten. We gaan praten dus over een reïntegratietraject.

Van RSV schandaal tot Bijlmerramp weten we dat de overheid niet optimaal, functioneert. We weten ook dat alle parlementaire enquêtes aanbevelingen hebben opgeleverd voor beleid. Die aanbeve-lingen zijn vaak uitgevoerd, vaak ook niet. Uit de enquêtes ontstaat ook een beeld van de bestuur-lijke vernieuwing die moet worden gerealiseerd. Vele staatscommissies verder is er nog weinig verandert. De bestuurlijke vernieuwing leidt aan paralyse door analyse, een analyse die voortkomt uit de weerstand tegen bestuurlijke vernieuwing en onvoldoende visie op de samenhang tussen de voorstellen die we hebben gedaan voor een nieuwe overheid. Wat mij betreft moeten we niet in het volgende programma komen met nog een opdracht voor een staatscommissie over bestuurlijke vernieuwing. Een verkie-zings-programma is geen onderzoeksvoorstel maar een bundeling van uitgewerkte initiatieven en structurele hervormingen. We zullen allereerst moeten uitleggen dat het in de politiek niet alleen gaat om het oplossen van pro-blemen maar ook en vooral om het structureren van het probleem oplossend vermogen van de politiek . We zullen dus een relatie moeten leggen tussen de noodzaak van radicale democratisering en het ideaal van een sociaal-liberale samenleving. We zullen deze relatie onderbouwen met praktische voorbeelden en daarmee het electoraat aanspreken.

Een Sociaal-Liberaal programma

Nadat we jarenlang staatskunde voor zaterdagamateurs hebben bedreven zijn we onlangs overgegaan naar de Hoofdklasse B Staathuishoudkunde. Ons team is Sociaal-Liberaal, op de F-Side zit Opschudding maar ook de Business Box is goed gevuld, de SWB trekt de strepen en verdeelt de vakken, de partij-voorzitter zingt voor, de bestuursleden zwaaien druk aan de zijlijn, en over de kleur van de shirtjes wordt nog nagedacht. Er dreigt zich een schoonheidswedstrijd in de partij te ontketenen over wie het meest sociaal-liberaal is in het land. Een reine dwaas heeft op het laatste congres “sociaal-liberaal” ver-ge-leken met yoghurt. Het is noch links noch rechts-draaiend en bovendien vormloos. Je kunt het zoet eten met fruit, combineren tot prak in de muesli of gebruiken om de curry milder te stemmen. Yoghurt neemt de smaak en substantie van haar omgeving op. Net als Parsifal door de ridders van de heilige graal werd verbannen, kwam hij tot inkeer en zou de ridders uit hun lijden verlossen. Hij zag dat de voorzet stand hield, democratisch was, links-draaiend, biologisch en dynamisch. Ook yoghurt past in het 4-D Model en hij bekende zich ertoe, vol overgave en zowel met fruit als in de slasaus.

Er is de laatste jaren veel geïnvesteerd in het uitwerken van het begrip Sociaal-Liberaal. Herman Beun heeft een stevige aanzet in de laatste Idee gegeven. SLP geven vandaag een schets van het vermogen van het begrip sociaal-liberaal de uitdagingen die voor ons liggen in kaart te brengen. De kwaliteiten van het begrip Sociaal-Liberaal zijn echter afhankelijk van het uitwerken in concrete voor-stellen. Het gaat om het toepassen van het begrip sociaal liberaal op de inrichting van de ruimte, zoals vandaag wordt gedaan in het basisdocument. Het gaat om een visie op de financiering van de zorg, niet als een compromis tussen ziekenfonds en par-ti-culier maar als een integraal systeem zonder scheidslijnen. Het gaat om een visie op werk en inkomen. Uiteindelijk zal de test voor een sociaal-liberale visie liggen in de financiële onderbouwing van het verkiezingsprogramma en het voorstellen van een nieuw belastingplan. De PC zal samen met de SWB daartoe een discussie opzetten: hoe gaan sociaal-liberalen met geld om, want politiek dat gaat ook om geld.

