Competentieprofiel voor de partijhufter

 

Een ‘klootzak’ in de partij

Het was een van de meer concrete handreikingen die de oprichtvergadering van Ongehoord opleverde: de partij is te lief of oogt in ieder geval te lief. Derhalve, zo werd gesteld, is er de behoefte, nee de noodzaak, een ‘klootzak’ in de partij neer te zetten. Iemand die breekt met het weeïge beeld van intellectueel, verstandig, weloverwogen,  genuanceerd enzovoorts.  Iemand die zegt wat hij te zeggen heeft, zonder omwegen en zonder angst voor het staan op lange, gevoelige tenen, hetzij binnen, hetzij buiten de partij.

 

Omdat het woord ‘klootzak’ slechts met moeite salonfähig te krijgen is (in mijn familie lukt het me niet) is het wellicht wijs nu meteen te breken met die term en op zoek te gaan naar een even raak, maar bespreekbaarder alternatief. Ik stel ‘Partijhufter’ voor. Met dit genuanceer diskwalificeer ik mijzelf voor de functie, waarvan acte.

 

Waarom een partijhufter?

De noodzaak voor een andere presentatie wordt binnen D66, in ieder geval binnen Ongehoord, breed gedragen. Ongetwijfeld is daarbij met een licht jaloerse blik gekeken naar het bijkans briljante optreden van wijlen Pim, die als schitterende combinatie van hufter en hofdame een kleine anderhalf miljoen kiezers, nee fans, aan zich wist te binden. Dat het voor D66 anders moet is helder, maar de impulswerking van zo’n type staat buiten kijf. Overigens niet alleen naar buiten toe, ook intern lijkt behoefte aan iemand die met een vileine glimlach op het gezicht en een volstrekt onbezwaard gemoed slecht nieuws kan brengen. Iemand die partijbonzen zonder enig omhaal fileert, afbrandt en afserveert. Iemand die binnen de partij significant meer vijanden heeft dan vrienden. Iemand die bij binnenkomst op partijbijeenkomsten niet al te veel handen hoeft te schudden.

 

Welke rol moet de partijhufter hebben?

Komrij dichtte in de NRC over een gek en een nar. Welnu, de partijhufter combineert die rollen en gooit daar ook nog een element van partij-ideoloog in. Gek in de zin van onvoorspelbaar en onredelijk. Nar in de zin van gevat en altijd met een knipoog. Hard en scherp, maar met een ondertoon en woordkeuze die altijd een weg voor relativering en verzoening open laat. Die narrenrol is vooral intern gericht. Immers, narren werden uitgenodigd door de rijken en machtigen om hun gastheer een avond lang te bespotten en beschimpen.

De rol van partij-ideoloog bestaat daar uit dat de hufter een visionair moet zijn. Iemand die wat wil met de partij als geheel, maar ook met ons land en de wereld. Iemand van de grote lijnen, die de details slechts pesterig als voetnoot gebruikt om te sarren of te confronteren. Een laatste, belangrijke, rol voor de hufter is de klassieke rol van Cato (de jongere? de oudere?) die iedere bijeenkomst van de Romeinse senaat sloot met de legendarische woorden “Ceterum censeo…” om dan in een mooie volzin steeds terug te komen op dezelfde netelige kwestie die opgelost moest worden. Die standvastige rol is er ook voor de hufter: “Overigens ben ik van mening dat het referendum in zijn huidige vorm afgeschaft moet worden.” Net zolang tot er iets gebeurt.

 

Aan welk profiel moet de partijhufter voldoen?

Aan dit viertal rollen en de bijbehorende positie in de partij die de hufter zou moeten hebben kan volgens moderne regelen der kunst een competentieprofiel gekoppeld worden.

Zo’n profiel vat in een paar meetbare begrippen samen over welke persoonlijke kwaliteiten in termen van kennis en gedragsvaardigheden de hufter moet beschikken.

 

·         Kennis: uitstekende kennis van de partij, van de structuren, de overleggen, de regels en gebruiken en natuurlijk de standpunten.

·         Mondelinge uitdrukkingsvaardigheid: in begrijpelijke taal (Niet Jip & Janneke! Te lief! ) feiten en ideeën uit kunnen leggen.

·         Interpersoonlijke sensitiviteit: gevoelens en behoeftes van anderen onderkennen (en er dan zonder moeite bovenop stampen)

·         Flexibiliteit: mee kunnen bewegen met in- en externe veranderingen

·         Inventiviteit: met oorspronkelijke oplossingen komen en nieuwe werkwijzen bedenken ter vervanging van oude/traditionele.

·         Vasthoudendheid: overeind blijven ondanks kritiek en/of gebrek aan medestand

 

Een paar dingen moet hij of zij juist niet willen:

·         Erkenning krijgen, of een vaste plek in de partij, laat staan enig uitzicht op pluche.

·         Vrienden.

 

En dus….

Is er iemand die de rol op zich wil nemen? Is er iemand die zich in het profiel herkent? Hoe dan ook, we hoeven er niet naar op zoek. Als er iemand is die geschikt is voor de functie merken we dat vanzelf. De partijhufter laat zich kiezen noch aanwijzen. De partijhufter staat op en draagt zijn rol.

 

 

Han de Looper