Na de verkiezingsnederlaag van D66 in mei heeft iedereen zo zijn ideeën over wat er moet veranderen in D66, en waarin D66 moet veranderen. HetD66-platform ‘Ongehoord.net’ wil de fragmentatie van ideeën kanaliseren, en gaf de aftrap voor een discussie in de regio Groningen.
Waarheen?
Evenals in Utrecht op 2 juni starte de discussie in Groningen met de presentatie (zie verslag van 2 juni, Utrecht).
de reputatiecirkel

De discussie over de vraag “waar staan we nu, wat betreft onze boodschap, acties en communicatie?” kwam enigszins moeizaam op gang. De eerste focus was op personen en de wijze waarop fractie en bewindslieden hadden geacteerd de afgelopen tijd. Naarmate de discussie vorderde, was er ook meer aandacht voor de boodschap van D66 en de communicatie.
Een impressie van de gedachten:
D66 zat in de campagne te veel op thema’s die andere partijen ook al naar voren hadden gebracht: de trits onderwijs-zorg-en- veiligheid. Daarin was dus onvoldoende onderscheidend vermogen. Permanente campagne is niet alleen in je stand staan, maar ook onderscheidende standpunten hebben. Het etiket ‘sociaal-liberaal’ moet verder inhoud worden gegeven. Onze standpunten moeten we daaraan koppelen om zo een sterk merk op te bouwen.
Daarnaast heeft D66 teveel associatie met staatrechtelijke onderwerpen, zoals het referendum. De kiezer hoort daarin niets nieuws en ziet ideëenmoeheid. Weliswaar geeft het verkiezingsprogramma een begin van een richting aan waarheen de partij moet, maar dit is nog onvoldoende uitgewerkt. Een thema als duurzame ontwikkeling – de combinatie van natuur, milieu en economische groei – is typisch een thema waarop D66 zich kan profileren, maar dan moeten we dat wel scherp durven uitwerken. De ruimte om inhoudelijk de discussie aan te gaan, wordt als te beperkt ervaren: te weinig tijd voor debat op congressen, te angstige houding voor scherpere standpunten bij individuele Tweede-Kamerfractieleden, te weinig verbeelding in de partij.
We zijn er heel slecht in onszelf neer te zetten als een stevige partij. We hebben er in 36 jaar geen zetel bijgekregen. We hebben misschien inhoudelijk wel een heleboel bereikt, maar blijven teveel op de achtergrond. We kunnen niet goed met macht omgaan en hadden na de ‘nacht van Wiegel’ gewoon moeten breken met Paars. Uiteindelijk hebben we niet waargemaakt wat we hebben beloofd, en dat heeft het vertrouwen bij de kiezer weggenomen.
Er is intern een grote afstand tussen ‘Den Haag’ en de regio’s. ‘Den Haag’ motiveert niet, zet de mensen die lokaal en regionaal actief zijn niet in beweging. De fractie laat zich te weinig gelegen liggen aan de partij. De inbreng vanuit bijvoorbeeld de Adviesraad is interessant voor de discussie, maar niet relevant voor de meningsvorming van de fractie. Voorzover individuele leden betrokken zijn bij het aandragen van inhoud aan de fractie, dan gebeurt dit op individuele basis zonder legitimatie vanuit de partij. Er wordt te weinig gebruik gemaakt van de expertise van leden en het is niet open genoeg.
We moeten heel goed nadenken over wat voor partij we willen zijn: een campagnepartij zijjn, meer top-down, ‘professioneler’ met een betaald voorzitter? Of een brede ledenbeweging met one-man-one-vote, waarbij leden betrokken zijn bij politieke discussies en voeding geven aan het werk van politieke vertegenwoordigers. Willen we op en neer blijven jojoën of een stabiele basis?
We kunnen niet blijven roepen: de partij moet dit, de partij moet dat! De partij, dat zijn we zelf. We moeten het dan dus ook zelf doen.
We staan momenteel veel te ver van de kiezers af en richten ons veel te weinig op doelgroepen. We zijn niet meer in staat de gevoelens van mensen te vertalen naar politieke standpunten en actie. De kiezer is ‘zakelijker’ gaan denken, kiest niet traditioneel maar op de partij die zijn gevoel vertegenwoordigd. We zijn vaak veel te intellectueel.
We zijn teveel de ideale schoonzoon, een saai alternatief, niet de partij waar je als eerste op stemt.
Zoals al bekend heeft de regio Groningen zich aangesloten bij het verzoek van Gelderland voor een bijzonder congres. Het belangrijkste argument was dat het wachten tot een congres in november te lang duurt, het moeilijk maakt veranderingen daadwerkelijk aan te brengen en uit te voeren voor het einde van het jaar en daarom de campagne voor de Provinciale Staten en Eerste Kamer doorkruist.
Zoals ik ook in mijn mail van 13 juni meldde: de discussie over 'waar we nu staan' moet denk ik nog met veel meer mensen gevoerd worden om uiteindelijk te komen tot een gezamenlijk in de partij gedragen visie. Ik hoop dat ook de LB-bijeenkomsten in het land daar ruimte voor geven.