De test voor een sociaal liberale visie is inderdaad de betekenis voor de mensen in het land. D66 heeft, om het begrip van Gramsci uit de kast te halen, een hegemonistisch programma. Een programma voor iedereen. Namelijk het hervormen van de instituties met als doel een betere grip van burgers op hun leefomgeving. Dit politieke project staat los van inkomensgroep, belangengroep of opleidingsniveau. In 1994 konden we zeggen dat: naast de inwoners van de grachtengordel D66 haar electoraat vinden bij de "geschoolde (hoofd)arbeider". Ze werken als zelfstandige ondernemer in de bouw en als kraamverzorger. Ze hebben een eigen huis, twee school-gaande kinderen en hebben een auto op de zaak. Ze wonen in Zevenaar , ze vinden zichzelf keurige burgers, licht geën-gageerd en zijn vooral bezorgd over de kansen voor hun kinderen en de verzorging van hun ouders. Ze hebben onlangs geld gegeven voor Kosovo.

Ze zijn bezorgd om het milieu en hebben een tropisch aquarium in de woonkamer. Ze zijn de PvdA ontgroeit en vinden de VVD te behoudend. Ze hebben in 1989 PvdA gestemd in 1994 op D66 en in 1998 op de VVD, (en in 2002 voor de LPF want ze voelden zich ongehoord!) maar eigenlijk zijn ze: sociaal liberaal. Ze weten alleen niet dat zij dat zijn en, erger, ze weten niet dat wij dat zijn. Dat zullen we moeten uitleggen. De laatste jaren weten ze het helemaal niet meer: ze willen weg bij de VVD want ze willen ook mee-denken over de inrichting van ons land, maar ze zijn nog niet bij terug ons bij ons want ze vinden dit een crisis niet waard. Toch vraagt de realisering van onze idealen: het structureel hervormen van het politiek bestel, dat we een breekijzer positie in de Nederlandse politiek innemen. Nodig is een structurele aanhang van tenminste 30 zetels. We hebben aangetoond deze aanhang te kunnen mobiliseren en we hadden ook de positie om deze aanhang te consolideren. Dat betekent programmatisch een programma waar mensen hun eigen leven in herkennen en die een visie vertaalt in concrete oplossingen

De politiek dient oplossingen te bieden voor reële problemen, zo zei Popper. Dat is dan pragmatisch in de 19de eeuwse betekenis van het woord namelijk een handelen gericht op het bereiken van een doel. Dat is niet een handelen gericht op onmiddellijk gewin en evenmin een handelen op basis van een theoretische conceptie van de wereld. In dit uitgangspunt staan we eerder in de lijn van de anglosaxische politici dan van de Rijnlandse of Gaullistische denkwereld. D66 heeft een stevige traditie waar het gaat om politiek die inspeelt op de problemen van vandaag en morgen. Toch is een pragmatische benadering geen vrijbrief voor doelloos handelen aangezien politiek handelen gericht is op het realiseren van een (in ons geval sociaal liberaal) politiek project. Het betekent ook dat de test van een sociaal liberale visie op mens en politiek ligt in de prak-tische uitvoering en de vertaling van een politiek project in concrete oplossingen voor vraagstukken van inrichting van de samenleving. Het gaat bij een pragmatische politiek er ook om dat we geen oplossingen doorvoeren zonder dat ze aan het democratisch debat worden voorgelegd. Geen rekeningrijden zonder referendum. Het gaat er ook om dat we bij de financiële onderbouwing van onze programma’s of onze concrete politiek handelen de zeker-heid geven dat we niet goochelen met de belangen van burgers en de toekomst van ons land.


We delen misschien de zorgen van Groen Links en delen we ook enigzins de programmatische vertaal-slag, maar zijn we in de benadering van de problemen sterker gehecht aan principes van zorg-vuldig bestuur maar ook aan het neerleggen van de verantwoordelijkheid bij de burger en het aandragen van instrumenten om bewuster te kiezen. Wij zullen niet zo snel verplicht een 32-urige werkweek voor ambtenaren invoeren om ons beleid te financieren en we zullen ook niet vasthouden aan een collectief vervoer in overheidshanden als een liberalisering van die markt zal leiden tot meer gedifferentieerd en klantgericht aanbod.

Het verschil tussen D66 en Groen Links is dat wij burgers en ondernemers vertrouwen mits ze door een calculerende overheid worden uitgelokt tot onverantwoord gedrag. Terecht spreken we de ondernemer aan op de verantwoordelijkheid zelf een goed beleid te voeren om ziekte en arbeidsongeschiktheid te voorkomen en daarvoor ook de verzekering te betalen. Terecht laten we de burgers vrij in de keuze van leefvorm en gezinsomvang maar we zullen nog grote gezinnen fiscaal belonen of bestraffen, we zullen wel bevorderen dat mensen vrij kunnen kiezen om zorg en werktaken te combineren.


