D66 nú, na het partijbreed 'ontgassen' vanwege 15 mei

 

door Rob van der Hilst, Utrecht

 

Is het in D66, na vier landelijke bijeenkomsten voor het broodnodig

'ontgassen' van leden jegens het landelijke partijbestuur t.g.v. het

verkiezingséchec van 15 mei, als met de Wet van Sas? (u weet wel: de

heren van sas, die dronken een glas, deden een plas en alles bleef

zoals het was). Ik vrees van wel.

 

Alleen het platform (www.)Ongehoord.net drijft de kritiek, o.a. op

het functioneren van het Landelijke Bestuur en van de (leiding van

de) Tweede Kamerfractie van D66 in de afgelopen jaren, constructief

door: zou zoiets anders kúnnen onder sociaal-liberalen?

 

Als de tekenen niet bedriegen dan zal, in het vervolg van vier

afgelopen ontlaad-bijeenkomsten, begin-september (zaterdagmiddag 7

september?) een 'partij-conferentie' worden gehouden - geen officieel

partijcongres dus - waarin inhoudelijk zal worden gedebatteerd over

het nu en vooral over de toekomst van D66.

 

Op zichzelf is hier niets mis mee: partijcongressen blijken in de

regel weinig ruimte te bieden aan echte discussie en debat. Er

gelden, wat het laatste betreft, slechts aanneem- en

afwijzingsrituelen van motie's, daar waarin nog iets van

inhoudelijkheid vanuit de basis van de partij aan de orde pleegt te

komen.

Trouwens, wat er concreet, in de politiek-bestuurlijke praktijk, met

aangenomen (vooral politieke) moties gebeurt? Dat is een van de

vele Grote Geheimen van D66.

 

Maar wat stoort en blijft storen - van 15 mei jongstleden af aan tot

op heden - is het totale gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef van

de partijorganisatorische en partijpolitieke (Tweede Kamer-) top van

de partij wat betreft die enorme verkiezingsnederlaag van 15 mei.

 

1.

Het Landelijke Bestuur, met aan top partijvoorzitter Gerard Schouw,

valt verantwoordelijk te houden voor een kritiekloze opstelling van

jaren jegens de Tweede Kamerfractie die vier jaar geleden, bij het

aantreden van Paars-2, besloot om zeg-maar 'ondergronds' te gaan.

 

Immers, D66 was in Paars-2, getalsmatig gezien qua steun door een

parlementaire meerderheid in de Tweede Kamer, in feite overbodig.

In plaats van riant gebruik te maken van de zeg-maar 'parlementaire

overbodigheid' als regeringspartij, door als 'quasi-oppositiepartij'

helder en duidelijk te articuleren en te realiseren o.a. vanuit het

eigen verkiezingsprogramma wat half of juist helemaal níet in het

Paars-2- regeringsaccoord was geregeld, koos de toenmalige

Kamerfractie voor een houding van dienstbaar meewerken aan wat 'kon'

of 'mocht' binnen of in de marges van wat in het regeeraccoord van

Paars-2 was aangegeven.

Gotspe - gelet op de eigen historische achtergrond en op het motto

en de opdracht van D66: radicale democratisering van samenleving en

politiek bestel (twééslag dus). Met die gekozen burgemeester alleen

zijn we er, en bij lange na, niet.

 

Zelfs ten tijde van de grote breuk in Paars-2 - de Nacht van Wiegel

- bleek het LB van D66 niet bereid om te hameren op definitief

vertrek van D66 uit het kabinet: pluche-verslaafdheid van de

D66-ministers en Tweede Kamerfractie en volslagen afwezigheid van

het landelijke bestuur hierin, die per definitie gehouden is om de

inhoudelijke belangen van D66 onder alle omstandigheden te

verdedigen.

Als er één gelegenheid is geweest in de afgelopen vier jaar om met

opgeheven hoofd uit Paars-2 te kunnen vertrekken, dan was het met de

Nacht van Wiegel wel.

De weinige punten die D66 via Paars-2 wel geregeld wist te krijgen

(regeling euthanasie, homohuwelijk etc.) vallen in het niet bij de

inhoudelijke armoede die dit kabinet, althans volgens de D66-visie

en -idealen, ten toon heeft gespreid.

 

2.

De leiding van de Tweede Kamerfractie (Thom de Graaf) heeft, ondanks

waarschuwende kritiek van buiten-af, de cruciale fout begaan door

een prognose van straks 'electoraal gestraft worden' voor deelname

aan Paars-2, als een onvermijdbaar noodlot te beschouwen i.p.v. een

reëel risico dat in vier parlementsjaren met man-en-macht bestreden

zou dienen te worden. In het vervolg van de Nacht van Wiegel hield

hij zijn rug niet recht en besloot, om na halfzachte reparatie van

het gekozen-burgemeester-voorstel, om met de Tweede Kamerfractie

toch maar weer met Paars-2 door te sjokken.

 

Moraal van dit verhaal:

Kan de toekomst van D66, kunnen broodnodige veranderingen binnen de

partij, in leidinggevende zin wel worden toevertrouwd aan

individuele personen - ik weet het: dit was, is en zal altijd

blijven: een zeer kwestbare zaak, maar dit leeft onder zeer vele

D66ers - die er in de afgelopen jaren maar bitter weinig van

gebakken hebben?

Mijn antwoord luidt: nee.

 

In onze partij echter lopen - gelukkig - voldoende vrouwen en mannen

rond aan wie het leiding-geven aan de inhoudelijke en

organisatorische vernieuwing van D66 met een gerust hart wél kan

worden toevertrouwd. Te beginnen met de Jonge Democraten, de

jongerenafdeling van D66, die het toekomstige kader van de partij

vormen.

Aangezien 'toekomst' vandaag begint, welaan...