Voor de troepen uit, deel 2

 

De verkiezingsuitslag van 15 mei was voor D66 een verpletterende uitslag. Het doel aan het begin van de campagne was een uitslag met dubbele cijfers. Een verlies van 4 zetels ten opzichte van de situatie 1998-2002 was daarmee ingecalculeerd. Een uiteindelijke uitslag van 7 zetels kan niet anders leiden dan de conclusie dat de campagne gefaald heeft! De situatie wordt des te schrijnender door de positie van D66 ten opzichte van de andere partijen. Op 15 mei stond het al vast dat er een regering zou moeten komen van CDA, LPF en VVD. Tegenover zo'n centrum rechtse coalitie komen vier linkse partijen te staan, waarvan D66 voor het eerst in haar bestaan de kleinste is. Dat maakt een voorname oppositierol vrijwel onmogelijk! Het zal een enorme klus worden om media aandacht te krijgen op basis van een inhoudelijke inbreng. Het wordt nog extra lastig, omdat ook PvdA en Groen Links zich moeten herstellen van respectievelijk een dreun en een fikse tik! Om terug te komen in de regering zal de PvdA een gematigde oppositie moeten voeren en zullen Groen Links en de SP de linkerflank gaan bedienen. De crises voor D66 is zelden zo ernstig geweest!

 

Inhoud en verkoop

D66 heeft lange tijd volgehouden dat de partij heel veel ideeën heeft, maar dat we die niet goed verkopen. Wordt het zo langzamerhand niet eens tijd te erkennen dat D66 de afgelopen 10 jaar al lang niet meer de ideeënpartij van Nederland is. En wordt het niet hoog tijd om aan de totstandkoming van nieuwe inzichten en oplossingen voor maatschappelijke problemen iets te gaan doen? Vrome voornemens over het opstellen van sociaal liberale perspectieven en veel intern debat of nog liever dialoog zijn nog steeds niet echt geëffectueerd. In mijn beschouwing Voor de troepen uit van augustus 1999 heb ik al gepleit voor inhoudelijke vernieuwing en een structuur voor dialoog en debat (zie www.michielverbeek.nl onder 'documenten').

 

Pim Fortuyn

De afgelopen verkiezingen zijn volledig gedomineerd door het optreden en de moord op Pim Fortuyn. De PvdA en de VVD hebben veel last gehad van de opkomst van Fortuyn, het CDA heeft electoraal veel profijt gehad van de dood van Fortuyn. De aantrekkingskracht van Fortuyn valt te verklaren uit drie elementen: hij was veel menselijker dan de andere politici; hij keerde zich tegen de gevestigde orde en hij had grote leiderschapskwaliteiten. Deze drie elementen konden goed tot wasdom komen in een klimaat van de afbrokkeling van Paars en de angstgevoelens en verwarring bij veel mensen. Angstgevoelens en verwarring voor de eigen leefomgeving en de ontwikkeling van de samenleving. De gebeurtenissen van 11 september en de antwoorden daarop hebben daar alles mee te maken. Fortuyn was vaak vrolijk, gepassioneerd en volkomen transparant. Iedereen mocht alles van hem weten. Daarin onderscheidde hij zich van andere politici. Die maakten meer de indruk dat ze liever dingen achterhielden. Melkert was daar de absolute koploper in! Fortuyn had overal een mening over en je kon goed nagaan hoe zijn mening tot stand kwam.