Verbindingen in een programma

Deze verbindingen zullen we uitleggen aan de kiezer in 2002 of in 1999. Als we dit in 1999 zouden uitleggen dan zouden we het volgende kunnen zeggen in de inleiding: “Onze politiek is dat mensen hun leven naar eigen inzicht kunnen inrichten. Dat ze vrij zijn hun levensstijl en waarden te kiezen. Onze politiek neemt burgers als uitgangspunt die het respect van overheid en markt verdienen. Onze politiek is niet bevoogdend maar laat burgers ook niet over aan de jungle van de markt. Dat noemen wij een sociaal-liberale politiek. Dat is een politiek die niet uitgaat van een maak-bare samen-leving maar van een samenleving die we samen maken en waar we samen over beslissen. Een sociaal-liberale politiek is een radicaal democratische politiek.

Dat is geen luxe maar noodzaak: Nederland staat in de steigers, Europa behoeft groot onderhoud, Palestina staat in brand. Werken aan een duurzame economie, zorgen voor een leefbaar land, investeren in kennis en talent, zorg dragen voor zwakkeren en bouwen aan een vrij en welvarend Europa, zijn stuk voor stuk uitdagingen die we niet uit de weg gaan. Ook nu niet. Dit zijn geen uitdagingen voor alleen politici, maar uitdagingen voor ons allen. De politiek dat zijn wij allemaal”.

Na de inleiding zullen een aantal hoofdstukken volgen. We zullen het natuurlijk eerst hebben over de burger en het bestuur. Maar we zullen ook de verbinding leggen tussen de noodzaak tussen radicale democratisering en een sociaal-liberale visie op de ruimtelijke orde, de sociaal-economische orde en de internationale rechtsorde, en tenslotte op de financiële orde. In die volgorde.

Een leefbaar en duurzaam land

“Onze politiek dat is een visie ontwikkelen op de ruimte waar we in leven. Dat is beschermen van het uitzicht in een landschap dat dichtslibt. Dat is zorgen voor leefbare steden. Dat is het beschermen van waardevolle natuurgebieden, zoals de Waddenzee. Onze politiek dat is een visie op de economische plaats van Nederland. Het gaat om havens, Schiphol en trage stromen auto’s die door het laagland gaan. Het gaat om het bevorderen van een omslag in onze economie van mainport naar brainport, van verladen naar bedenken”.

Als dit onze politiek is dan zullen we daar programmatische voorstellen voor doen,. We zullen wets-initiatieven nemen en wetten beoordelen, we zullen investeringen in infrastructuur goedkeuren of afkeuren, we zullen bestemmingen aanwijzen, voor wonen, werken en recreeren. We zullen dan maar een consultatief referendum over rekeningrijden uitschrijven. Om te weten wat de mensen er van vinden. Maar dat is niet genoeg.

De inrichting van Nederland vraagt ook om een publiek debat, een discussie over nut een noodzaak, een proces van interactieve beleidsvorming. Maar als wij een grote waarde hechten aan de versterking van de rol van het parlement dan zou deze discussies vanuit het parlement moeten worden geïnitieerd. Niet alleen binnen het parlement, maar door haar leden door middel van onderzoek, hoorzittingen, werkconferenties en ontmoetingen in het land. Onze politiek is een politiek van het publieke debat, dat is een volksvertegenwoordiging die het debat organiseert en besluiten neemt. Onze politiek laat niet de inrichting van het debat over aan ministeries en consultants en neemt geen genoegen met een parlement als raad van commissarissen. Onze politiek is niet een compromis in een torentje maar een publieke afwe-ging in het parlement. Onze politiek dat is een debat in een kleinere kamer met een grotere publieke tribune Onze politiek dat is een debat over de grote lijnen en niet over de dienstregeling van de NS. Onze politiek dat is niet het doordrukken van een beslissing maar het voorleggen door een referendum over de beslissingen die de schoonheid van ons land bepalen.

