|
Weg met de elitaire partij....
D66 moet haar lesje leren. Niet zonder slag of stoot
mag dit grote verlies geaccepteerd worden. D66 moet nu haar lange termijn doel
hardop durven uitspreken: Een partij die structureel meedoet voor minimaal
twintig/vijfentwintig zetels. D66 moet hardop de problemen bespreken en
structureel veranderen. Een D66 dat dit niet doet is geen knip voor haar neus
waard.
D66 is opgericht als
radicaal antwoord op de zuilensamenleving waarin niet de persoonlijke keuzevrijheid maar de
sociale controle centraal stond. Als radicaal antwoord op de
vanzelfsprekendheid van de macht van de confessionelen. Als radicaal antwoord
op het democratie die nog steeds meer lijkt op dat van een ontwikkelingsland,
dan van een rijk westers geëmancipeerd land. D66 als radicale
veranderingspartij. D66 als partij die dwars door ideologieën zocht naar
oplossingen; geen oplossing omdat die ideologisch gezien het meest wenselijk
is, maar omdat het de meest effectieve en werkbare is.
De vraag rijst wat van
dat radicale en vernieuwende nu nog over is gebleven. D66 noemde zich twee jaar
geleden sociaal-liberaal. Hiermee werd D66 definitief een partij tussen alle
andere partijen in. Daarmee werd het de partij die voor de kiezer een
gezichtsloze maar vooral betekenisloze mix was van de socialistische PvdA en de
“liberale” VVD. D66, als het product van Paars.
D66 mag niet verdwijnen
tussen het oerwoud aan partijen. D66 mag ook geen normale partij zijn. De wil
om Nederland te veranderen moet weer van D66 afstralen. Binnen D66 moet er de
komende periode geleerd worden van de fouten van de afgelopen paar jaar. De
relatie tussen het zitten in de oppositie en het dus automatisch herwinnen van
verloren zetels, die D66 gelegd wordt alsof het de normaalste zaak van de
wereld is, bestaat niet. D66 moet het doel uitspreken een partij te zijn die
structureel meedoet voor de twintig/vijfentwintig zetels, of ze nou in de
oppositie of in de regering zit. Om dat te bereiken mag niets worden
ontzien. Wat ons betreft de ondertitel,
de werkwijze van de fractie, de interne organisatie en cultuur volledig op de
schop.
Te veel mensen "weten eigenlijk
niet goed waar D66 voor staat", behalve dan dat ze het systeem
democratischer wil maken, waarbij het doel van die vernieuwing overigens
nauwelijks begrepen wordt. D66 weet haar
winsten niet te verkopen: Het is waarschijnlijk de meest effectieve regeringspartner
in Paars geweest, maar heeft die winsten niet aan de man weten te brengen. En
D66 staat bekend als slappe partij van
“brave Hendriken” die niet op hun strepen gaan staan. D66 is een te elitaire
partij; juristen die ook als jurist converseren. Kortom: 3 problemen waar D66
van af moet.
Het probleem van D66 is
te vergelijken met een ijsberg. De hele ijsberg bestaat, maar enkel het topje
ervan is zichtbaar voor de kiezer. Dat topje van de ijsberg is overeenkomstig
met het topje van de behoeftepiramide van Maslov: keuzevrijheid en ontplooiing.
Dit terwijl de basis van de behoeftepiramide - noodzakelijke basisbehoeften als
veiligheid, inkomen en scholing- voor de kiezer van doorslaggevend belang zijn
bij het maken van hun keuze voor een partij.
D66 benadrukt in al haar doen met name de keuzevrijheid en de
mogelijkheid tot persoonlijke ontplooiing, maar vergeet dat de roep om directe
democratie en keuzevrijheid een roep in het duister is zolang de treinen niet
op tijd rijden en het onderwijs slecht is georganiseerd. Daarmee blijft D66
hangen in voor de kiezer niet doorslaggevende onderwerpen, en vergeet ze op
basis van basale politieke problemen de kiezersgunst binnen te slepen.
D66 moet een "bread
and butter" partij worden. Daarvoor zal ze inhoudelijk niet hoeven veranderen,
er zal alleen het besef moeten gaan leven de hele ijsberg –en dus ook haar
visie over maatschappelijke problemen- boven water moeten krijgen. Daarvoor
moet ze ten eerste duidelijk maken dat de veranderingen van het politiek
systeem niet worden voorgesteld omdat het politieke spelletje dan leuker wordt in Nederland, maar omdat de
uitkomsten ervan beter zijn. Vlak voor de verkiezingen presenteerde D66 het
boekje “Wil de nieuwe overheid nu opstaan?”. Hierin stonden voorstellen die in
de verste verte niet nieuw waren, laat staan dat bleek wat de man op straat aan
deze spelregelwijzigingen zou kunnen hebben. Geen verandering om de
verandering, maar om de knikkers.
D66 moet de hele ijsberg
boven water krijgen, in plaats van enkel het topje: D66 moet “boven water”. D66
moet af van het imago zich alleen druk te kunnen maken over
post-materialistische zaken. D66 moet een "bread and butter" partij
kunnen zijn. Dat is voor de ondertekenaars van dit manifest de absoluut meest
belangrijke doelstelling voor de komende jaren.