Uit het onderzoek van het bureau Motivaction als onderdeel van het rapport 'In dienst van de democratie' van de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie  onder leiding van Jacques Wallage bleek dat 16% van de bevolking geen affiniteit met de overheid en de politiek heeft, 22% wel maatschappelijk betrokken, maar een grote afstand heeft tot de overheid, 42% niet direct betrokken bij de overheid, maar op hoofdlijnen wel geïnformeerd en slechts 20% vertrouwen heeft in de overheid en bij uitstek coproducent van beleid is. Pim Fortuyn heeft met zijn open en menselijke manier van optreden en zijn niet aflatende aanschoppen tegen de gevestigde orde een groot deel van de 80% van de bevolking die geen directe band met de overheid heeft, aangesproken. De leiderschapkwaliteiten van Fortuyn gaven veel mensen het alibi om zich niet zelf te verdiepen in de analyse van problemen of het bedenken van de oplossingen. Zij lieten dat met een gerust hart over aan de nieuwe leider!

Politici die denken dat veel burgers door Fortuyn betrokken willen worden bij het bestuur maken een grote vergissing. Daarom is het advies om allemaal de kroeg en de wijken in te trekken ook volstrekt verkeerd! De groep die echt wil meedoen met het bestuur is klein en blijft klein. Wat veel mensen wel willen is het gevoel krijgen dat ze serieus genomen worden. Ze willen vertrouwen stellen in mensen die voor hun iets gaan doen. Dat bood Fortuyn ze!

PvdA, D66 en Groen Links hebben in de campagne richting Fortuyn teveel 'op de man gespeeld' en te weinig met argumenten de inhoud bestreden. Jan Marijnissen heeft dat slimmer gedaan. Dat geldt trouwens niet voor de mensen na hem op de lijst. In veel debatten die ik tijdens de campagne heb gevoerd werd door vertegenwoordigers van de SP Fortuyn met grote regelmaat gevaarlijk, rascist of de 'Hollandse Haider' genoemd. Ik vind het jammer dat D66, als milieupartij, nooit de 'anti milieu' standpunten van Fortuyn heeft aangegrepen om aan de kiezers te laten zien wat het inhoudelijke verschil is?  

 

Het boek van Fortuyn

Het boek 'De puinhopen van Paars' is een aanzet tot discussie. Het is prijzenswaardig in de politiek dat er nieuwe inzichten en oplossingen voor taaie problemen in discussie gebracht worden. De punten die in lijn liggen van het gedachtegoed van D66 of die ik interessant vind zijn:

-         In de zorg moet de band tussen zorgvrager en zorgaanbieder hersteld worden. En we moeten af van het Oost Europese systeem van budgetteren.

-         De inzet van ICT in de zorg biedt goede mogelijkheden om geavanceerde technologie te combineren met de menselijke maat in behandelcentra.

-         Het afrekenen met de bureaucratie in de zorg van clubs als het College van Tarieven en de Colleges van Bouw en Sanering Ziekenhuisvoorzieningen.

-         De noodzaak van diepgaand onderzoek naar de medische consumptie binnen verschillende sociale categorieën. Deze wens is ook geuit bij de evaluatie van het Grote Stedenbeleid.

-         De verplichting van de Basisvorming en het Studiehuis schrappen.

-         Het belang van onderwijs en het denken vanuit de kern bij het onderwijs: de relatie docent-leerling.

-         De anti-crimefighters teksten in het boek.

-         De gedachte van de ICT-paviljoens. Een mogelijkheid om meer mensen de ellende van files te besparen!

-         De voorkeur voor kleinschaligheid en de menselijke maat in de zorg en het onderwijs.

-         Staatkundige vernieuwingen als gemengd districtenstelsel, de gekozen minister-president en burgemeester, referenda, afschaffen van de Eerste Kamer en de toetsing van de wetgeving door de Raad van State en een kernkabinet met onderministers.

-         De afkeer van de 'war on terrorism' en de 'war on drugs'.

 

De punten die ik slecht vind zijn:

-         Fortuyn is geen voorstander van interactieve beleidsvorming. Hij is tegen het in een vroeg stadium betrekken van burgers bij het beleid. Hij vindt dat zonde van de tijd.

-         Het wegstoppen van 'bolletjesslikkers' in kooien.

-         De tirade tegen het integratiebeleid. En het gebrek aan realiteitszin met betrekking tot de resultaten van een beleid dat in 1998 is gestart!