Een innovatieve/sociale samenleving

“Onze politiek dat is het bevorderen van een innovatieve economie. Dat is ruimte creëren voor mensen met kennis en talenten, die innovatieve en verantwoorde ondernemers willen zijn. Dat is de durf om het belasting-stelsel te hervormen. Dat gaat om het belonen van arbeid en van initiatief maar ook het zwaarder belasten van consumptie en milieu. Onze politiek dat is ruimte creëren voor harmonieuze relaties tussen werknemers en werk-gevers en voor een leven waarin zorg en arbeid naast elkaar kunnen gaan.
Dat is ook zorgen dat iedereen echt mee kan doen. Door een sociale zekerheid die bevrijd en niet beknelt. Door het inrichten van één echt loket voor elke werkzoekende. Door het behouden van de ouderen in het werkproces maar ook door het actief weer op weg helpen van arbeidsongeschikten en gehandicapten. Onze politiek dat is investeren in onderwijs. Zorgen dat onze kinderen in basis, middelbaar en hoger onder-wijs toegerust zijn om hun talenten te ontplooien en actieve en betrokken burgers te worden. Onze politiek dat is een garantie dat mensen de zorg krijgen waar ze voor verzekerd zijn. En ook snel. Het is zorgen dat de patiënt centraal staat”.

Als dit onze politiek is dan zullen we daar een financiële onderbouwing voor geven, we zullen begro-tingen opstellen of beoordelen. We zullen subsidieregelingen in het leven roepen en slimme fiscale instrumenten ontwikkelen. We zullen een werkbezoek houden naar een leuk project voor de integratie van WAO’ers en met een grote glimlach een lint doorknippen bij een vensterschool. We zullen de uitgaves controleren en pleiten voor doelmatigheid. We zullen een kamervraag stellen over een onregelmatigheid. We zullen streven naar een nieuwe studiefinanciering en een nieuw stelsel van zorgverzekering. Dat is prima maar niet genoeg.

De organisatie van de samenleving betekent ook dat ondernemers werken op basis van heldere, simpele en samenhangende regelgeving. Onze politiek is aandringen op deze regelgeving door het inrichten van een parlementaire commissie die een permanente taak heeft in het bewaken van de kwaliteit van wetgeving en het opsporen van overbodige regelgeving. Dat zal zijn doordat de Raad van State aan de Kamer en niet aan de Regering adviseert. Dat zal zijn doordat het parlement een eigen staf heeft die in haar naam zaken kan opsporen en uitzoeken. Dat zal zijn het opheffen van de verkokering tussen departementen en parlementaire commissies. Dat is het geven van voldoende middelen aan parlementariërs om in contact te treden met de mensen waar het om gaat en niet afhankelijk te zijn van de voorverpakte berichten uit het middenveld. Onze politiek is ook het doorbreken van de macht van de instellingen doordat de burger betaalt en bepaald. Onze politiek dat is het uitbreiden van het persoonsgebonden budget in de zorg en het onderwijs. Onze politiek dat is het verankeren van de zeggenschap van ouders in het schoolbestuur, het verzekeren van de inspraak van asielzoekers, patiënten en bewoners. Onze politiek is ook het belonen van vrijwilligerswerk door een fiscale vrijwilligersforfait in aanvulling van het arbeidskostenforfait en het verruimen van de belastingaftrek voor giften.

Een veilige en herkenbare omgeving

“Onze politiek dat is samen werken aan een veilige omgeving. Niet door camera’s maar door elkaar in de ogen te kijken. Dat is ook zorgen dat burgers bepalen hoe hun leefomgeving er uit ziet. Onze politiek dat is het bevorderen van vrede en veiligheid in de wereld, door het opkomen voor mensen-rechten, door het nastreven van duurzame ontwikkeling, waar dan ook in de wereld. Door het aangaan van politieke en economische samen-werking waar het kan maar ook met militair optreden waar het niet anders kan. Dat gaat ook door samenwerking binnen een democratisch Europa om zo samen sterker te staan. Onze politiek dat is erkennen dat zij die vluchten voor onrecht hier een zekere plaats hebben en dat zij die talent hebben hier een kans krijgen”.

Als dit onze politiek is dan zullen we stadsdebaten houden en om een Postbus 51 campagne vragen. We zullen het dualisme in het lokale bestuur bevorderen, we zullen meer inspraakrondes houden over de inrichting van de straat. We zullen ons druk maken over schrijnende gevallen en generaal pardon voor niet uitzetbare witte-illegalen vragen. We zullen ook onze stem laten horen in de Raad van Ministers in Europa. We zullen streven naar een eigen zetel in de veiligheidsraad. We zullen deelnemen aan internationale organisaties. We zullen ons constructief opstellen in onderhandelingen en we zullen plechtige verklaringen afleggen op conferenties. Dit is allemaal sympathiek, maar onvoldoende.

