Citaat uit het boek dat uitgebracht werd ter ere van het vijfendertig jarig bestaan van D66: "Als D66 in 1982 harde klappen krijgt van de kiezer trekt partijleider Jan Terlouw zich terug. De zeskoppige fractie die resteert kiest Maarten Engwirda als zijn opvolger (...). Na de val in de kiezersgunst van zeventie naar zes zetels lijkt de bodem nog niet bereikt; in de opiniepeilingen staat D66 regelmatig op een of zelfs nul zetels. D66 lijkt geen factor van belang meer en ook de pers verliest haar aandacht voor de democraten (....)."

 

Het jaar 2002.  Een vrijwel identieke situatie. D66 nam toen deel aan een regering -toen van Agt II- en verloor. en ook nu verliest D66 na deelname aan een regering. Toen volgde een rumoerige periode: Terlouw trad af, de partij dacht hardop na over opheffing en Van Mierlo moest D66 redden door het 'reden van bestaan' uit te spreken. Nu, twintig jaar later, niets van dit alles. Geen partijleider die opstapt. Geen interne onrust. D66 ondergaat het verlies alsof het slechts een kwestie van tijd is dat ze weer op een acceptabel zetelaantal kan rekenen. Sterker nog: D66 negeert de uitspraak van de kiezer op een welhaast autistische wijze. Op de site van D66 valt te lezen: "De campagne had een hoger zetelaantal gerechtvaardigd". Alsof D66 haar lesje niet wil leren….

 

Daarom bieden de Jonge Democraten dit pamflet vandaag aan de partijleiding van D66 aan. De Jonge Democraten hopen niet, maar eisen van diezelfde leiding dat er een open en vrij debat in de partij volgt,  voor iedere Democraat –jong, of uit 1966-.

 

Dat debat mag geen vrijblijvend debat zijn. Er zal wat moeten veranderen.

 

Kijk voor meer informatie op www.jongedemocraten.nl en klik op D66”boven water”.

 

 

K

 
 D66 moet haar lesje leren!

 Weg met de elitaire partij....

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

D66 moet haar lesje leren. Niet zonder slag of stoot mag dit grote verlies geaccepteerd worden. D66 moet nu haar lange termijn doel hardop durven uitspreken: Een partij die structureel meedoet voor minimaal twintig/vijfentwintig zetels. D66 moet hardop de problemen bespreken en structureel veranderen. Een D66 dat dit niet doet is geen knip voor haar neus waard.

 

D66 is opgericht als radicaal antwoord op de zuilensamenleving waarin  niet de persoonlijke keuzevrijheid maar de sociale controle centraal stond. Als radicaal antwoord op de vanzelfsprekendheid van de macht van de confessionelen. Als radicaal antwoord op het democratie die nog steeds meer lijkt op dat van een ontwikkelingsland, dan van een rijk westers geëmancipeerd land. D66 als radicale veranderingspartij. D66 als partij die dwars door ideologieën zocht naar oplossingen; geen oplossing omdat die ideologisch gezien het meest wenselijk is, maar omdat het de meest effectieve en werkbare is.

 

De vraag rijst wat van dat radicale en vernieuwende nu nog over is gebleven. D66 noemde zich twee jaar geleden sociaal-liberaal. Hiermee werd D66 definitief een partij tussen alle andere partijen in. Daarmee werd het de partij die voor de kiezer een gezichtsloze maar vooral betekenisloze mix was van de socialistische PvdA en de “liberale” VVD. D66, als het product van Paars.

 

D66 mag niet verdwijnen tussen het oerwoud aan partijen. D66 mag ook geen normale partij zijn. De wil om Nederland te veranderen moet weer van D66 afstralen. Binnen D66 moet er de komende periode geleerd worden van de fouten van de afgelopen paar jaar. De relatie tussen het zitten in de oppositie en het dus automatisch herwinnen van verloren zetels, die D66 gelegd wordt alsof het de normaalste zaak van de wereld is, bestaat niet. D66 moet het doel uitspreken een partij te zijn die structureel meedoet voor de twintig/vijfentwintig zetels, of ze nou in de oppositie of in de regering zit. Om dat te bereiken mag niets worden ontzien.  Wat ons betreft de ondertitel, de werkwijze van de fractie, de interne organisatie en cultuur volledig op de schop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Te veel mensen "weten eigenlijk niet goed waar D66 voor staat", behalve dan dat ze het systeem democratischer wil maken, waarbij het doel van die vernieuwing overigens nauwelijks begrepen wordt.  D66 weet haar winsten niet te verkopen: Het is waarschijnlijk de meest effectieve regeringspartner in Paars geweest, maar heeft die winsten niet aan de man weten te brengen. En D66  staat bekend als slappe partij van “brave Hendriken” die niet op hun strepen gaan staan. D66 is een te elitaire partij; juristen die ook als jurist converseren. Kortom: 3 problemen waar D66 van af moet.