-         Geen enkele aanzet tot verdere uitwerking van het ingezet integratiebeleid. Het integratiebeleid wordt niet beoordeeld op de doelstellingen bij de start van het beleid, maar aan de hand van de overblijvende problemen.

-         Fortuyn pleit voor concrete doelstellingen en beoordeling van de resultaten langs de meetlat van de eigen doelstellingen, maar hij beoordeelt Paars systematisch anders. Anders zouden de uitkomsten ongunstig voor hem uitpakken!

-         De afkeer van Fortuyn van het beprijzen van automobiliteit.

-         Zijn WAO plannen zijn uitsluitend bedoeld om de financiële last terug te dringen. Ik vind dat het systeem gericht moet zijn op het helpen van mensen uit een situatie van arbeidsongeschiktheid. Het startpunt van denken is volstrekt verschillend.

-         Het afschaffen van de huursubsidie en teruggrijpen naar de objectsubsidies.

-         Fortuyn wil geen actief klimaatbeleid. Hij schrijft over het 'heilloze Kyoto'. Voor D66 is een duurzame ontwikkeling van onze economie van essentieel belang.

-         Fortuyn is tegen het ontwikkelen van natuurgebieden.

-         Fortuyn is voor kernenergie.

-         Fortuyn is voor intensieve veehouderij en bontfokkerijen.

-         Het splitsen van gemeenten. Van de huidige 500 terug naar zo'n 1.000.

-         De bejegening van andere culturen.

 

Bij het standpunt over asiel- en integratiebeleid moet ik iets langer stilstaan. Het standpunt van Fortuyn over het voorlopig stopzetten van de instroom en werken aan de integratie van de huidige nieuwkomers ligt eigenlijk veel minder ver af van het ingezette Paarse beleid dan sommigen willen doen geloven. Paars vond dat de instroom te omvangrijk werd. De instroom moest worden teruggedrongen. Dat was het primaire doel van de nieuwe Vreemdelingenwet. Met een verminderde instroom en een verbetering van de procedures zouden asielzoekers sneller weten waar ze aan toe zijn. De VVD ging een stapje verder door in de discussie op een gegeven moment aan te geven dat de instroom niet hoger mocht zijn dan 16.000. Leefbaar Nederland ging op 10.000 zitten en Fortuyn op nul. Voor degenen die in Nederland mogen blijven moet een snelle en effectieve inburgering plaatsvinden. Wat ik zo gemist heb in de discussie is aandacht voor meer differentiatie in het aanbod van taalcursussen en de mogelijkheden van taalles en maatschappelijke oriëntatie op de werkplek. Er zijn goede voorbeelden in den lande, maar er is te weinig budget beschikbaar. Als Nederland het voor de sociale samenhang van groot belang vindt dat asielzoekers met een verblijfsvergunning zo snel mogelijk integreren dan moeten nieuwkomers Nederlands leren en geholpen worden een netwerk op te bouwen. Het netwerk is noodzakelijk om het geleerde op school over belangrijke waarden en normen te laten beklijven. Als nieuwkomers na de lessen bij het Regionaal Opleidingen Centrum direct weer teruggaan naar hun eigen landgenoten dan komt het 'geleerde' niet tot leven. Integratie lukt alleen goed als nieuwkomers zelf graag onderdeel willen zijn van de Nederlandse cultuur of niet de mogelijkheid krijgen om zich voor vrijwel het volledige leven terug te trekken in de eigen wijk. Dat er zulke wijken in Nederland zijn ontstaan is logisch. Het heeft alles te maken met de gedachte dat voor velen het verblijf tijdelijk zou zijn en dat er voor de huisvesting gedacht werd aan goedkope woningen die nu eenmaal bij elkaar zijn gesitueerd. Dat er 'zwarte scholen' ontstaan is voor de hand liggend. Als vervolgens blijkt dat zwarte scholen gemiddeld significant slechter scoren dan zijn er wat mij betreft twee mogelijkheden. Het niveau opkrikken door versterking van het docententeam en met intensivering van programma's. Of door scholen midden in een allochtone wijk te sluiten en een nieuwe te bouwen op de grens tussen een 'witte' en een 'zwarte' wijk. Op die manier kan er weer gemengde instroom plaatsvinden. 

