Op 20 juni waren mensen van Ongehoord bij de afdeling Tilburg. De bijeenkomst bracht een intense discussie over D66 en de toekomst. Er was veel positieve energie te merken om D66 uit het dal te krijgen.

 

Aanwezigen waren blij dat Ongehoord niet uit is op een soort van “bijltjesdag”. De behoefte om als partij een stevige discussie met elkaar te voeren wordt als noodzakelijk gezien.

 

Een grove impressie van de bijeenkomst:

 

Boodschap

D66 heeft vanuit het idee van sociaal-liberaal te weinig aandacht gehad voor de sociale elementen en milieuvraagstukken.

In Paars is de liberale benadering overheersend geweest en dat is binnen D66 ook gebeurd. Gevoel bestaat dat D66 te onzichtbaar is geweest door de extreme vereenzelviging met Paars (zoals in campagne van 1998). Dit sloeg terug op de inhoud en de presentatie van de D66-visie. In de coalitie heeft D66 zich de compromissenmaker getoond, en niet primair de D66-inhoud ingebracht.

 

De “Kroonjuwelen” worden teveel als dogma’s gezien. Staatrechtelijke onderwerpen, zoals het referendum, zouden binnen D66 meer benaderd moeten worden vanuit het uitgangspunt van zelf kunnen kiezen en mensen kansen bieden om controle over hun leven te houden of te krijgen. Hierbij moet meer aandacht zijn voor mensen die moeite hebben om zelf controle over hun eigen leven te houden, vanwege financiele of sociale problemen.

 

Het verkiezingsprogramma is niet slecht, maar heeft meer scherpte nodig. Die scherpte moet ook in de presentatie en politieke omgang met onze D66-standpunten terugkomen.

 

 

Acties

We zijn er heel slecht in onszelf neer te zetten als een stevige partij. Positionering gaat te weinig uit van onze eigen kracht. We moeten zelfbewuster worden. De leden zien een te angstige houding voor scherpere standpunten bij individuele Tweede-Kamerfractieleden, en angst om afwijkende standpunten van kamerleden te presenteren. De leden willen daar meer over weten, ook met het oog op eventuele interne verkiezingen.

 

D66 is te rationeel, te intellectueel, zowel intern als extern. Veel kiezers zien een academische partij, waar voor emoties te weinig ruimte is. De partij mag zich opener en kwetsbaarder opstellen. Dit betreft zeker de “partij-top”, die te veel afstand houd van de leden. Partij-top mag de twijfels en emoties meer laten zien.

 

De fractie laat zich te weinig gelegen liggen aan de partij en is buiten de Randstad niet aanwezig.  Er is intern een grote afstand tussen ‘Den Haag’ en de regio’s. De partij-organisatie in ‘Den Haag’ motiveert niet, zet de mensen die lokaal en regionaal actief zijn niet in beweging en passeert de lokale afdelingen te vaak.

 

Communicatie, Perceptie, Reputatie

De leden van D66 denken bij communicatie te veel als “verkopen”. We zijn onvoldoende intrinsiek gemotiveerd om ons verhaal te vertellen.

We moeten actiever worden, de permanente campagne echt vormgeven. En met oprechte overtuiging. De partij-top en kamerleden moeten hierin zichtbaar meedoen.

 

Boosheid bestaat over het van tevoren incalculeren van het verlies van 15 mei. Daardoor is de insteek te weifelend en overgekomen en ontbrak het aan vechtlust. Leden willen nu nog maar een ding: winnen bij de PS van 2003! Kiezers willen die winnaars-mentaliteit zien.