 

D66 “boven water”

Het probleem van D66 is te vergelijken met een ijsberg. De hele ijsberg bestaat, maar enkel het topje ervan is zichtbaar voor de kiezer. Dat topje van de ijsberg is overeenkomstig met het topje van de behoeftepiramide van Maslov: keuzevrijheid en ontplooiing. Dit terwijl de basis van de behoeftepiramide - noodzakelijke basisbehoeften als veiligheid, inkomen en scholing- voor de kiezer van doorslaggevend belang zijn bij het maken van hun keuze voor een partij.  D66 benadrukt in al haar doen met name de keuzevrijheid en de mogelijkheid tot persoonlijke ontplooiing, maar vergeet dat de roep om directe democratie en keuzevrijheid een roep in het duister is zolang de treinen niet op tijd rijden en het onderwijs slecht is georganiseerd. Daarmee blijft D66 hangen in voor de kiezer niet doorslaggevende onderwerpen, en vergeet ze op basis van basale politieke problemen de kiezersgunst binnen te slepen.

 

D66 moet een "bread and butter" partij worden. Daarvoor zal ze inhoudelijk niet hoeven veranderen, er zal alleen het besef moeten gaan leven de hele ijsberg –en dus ook haar visie over maatschappelijke problemen- boven water moeten krijgen. Daarvoor moet ze ten eerste duidelijk maken dat de veranderingen van het politiek systeem niet worden voorgesteld omdat het politieke spelletje dan  leuker wordt in Nederland, maar omdat de uitkomsten ervan beter zijn. Vlak voor de verkiezingen presenteerde D66 het boekje “Wil de nieuwe overheid nu opstaan?”. Hierin stonden voorstellen die in de verste verte niet nieuw waren, laat staan dat bleek wat de man op straat aan deze spelregelwijzigingen zou kunnen hebben. Geen verandering om de verandering, maar om de knikkers.

 

D66 moet de hele ijsberg boven water krijgen, in plaats van enkel het topje: D66 moet “boven water”. D66 moet af van het imago zich alleen druk te kunnen maken over post-materialistische zaken. D66 moet een "bread and butter" partij kunnen zijn. Dat is voor de ondertekenaars van dit manifest de absoluut meest belangrijke doelstelling voor de komende jaren.

 

  1. Zes maal per jaar dient de fractie met een nieuw plan (à la WAO-plan) in te dienen over een actueel probleem in de Nederlandse samenleving, betrekking hebbende op de onderste lagen van de behoeftepiramide. Hiervoor moet ook binnen  de partij geld en ruimte worden vrijgemaakt, waarmee speciale commissies van experts binnen een korte periode  met resultaat komen.
  2.  De partij moet niet langer blijven steken in het eindeloos geleuter over vernieuwing van het staatsrechterlijk bestel. Dat mag, maar moet in de lijn staan van “verbeteringen vanwege de knikkers”. Kortom, bewijzen en hard maken dat een ander systeem het leven van iedereen beter maakt. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet links, niet rechts….wat dan wel?

D66 heeft is een pragmatische partij. Geen ideologie die tot in detail uitgewerkt dient te worden, zoals de bijbel of het socialisme, maar een partij die oplossingen biedt omdat er problemen opgelost dienen  te worden.  Omdat mensen op basis van een solide basis, gegarandeerd door de overheid indien nodig, in staat moeten worden gesteld om zichzelf te kunnen ontplooien en zelf te kunnen kiezen in hun leven en in het openbaar bestuur.

 

D66 zal, zoals ook hierboven vermeld, dus vaker met oplossingen voor basale maatschappelijke problemen moeten komen. Maar dat is niet voldoende. De link moet gelegd worden tussen de pragmatische opstelling in het oplossen van die problemen en de doelstelling: mensen van nu en in de toekomst een basis garanderen waardoor ze zelf kunnen kiezen voor het leven dat ze willen. Die link is nu absoluut niet duidelijk, en dat is een slechte zaak. De doelstelling van de partij moet dus beter verkocht worden.

 

D66 zal daarom bij zichzelf te rade moeten gaan of de huidige ondertitel wel voldoende houvast biedt aan de kiezer. Plaats de kiezer D66 waar D66 geplaatst behoort te worden? Volgens de ondertekenaars van dit pamflet niet. Daarom zal de ondertitel van D66, nu sociaal-liberaal, herijkt moeten worden.

 

De ondertekenaars van dit pamflet willen op het volgende congres voorstellen de ondertitel te wijzigen in liberaal-democraten. De vergelijking met de VVD zal snel gemaakt worden. Die is echter geheel onterecht, omdat gewoon rechts vaak vereenzelvigd wordt met echt liberaal.  Het is niet voor niets dat de VVD in buitenlandse kranten omschreven wordt als de “marktliberalen” die enkel opkomen voor de vrijheid van mensen om economisch vrij te zijn. Vandaar de afschaffing van de OZB. De VVD is echter uiterst conservatief op ethische vraagstukken als ook het geven van meer invloed van de kiezer ten koste van de politieke elite.  Conservatief-liberalen zou de VVD beter passen.

 

D66 heeft niets met een dogma waarin beschreven wordt dat mensen meer fiscale vrijheid dienen te hebben.  Sterker nog: wanneer een overheidsinmenging nodig is om iedere Nederlander, en de Nederlanders van de toekomst, een solide basis te geven om zich te kunnen ontplooien, zal D66 geen moment twijfelen en de belastingen verhogen.