 

LPF, de rechtse D66

Het is mijns inziens een grote fout geweest om Pim Fortuyn te verketteren en op zo'n vroeg moment in de campagne de lijst Pim Fortuyn uit te sluiten voor samenwerking in een kabinet. Terwijl D66 in het begin van de campagne gezegd heeft pas op het laatst aan te zullen geven met wie ze graag in een kabinet zou willen zitten. In de opvattingen van de LPF zitten erg veel elementen waar D66 prima mee uit de voeten kan. De vooruitgang op het gebied van de institutionele vernieuwingen hebben wij straks aan Fortuyn te danken! Die heeft gezorgd voor een doorbraak. Op de terreinen van zorg, onderwijs en drugsbeleid had D66 prima zaken kunnen doen met de LPF. Op het gebied van integratiebeleid had Roger van Boxtel de leden van de LPF kunnen laten zien wat wel werkt en wat niet! Op het terrein van asielbeleid zou D66 de LPF kunnen voorgaan in iets meer internationaal denken, iets meer menselijk gevoel en meer aandacht voor een fatsoenlijke rechtsgang. Alleen op het terrein van milieubeleid hadden we een groot probleem gehad. Al met al zou D66 makkelijker in een kabinet kunnen gaan zitten met de Christen Unie dan met de LPF? Als je kijkt naar de ontstaansgeschiedenis van de LPF dan zijn er veel gelijkenissen met de komst van D66. Aanschoppen tegen de gevestigde orde. De politieke cultuur willen veranderen. Misschien is de LPF wel 'de rechtse D66'! 

 

De grote verkiezingsthema's

De grote verkiezingsthema's waren zorg, onderwijs en veiligheid. Over de problemen op deze terreinen waren de politieke partijen het aardig eens. Teveel bureaucratie in de zorg, bij het onderwijs en bij de politie. Vraag en aanbod in de zorg komen niet bij elkaar, vanwege de budgettering. Het niveau van het onderwijs loopt zienderogen achteruit en het lerarentekort dreigt rampzalig te worden. Het gevoel van onveiligheid neemt toe. In het openbaar vervoer en de publieke domeinen is veel agressie. In de grote steden is onvoldoende antwoord op verloedering en vervuiling van bepaalde wijken. Wat dit laatste punt betreft kan ik heel droevig worden van verhalen dat bij bepaalde woonblokken het afval van 10 hoog naar beneden geflikkerd wordt. Vervolgens maak ik mij heel kwaad dat dergelijke verloedering en vervuiling van wijken aan de Rijksoverheid wordt verweten. Hier is de gemeente als eerste verantwoordelijk. Het is toch te gek voor woorden dat er wethouders van grote steden op de televisie verschijnen die de regering aanspreken op onveiligheid en verloedering in de stad. Het zijn juist die wethouders die veel kunnen doen! Als ze het echt belangrijk vinden dan moeten ze daar prioriteit aan geven! Daarom is het volkomen terecht dat de PvdA in Rotterdam is afgestraft!