Een veilige omgeving vraagt om meer. Onze politiek zal zijn het instellen van wijkraden die de middelen krijgen om hun omgeving in te richten. Dat is ook een kritische doorlichting van het model van Thorbecke, dat is een fundamenteel debat over de plaats van de provincie en de gemeente. Onze politiek dat is het in het leven roepen van regio’s die de problemen kunnen oplossen en een vuist in Europa kan maken, dat is het doortrekken van het principe van subsidiariteit van Europa tot de buurt. Dat is het tegengaan van grootschaligheid en het doorbreken van bureaucratische structuren. Als de Eerste Kamer toch blijft bestaan laat deze dan via een districtenstelsel rechtstreeks gekozen worden en toezien op de verhoudingen tussen de bestuurslagen . Internationaal zal onze politiek vragen om een democratisch Europa. Het zal een Europa zijn waar internationale criminaliteit wordt beteugeld door internationale opsporingsinstanties die onder democratische controle staan. Internationaal zal onze politiek leiden tot de instelling van een orgaan die de invoering en handhaving van vrije maar duurzame handel kan afdwingen op basis van klachten van burgers en bedrijven. Onze politiek dat is het versterken van de burgerlijke samenleving en het bevorderen van veiligheid en ontwikkeling door het ondersteunen van burgerinitiatieven en het afdwingen van goed bestuur.

Afronding

Dit is waar D66 voor staat en zal staan. Dit is een sociaal-liberaal perspectief voor de 21ste eeuw. Dit is de inzet waar we samen aan willen werken. Dit is de opdracht van de Programmacommissie. Voor nu en voor later. Als D66 haar eerste gekozen minister president zal hebben dan zal dit zijn programma zijn. Als D66 een hoofdstroming in de Nederlandse politiek is, en niet langer hoeft te laveren tussen een sociaal-democratische kant en een conservatief liberale wal dan zal dit werkelijkheid zijn.

Terug naar de Mei van Gorter, voordat juni om middernacht aanbreekt en we ons afvragen hoe snel de lijm zal drogen in de komende maand. Laten wij ons nu maar blijven bezighouden met de 21ste eeuw. In de 21ste eeuw komen we met nieuwe juwelen. Die hebben te maken met de versterking van de rol van het parlement, die hebben te maken met het doorbreken van de gruwelijke omarming van politiek en ambtelijk apparaat, die hebben te maken met ontkokering, verplatting en flexibiliteit van de overheid, die hebben te maken met de ruimtelijke ordening van het bestuur, die hebben te maken met de zeggenschap van burgers in hun leefomgeving. Die hebben te maken met een markt en/of een overheid die respect heeft voor de klant/patiënt/leerling en op maat zijn diensten levert. Die hebben te maken met het geven van verantwoordelijkheden aan degenen die verantwoordelijkheid dragen, zoals artsen, buschauffeurs, politieagenten, kraamhulpen, verkeersleiders die nu vooral bezig zijn met tijdschrijven, het werken volgens protocollen en het maken van rapporten. Het zou moeten gaan om naar eer en geweten het werk te doen dat waardevol is voor de klant en voor henzelf . Als ze dat op een verantwoorde wijze doen mogen ze er ook aan verdienen. Dat is een sociaal-liberale politiek. In die zin geven SLP terecht aan dat een sociaal-liberale politiek een politieke op menselijke maat is, die de effectieve toegang van de burger boven de efficiënte inrichting van de diensten stelt. Effective Citizen Response zou dat in marketing termen kunnen heten.

Als D66 niet meer zou bestaan zouden we nu een sociaal liberale beweging oprichten. Als D66 zou verwelken zou uit een groene scheut een nieuwe bloem komen. In de zonnebloem ligt de verbinding legt tussen radicale democratisering en een sociaal liberale perspectief. In de zonnebloem herkennen we het Latijnse woord “sol”: zon der gerechtigheid verlicht ons (de spreuk van de universiteit in deze stad). In het woord “sol” treffen we de letters “SO” uit Sociaal en L uit Liberaal aan. De kleur van de zonnebloem is geel (geen commentaar). De zonnebloem verwijst naar het Heliopolis uit de liederen van Schubert. Ook voor sociaal-liberalen brengt de morgenstond goud in de mond.


Dr.M.R. (Michiel) Scheffer,
Voorzitter Programmacommissie
Democraten 66