Verslag bijeenkomst platform “Ongehoord.net”, 2 juni 2002 te Utrecht

 

Na de verkiezingsnederlaag van D66 in mei heeft iedereen zo zijn ideeën over wat er moet veranderen in D66, en waarin D66 moet veranderen. De één wil misschien een progressieve volkspartij, de ander wil werken aan een brede, democratische beweging en de derde wil D66 als een huis voor progressief-liberalen. Om deze fragmentatie van ideeën te kanaliseren, leek het een goed idee om op 2 juni met bezorgde, vaak op lokaal niveau actieve, D66-ers bij elkaar te zitten.

 

Waarheen?


 

Als aftrap voor de discussie gaf Constantijn Dolmans een presentatie.


In de vele analyses na 15 mei is er weinig onderscheid gemaakt tussen oorzaken die D66 niet heeft kunnen beïnvloeden en ons eigen gedrag. Als we willen leren van het verleden dan heeft het weinig zin om alleen anderen de schuld te geven. Het is belangrijker om te kijken naar wat je zelf hebt gedaan. De moord op Fortuyn is een duidelijk voorbeeld van een externe invloed op de verkiezingsuitslag. Duidelijk als verklaring, maar voor de toekomst van D66 valt er weinig van te leren.

 

 

 

 

 

 

 


De realiteit van vandaag is dat we worden geconfronteerd met een diffuse publieke opinie die zich plotseling kan richten op één onderwerp – bijvoorbeeld integratie van minderheden – en die continu nieuwe eisen stelt die ‘gisteren’ eigenlijk al moeten zijn verwezenlijkt. Daar kan D66 iets aan doen, maar het is niet alleen voor ons een probleem. het vereist van alle politieke partijen een hoge mate van flexibiliteit en incasseringsvermogen om met deze realiteit om te gaan.

 

Waar we heel veel aan hadden kunnen doen is ‘actief luisteren’. Luisteren kan een beeld geven van wat er leeft. Het maakt dat je gevoelens beter begrijpt en dat je er adequater op in kunt spelen. D66 heeft veel uitgelegd de laatste jaren, maar (te) weinig geluisterd. Daardoor hebben we kennelijk de latente gevoelens van onvrede niet gehoord.

 

Luisteren is overigens iets anders dan het klakkeloos overnemen van de mening van de meerderheid. Het is vanuit je eigen uitgangspunten (sociaal-liberaal) antwoord geven op vragen en gevoelens die bij mensen leven.

 

Bij de verkiezingen hebben we fors verloren, onze reputatie van vernieuwingsgezinde partij hebben we niet waar kunnen maken. Die reputatie wordt niet alleen bepaald door onze boodschap. Het is wat we met die boodschap doen, de acties van alledag door D66-ers in gemeenteraden en de Tweede Kamer. En hoe goed D66-ers hun werk ook doen, de perceptie is ook afhankelijk van de wijze waarop we communiceren. Willen we de perceptie van D66 verbeteren, dan volstaat het niet om alleen te werken aan de boodschap. We moeten ook echt iets doen, dat vertellen, luisteren, gevoelens vertolken. Communicatie is tweerichtingsverkeer. Alleen vertellen en uitleggen via de massamedia is niet genoeg om een persoonlijke band met de kiezer op te bouwen.

 


de reputatiecirkel

 

Als we onze boodschap, actie, communicatie en reputatie willen verbeteren dan moeten we drie vragen beantwoorden:

ü      waar staan we nu?

ü      waar willen we naar toe?

ü      hoe komen we daar?

 

Vernieuwing richt zich meestal alleen op de vraag ‘waar willen we naar toe?’ Maar zonder een gezamenlijke startpositie weet je niet welke richting je moet op lopen. En je moet niet alleen verzinnen waar je naar toe wilt, maar je moet er ook echt naar toe gaan.

 

Reacties aanwezigen

Op de vraag “Waar staan we nu wat betreft boodschap, actie en communicatie?” kwamen veel uiteenlopende reacties. Gaandeweg de discussie leek er toch een bepaalde mate van overeenstemming te groeien.

 

Boodschap

De aanwezigen herkenden zich in D66 als een partij waarin vrijheidslievendheid voorop staat en waarbij (geestelijke en economische) zelfstandigheid wordt gekoppeld aan sociaal bewustzijn. De boodschap is soms te genuanceerd, maar vaak ook meer een probleem van presentatie dan van de boodschap zelf. Wat we wel beter moeten doen is nieuwe thema’s opwerpen, thema’s consequent en degelijk uitwerken en ze radicaal neerzetten. We moeten keihard gaan werken aan nieuwe, aansprekende nieuwe politieke ideeën.

 

Actie

Een onderscheid valt te maken naar reacties over ons dagelijks politiek handelen en over de D66-organisatie.