De antwoorden op de bovengenoemde problemen zijn niet veel verschillend. Tenminste 5.000 meer agenten aanstellen. En als het budget het toelaat zullen de korpschefs op hun wenken bediend worden met 8.000.  Bij de roep om meer blauw op straat moet niet worden vergeten dat recherchewerk vaak binnen gebeurd en zonder blauw uniform. En we willen toch ook graag dat misdrijven worden opgelost! Bij het onderwijs kwamen de politici vaak niet veel verder dan dat de scholen meer vrijheid moeten krijgen en de onpersoonlijke leerfabrieken ontmanteld moeten worden, dat de scholen schoner moeten en dat Zoetermeer minder regels moet opleggen. In de zorg zal het aanbod moeten worden uitgebreid. Dat kan met meer particulier initiatief en door het aanbod de vraag te laten volgen. Dat betekent echter dat de zorg veel meer gaat kosten. Dat wordt door alle partijen geaccepteerd. De vraag is alleen nog of de meerkosten via een nominale premie zal verlopen of een collectieve premie of een combinatie. Het ziet er naar uit dat de CDA/VVD/LPF combinatie voor de eerste optie kiest.

 

Thema's van D66 in de campagne

Voor D66 was en is onderwijs topprioriteit, maar heeft D66 dat in de beeldvorming weten over te brengen. Ik vrees van niet. De opmerking dat D66 het meeste geld wil uitgeven voor onderwijs heeft uitsluitend geleid  tot een ruzietje met de SP. Bij kiezers maakt het geen moer uit of de ene partij nu 100.000 euro meer of minder uitgeeft. Tijdens de campagne heeft oud minister Hans Wijers de investeringen in het onderwijs geplaatst tegen de achtergrond van de ambitieuze doelstelling om van Nederland een toonaangevende kennissamenleving te maken. Jammer dat dat pleidooi niet is overgenomen en verder is uitgewerkt!

 

Artikel 23 over de vrijheid van onderwijs

D66 heeft de discussie over artikel 23 van de Grondwet aangezwengeld vanwege een aantal gevallen waarbij allochtone kinderen de toegang tot bijzondere scholen geweigerd werd. De vraag is of voor dat probleem artikel 23 uit de kast gehaald moest worden. Het artikel luidt als volgt:

  Art. 23 . - 1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.
- 2. Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en, voor wat bij de wet aangewezen vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een en ander bij de wet te regelen.
- 3. Het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bij de wet geregeld.
- 4. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoend openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven.
- 5. De eisen van deugdelijkheid, aan het geheel of ten dele uit de openbare kas te bekostigen onderwijs te stellen, worden bij de wet geregeld, met inachtneming, voor zover het bijzonder onderwijs betreft, van de vrijheid van richting.
- 6. Deze eisen worden voor het algemeen vormend lager onderwijs zodanig geregeld, dat de deugdelijkheid van het geheel uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs en van het openbaar onderwijs even afdoende wordt gewaarborgd. Bij die regeling wordt met name de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers geëerbiedigd.
- 7. Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend.
- 8. De regering doet jaarlijks van de staat van het onderwijs verslag aan de Staten-Generaal.

Artikel 23 van de grondwet gaat over de vrijheid van onderwijs en geeft geen antwoord op de vraag of een katholieke school een islamitische leerling kan weigeren. De religieuze overtuiging van de desbetreffende leerling laat die vrijheid immers onverlet. Het antwoord op de vraag moet veeleer worden gezocht in artikel 1, het discriminatieverbod. Als de godsdienst van de leerling de reden is voor weigering is dat in strijd met het discriminatieverbod.

 

Artikel 1 van de Grondwet en de vrijheid van meningsuiting

De commotie over de vermeende strijd tussen het discriminatieverbod (artikel 1) en de vrijheid van meningsuiting (artikel 7) is ongegrond. Het zijn beide rechten die iedere individuele burger toekomen. De vrijheid van meningsuiting houdt niet in dat je alles mag zeggen wat je wilt, maar alleen dat je geen voorafgaande toestemming nodig hebt voor de openbaarmaking van je mening. Het openbaar maken van een mening kan op zichzelf nooit in strijd zijn met het discriminatieverbod, zoals een pleidooi voor moord geen moord kan zijn. Voor zowel het één als het ander is een daad vereist.