D66 heeft is een
pragmatische partij. Geen ideologie die tot in detail uitgewerkt dient te
worden, zoals de bijbel of het socialisme, maar een partij die oplossingen
biedt omdat er problemen opgelost dienen
te worden. Omdat mensen op basis
van een solide basis, gegarandeerd door de overheid indien nodig, in staat
moeten worden gesteld om zichzelf te kunnen ontplooien en zelf te kunnen kiezen
in hun leven en in het openbaar bestuur.
D66 zal, zoals ook
hierboven vermeld, dus vaker met oplossingen voor basale maatschappelijke
problemen moeten komen. Maar dat is niet voldoende. De link moet gelegd worden
tussen de pragmatische opstelling in het oplossen van die problemen en de
doelstelling: mensen van nu en in de toekomst een basis garanderen waardoor ze
zelf kunnen kiezen voor het leven dat ze willen. Die link is nu absoluut
niet duidelijk, en dat is een slechte zaak. De doelstelling van de partij moet
dus beter verkocht worden.
D66 zal daarom bij
zichzelf te rade moeten gaan of de huidige ondertitel wel voldoende houvast
biedt aan de kiezer. Plaats de kiezer D66 waar D66 geplaatst behoort te worden?
Volgens de ondertekenaars van dit pamflet niet. Daarom zal de ondertitel van
D66, nu sociaal-liberaal, herijkt moeten worden.
De ondertekenaars van dit
pamflet willen op het volgende congres voorstellen de ondertitel te wijzigen in
liberaal-democraten. De vergelijking met de VVD zal snel gemaakt worden. Die is
echter geheel onterecht, omdat gewoon rechts vaak vereenzelvigd wordt met echt
liberaal. Het is niet voor niets dat de
VVD in buitenlandse kranten omschreven wordt als de “marktliberalen” die enkel
opkomen voor de vrijheid van mensen om economisch vrij te zijn. Vandaar de
afschaffing van de OZB. De VVD is echter uiterst conservatief op ethische
vraagstukken als ook het geven van meer invloed van de kiezer ten koste van de
politieke elite. Conservatief-liberalen
zou de VVD beter passen.
D66 heeft niets met een
dogma waarin beschreven wordt dat mensen meer fiscale vrijheid dienen te
hebben. Sterker nog: wanneer een
overheidsinmenging nodig is om iedere Nederlander, en de Nederlanders van de
toekomst, een solide basis te geven om zich te kunnen ontplooien, zal D66 geen
moment twijfelen en de belastingen verhogen.
Figuur
1. D66 als pragmatische partij aangaande soc-ec
kwesties, met de doelstelling mensen keuzevrijheid te garanderen
D66
/ LN
-
-
-
-
SP/ GL/ PvdA-------------------------SOC-EC
lijn------------------------VVD/LPF
-
-
-
(keuzevrijheid-lijn)
-
-
-
CU/CDA/SGP
Het derde probleem dat
wij constateren is het elite-complex van D66. dat complex valt uiteen in drie
problemen. Ten eerste heeft D66 de rare houding waaruit spreekt dat ze van
mening zijn dat haar alternatieve beleidsvoorstellen te moeilijk en genuanceerd
zijn om verkocht te kunnen worden aan een breed publiek. Van dat elite-complex
moet D66 af.
Het tweede probleem is
dat het kader D66 bestaat uit hoogopgeleiden. Dat is niet erg, ware het niet
dat de cultuur van de partij er een is van "laten we het vooral gezellig
houden". Daardoor heeft D66 het niet in zich harde taal uit te spreken op
momenten dat het moet. Zorgt er voor dat kiezers niet het gevoel krijgen dat
D66 staat voor haar zaak. Daar zal door een verandering van de cultuur binnen
de partij absoluut een einde aan moeten komen. Partijvoorzitter Schouw moet
hierin het voortouw nemen.
Het derde probleem is de
opstelling van de partijleiding binnen de partij. Het afgelopen congres verliep
praktisch geheel zoals in het draaiboek gepland was, en dat moet niet. Ook de
ondertekenaars van dit pamflet hebben ervaring met geslaagde en minder
geslaagde congressen. De vraag is echter of een voor de buitenwereld gelikt
congres de voorkeur geniet boven een congres waarbij de leden ook echt kunnen
sturen en daarbij iets anders kunnen willen dan de leiding in gedachte
had. Zo is het logo van D66 zonder enige
ruggespraak vervangen voor een nieuw logo. Dat is het absoluut
tegenovergestelde van partijdemocratie, dat is partijautocratie.
Op het congres werd een
opmerking gemaakt over de insteek van de campagne, een opmerking van een Jonge
Democraat gevoed door maandenlang hameren op dit punt. Het werd bekend als het
“Mavo 4 verhaal”. Deze opmerking leidde tot ophef en een kortstondige
gedachtewisseling, maar heeft nooit het gevolg gekregen wat de leden van de
partij hadden gewild. Uit angst voor een onverbloemde kijk in de spiegel van de
partijleiding, zo menen wij.
De ondertekenaars van dit pamflet willen hiermee de aanzet geven tot een aangrijpende interne vernieuwing van D66. Alleen wanneer deze vernieuwing gerealiseerd wordt, kunnen de ondertekenaars de toekomst van D66 als ook de toekomst van de leiding van de partij met vertrouwen tegemoet zien.
Voor meer informatie, kijk op www.jongedemocraten.nl. Dit pamflet is
ondertekend door het voltallige bestuur van de Jonge Democraten