 

  1. Ondanks het gegeven dat voor insiders volkomen duidelijk is dat D66 solidariteit wil binden aan keuzevrijheid en persoonlijke ontplooiing, zal D66 in race om de kiezersgunst moeten kiezen waar ze de nadruk op wil leggen. Wat ons  betreft is dat duidelijk de persoonlijke keuzevrijheid. De term liberaal-democraten moet de essentie van de partij beter verkopen en D66 in het politieke spectrum plaatsen ten opzichte van de andere partijen.

 

 

 

Figuur 1. D66 als pragmatische partij aangaande soc-ec kwesties, met de doelstelling mensen keuzevrijheid te garanderen

 

D66  / LN

-

-

 -

-

SP/ GL/ PvdA-------------------------SOC-EC lijn------------------------VVD/LPF

-

-

                                    - (keuzevrijheid-lijn)

-

-

-

CU/CDA/SGP

 

 

  1. Naast de ondertitel, moet een  leus bedacht worden.Deze leus dient jarenlang gebruikt te worden. Zo moet het centrale thema in al het handelen van D66 alom bekend worden. Het voorstel van de ondertekenaars van dit pamflet zou zijn “Zelf Kunnen Kiezen”.
  2. In ieder interview dat een D66 vertegenwoordiger geeft moet de link met dit centrale thema  gelegd worden.

 

Het “Elite-complex” van D66…

Het derde probleem dat wij constateren is het elite-complex van D66. dat complex valt uiteen in drie problemen. Ten eerste heeft D66 de rare houding waaruit spreekt dat ze van mening zijn dat haar alternatieve beleidsvoorstellen te moeilijk en genuanceerd zijn om verkocht te kunnen worden aan een breed publiek. Van dat elite-complex moet D66 af.

 

  1. Het landelijk secratariaat moet het actiecentrum!!! van D66 worden. Van een partij als de SP kan geleerd worden waar het actiebereidheid betreft. Posters met de centrale leus, 4 jaar lang campagne voeren en middels acties door heel het land inspelen op actuele politieke  problemen en de pragmatische  oplossing van D66 aan de man brengen.

 

Het tweede probleem is dat het kader D66 bestaat uit hoogopgeleiden. Dat is niet erg, ware het niet dat de cultuur van de partij er een is van "laten we het vooral gezellig houden". Daardoor heeft D66 het niet in zich harde taal uit te spreken op momenten dat het moet. Zorgt er voor dat kiezers niet het gevoel krijgen dat D66 staat voor haar zaak. Daar zal door een verandering van de cultuur binnen de partij absoluut een einde aan moeten komen. Partijvoorzitter Schouw moet hierin het voortouw nemen.

 

Het derde probleem is de opstelling van de partijleiding binnen de partij. Het afgelopen congres verliep praktisch geheel zoals in het draaiboek gepland was, en dat moet niet. Ook de ondertekenaars van dit pamflet hebben ervaring met geslaagde en minder geslaagde congressen. De vraag is echter of een voor de buitenwereld gelikt congres de voorkeur geniet boven een congres waarbij de leden ook echt kunnen sturen en daarbij iets anders kunnen willen dan de leiding in gedachte had.  Zo is het logo van D66 zonder enige ruggespraak vervangen voor een nieuw logo. Dat is het absoluut tegenovergestelde van partijdemocratie, dat is partijautocratie.

 

Op het congres werd een opmerking gemaakt over de insteek van de campagne, een opmerking van een Jonge Democraat gevoed door maandenlang hameren op dit punt. Het werd bekend als het “Mavo 4 verhaal”. Deze opmerking leidde tot ophef en een kortstondige gedachtewisseling, maar heeft nooit het gevolg gekregen wat de leden van de partij hadden gewild. Uit angst voor een onverbloemde kijk in de spiegel van de partijleiding, zo menen wij.

 

  1. De congressen moeten minder klapvee-achtig worden, en er moet meer mogelijkheden zijn voor leden om uitgebreider en nadrukkelijker de koers van de partij te besreken.
  2. De leden van D66 moeten veel actiever betrokken worden bij de partij. De verhouding die nu vaak overkomt  als een apart gestuurde fractie in de Tweede Kamer ten opzichte van de rest van de partij moet verdwijnen. De partij moet van onderop aangevoerd worden. Alleen dan komt er het maximale uit de gehele partij en zullen leden massaler dan voorheen bereid zijn het actiecentrum dat ingericht dient te worden in het landelijk secretariaat te ondersteunen.

 

De ondertekenaars van dit pamflet willen hiermee de aanzet geven tot een aangrijpende interne vernieuwing van D66.  Alleen wanneer deze vernieuwing gerealiseerd wordt, kunnen de ondertekenaars de toekomst van D66 als ook de toekomst van de leiding van de partij met vertrouwen tegemoet zien.

 

Voor meer informatie, kijk op www.jongedemocraten.nl. Dit pamflet is ondertekend door het voltallige bestuur van de Jonge Democraten