Tussen het discriminatieverbod (artikel 1) en de vrijheid van godsdienst (artikel 6) is wel een zekere spanning denkbaar. Als mijn godsdienst discriminatie voorschrijft, mag ik dan op grond van artikel 6 artikel 1 schenden? Het antwoord is nee, want de vrijheid van godsdienst is net als de vrijheid van meningsuiting niet absoluut. Beide gelden behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. En de wet (artikel 1) verbiedt discriminatie. Ik vind dan ook dat een staatkundig gereformeerde school een homofiele, joodse negerin die bereid en in staat is staatkundig gereformeerd onderwijs te geven niet als docent mag weigeren op de enkele grond dat zij de verkeerde smaak, het verkeerde geloof, de verkeerde huiskleur en het verkeerde geslacht heeft. Wel kun je je natuurlijk afvragen wat zo’n vrouw bezielt?

De jurisprudentie gaat overigens nogal ver in de bescherming van de godsdienstvrijheid, als het gaat om de godsdienstige belediging van homofielen. De keerzijde van het ezeltjesproces?

Zelf ben ik overigens meer een voorstander van rechterlijke bescherming tegen daden dan tegen woorden. Als de gekken niet meer mogen schelden, gaan ze misschien wel schieten.

 

Successen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst

Als D66 hoog staat in de peilingen dan zal de werkelijk altijd iets lager uitpakken, maar als D66 laag staat in de peilingen dan zal de werkelijkheid wel iets hoger uitpakken. Deze ervaring uit het verleden gaat niet meer op. En ik voorspel dat een andere ervaring uit het verleden ook niet meer op zal gaan. En dat is de gedachte dat het electoraal weer goed zal gaan met D66 als we in de oppositie zitten. Ik geloof daar niets van. Zeker niet in de huidige politieke situatie. Als kleinste linkse oppositiepartij zonder onderscheidende thema's en een samenhangende aansprekende visie op de gewenste samenleving zal er nauwelijks of geen media aandacht zijn voor D66. Dan zal er geen relatie worden opgebouwd met potentiële kiezers.

 

Tijd voor nieuwe thema's

In 1966 is D66 in de Tweede Kamer gekomen met 7 zetels. Na 36 jaar is daar geen zetel bijgekomen. In de afgelopen campagne is de zoveelste poging gedaan om de democratische vernieuwing als onderscheidend onderwerp ten tonele te voeren. Een half jaar geleden leverde dat niet zelden de associatie op van stoffig jaren-60 gepraat, maar tijdens de campagne en na 15 mei is er sprake van een revival van de onderwerpen. Maar niet door D66, maar door Pim Fortuyn. D66 moet die onderwerpen loslaten en hopen dat de LPF het voor elkaar krijgt om een stap verder te komen met de gekozen burgemeester, de gekozen minister president, een gemengd districtenstelsel en een klein kernkabinet met veel onderministers. D66 had zich al veel eerder moeten richten op andere thema's. Onze voorloperfunctie op dit terrein is voltooid. Een kleine partij die voor de troepen uitloopt moet blij zijn als een grote partij het gedachtegoed overneemt! Voor mij is duurzame ontwikkeling of te wel de verzoening van economische groei en vermindering van milieubelasting een thema bij uitstek voor D66. Vanuit dat thema is een visie op de samenleving te formuleren. Onderwerpen als biotechnologie, globalisering, ICT en de uitbreiding van Europa zullen daarbij betrokken moeten worden. Er moet leiding gegeven worden aan het debat over een sociale geëcologiseerde markteconomie. Een ander thema, waar ik 1999 al voor heb gepleit is de 'lerende samenleving'. Ik zou dat nu in navolging van Hans Wijers 'de toonaangevende kennissamenleving' willen noemen. Goed onderwijs is daarvoor de belangrijkste grondstof. Goed onderwijs kan helpen in de strijd tegen verloedering en dom geweld! Het kan helpen in de strijd van het fatsoeneren van het menselijk gedrag. Maar dan moeten er wel gedachten ontwikkeld worden over hoe die school dan moet functioneren en hoe de nieuwe school gerealiseerd moet worden. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan het opbouwen van een nieuwe structuur voor voortgezet onderwijs vanuit de professionals uit het onderwijs, de docenten en aan een forse intensivering van het concept de Brede school. Over een nieuw schoolconcept heb ik een aantal beschouwingen geschreven (zie www.michielverbeek.nl onder 'meningen').