 

Velen verklaarden de slechtere reputatie van D66 uit het gebrek aan dualisme de afgelopen jaren tussen TK-fractie en het kabinet. De fractie was soms onzichtbaar en we hebben vaak niet doorgepakt, bijv. m.b.t. de gekozen burgemeester. We waren teveel bezig met wat andere partijen doen, teveel bindmiddel in de soep. Dat is onze functie niet, het gaat erom wat er in de soep zit. We moeten veel meer uitgaan van onze eigen kracht en veel minder ons neerleggen bij het onvermijdelijke. Als oorzaak voor de opstelling van de fractie werd vaak het gebrek aan verbindingen met de partij genoemd. Partij en vertegenwoordiging in de Tweede Kamer staan veel te los van elkaar. Kamerleden hebben hun eigen, niet voor anderen openstaande, overlegstructuurtjes. De adviesraad wordt als schaamlap achteraf gebruikt.

 

In het dagelijks politiek handelen ligt de nadruk vaak te veel op Den Haag. De basis van D66 wordt gevormd door de lokale vertegenwoordigers. Die hebben de afgelopen jaren al enorme klappen gehad. Daar was veel te weinig aandacht voor. Een sense of urgency ontbrak. Als we de partij weer tot bloei willen laten komen, zullen we van onderaf moeten beginnen. Daarbij zijn motivatie door de landelijke top, kennisnetwerken, kennismanagement en daadwerkelijke ondersteuning door de landelijke organisatie essentieel. Een aantal cynici merkte op dat de ondersteuning vanuit de landelijke organisatie voor de campagne op lokaal niveau meer kwaad dan goed heeft gedaan. De campagneorganisatie was niet op haar taken toegerust.

 

Wat betreft de partijorganisatie zelf viel vaak het woord professionalisering. Aan goede ideeën op zich geen gebrek, maar we vinden steeds opnieuw het wiel uit. We doen veel te weinig met de ideeën. Een strakkere ondersteuning voor de lokale organisatie, meer regie vanuit het LB, betere begeleiding van lokale volksvertegenwoordigers, maar vooral het elkaar aanspreken op falen, staat op het wensenlijstje van velen. We moeten ook niet streven naar het perfecte plan, maar datgene wat we willen ook echt uitvoeren. Heel vele ideeën van de afgelopen jaren – politieke podia, permanente campagne, Kennis-en Kundebestand, sociaal-liberale perspectieven – zijn gewoon beroerd uitgevoerd. Als de uitvoering slecht is moeten we elkaar erop aanspreken. D66-ers zijn vaak veel te lief voor elkaar.

 

Communicatie, Perceptie, Reputatie

De ervaringen van D66-afdelingen die vaak op straat zichtbaar zijn, zijn in het algemeen zeer positief. Vaak werd er bij de gemeenteraadsverkiezingen ruim gescoord boven de landelijke trends. Maar er zijn ook afdelingen waar men zich de pleuris heeft gewerkt zonder resultaat door landelijke invloeden.

Gebrek aan zichtbaarheid en gebrek aan communicatie met de kiezer wordt als één van de belangrijkste redenen van het verlies gezien. De woorden permanente campagne vielen veelvuldig, maar ook het gebrek aan communicatiestrategie (hoe zetten we D66 neer als merk) werd naar voren gebracht. We hebben vaak nog teveel de uitstraling van een intellectuele club, terwijl we zelf een brede, democratische beweging willen zijn. In onze communicatie gebruiken we teveel politiek jargon, het vuur ontbreekt, we zijn te weinig inspirerend. In Leiden heeft D66 met succes een band met de samenleving en het maatschappelijk middenveld gecreëerd. Samen met de zichtbaarheid op straat is daardoor ook een persoonlijke band met kiezers opgebouwd. Die persoonlijke band maakt de partij ook minder gevoelig voor conjuncturele schommelingen.

 

Conclusie

De algemene conclusie die werd getrokken is dat D66 vaak veel te vrijblijvend is. Onder het mom van openheid en democratie spreken we elkaar te weinig aan op resultaat. Datgene wat we aan plannen bedenken, moeten we ook uitwerken en daadwerkelijk doen.

 

De aanwezigen hebben besloten een platform op te richten met de naam Ongehoord.net. Het platform wil het vernieuwingsproces in D66 ondersteunen, gericht op het verbeteren van onze boodschap, acties, communicatie en reputatie. Het is een open platform, alle leden van D66 kunnen meedoen. Het platform wil meehelpen met het beantwoorden van de vragen “waar staan we nu?” en “waar willen we naar toe?” maar tegelijkertijd zich ook inzetten voor de daadwerkelijke realisatie van plannen. Het platform gaat een aantal avonden – juist ook buiten de Randstad – organiseren om de opgeworpen vragen te bediscussiëren en zal proberen zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij andere initiatieven. Het platform moet geen doel in zichzelf worden, maar een zinvolle bijdrage leveren aan de vernieuwing en verbetering van D66.

 

Constantijn Dolmans