 

Tijd voor partijvernieuwing

Met de huidige 7 zetels in de Tweede Kamer, zonder aansprekende nieuwe thema's, zonder charismatisch leiderschap, zonder worteling op lokaal niveau zie ik geen aantrekkelijk perspectief voor een zelfstandig D66. Voor mijn gevoel is de tijd aangebroken om te gaan werken aan nieuwe partijvorming. Waarschijnlijk is de mogelijkheid van een progressieve volkspartij nog nooit zo gunstig geweest. In het verleden had of de PvdA er op korte termijn geen baat bij of D66 zag meer heil in zelfstandigheid. Beide partijen hebben nu een fikse dreun van de kiezers gekregen en hebben beide baat bij vernieuwing. 

Als D66 onverhoopt geen heil ziet in de progressieve volkspartij, dan stel ik voor om aan de fractie van 7 een aantal jonge mensen toe te voegen, die niet alleen jong zijn, maar opvallen door hun inhoudelijke bijdragen en creativiteit en de ambitie hebben om in 2006 kamerlid te worden. Deze club van 5 tot 7 personen zou tenminste 1 dag van de week voor de fractie moeten werken. Dat betekent dat ze de wekelijkse fractievergadering bijwonen en meedoen aan het opstellen van een inhoudelijk offensief. D66 zou visies en voorstellen moeten gaan ontwikkelen voor een groot aantal onderwerpen vanuit de gedachte dat ze de absolute macht heeft. Als het aan D66 zou liggen wat zou er dan heel concreet met het onderwijs, de zorg, het veiligheidsbeleid, met bevorderen van duurzame ontwikkeling, met de mobiliteit enz. moeten gaan gebeuren. Die verhalen vormen vervolgens de inzet voor de dialoog en het debat in en buiten het parlement! Deze club zou voor het werk gedurende 1 dag in de week betaald moeten worden door de zittende fractieleden. Ter compensatie wordt de partijafdracht voor de kamerleden verlaagd!

 

Politieke vernieuwing

Binnen de PvdA en de VVD wordt gedacht dat nieuwe jonge gezichten in de fractie noodzakelijk zijn voor politieke vernieuwing. Oudgedienden moeten opkrassen om jongeren een kans te geven. Als oudgedienden de overhand hebben in de fractie en slecht in staat zijn nieuwe aansprekende visies en oplossingen voor problemen op te hoesten, dan is nieuw personeel nodig. Maar als dat nieuwe personeel lager op de lijst gekozen is omdat de oude politiek hen ook zo goed past, dan schieten ze er niet veel mee op. Er zijn geen nieuwe politici nodig die aldoor praten over politieke vernieuwing, maar politici die met goede analyses komen en creatieve oplossingen, die goed benaderbaar zijn en belang hechten aan verantwoording afleggen!

 

Slot

Ik treur niet omdat ik niet in de fractie zit. Ik vind het met 7 zetels en met drie grotere linkse partijen in de oppositie geen begerenswaardige positie. Ik treur wel om de gebrekkige inhoudelijke bijdrage van D66 in het politieke debat en de gemarginaliseerde machtspositie op zowel lokaal als nationaal niveau. Goede kansen om voor de zoveelste keer zelfstandig uit het as te herrijzen zie ik niet op korte termijn. Het wordt tijd voor nieuwe partijvorming!

 

Haren, 30 mei 2002                                                                                         Michiel Verbeek