Beste Democraten,
De enorme golfslag die sinds 15 mei vooral in actieve
sectoren van D66 (dwars door partijgeledingen heen) is ontstaan, levert - op
grond van gevoerde digi-discussies en van ontvangen tientallen e-mails - in
ieder geval dit beeld op: dat onder het kopje 'vernieuwing' zo ongeveer alles
aan inhoudelijks ter discussie staat: kris-kras door elkaar met babylonische
spraakverwarring als een mogelijk-onwenselijke uitkomst.
Maar misschien moet dat ook wel, nu. Al was het alleen maar,
zoals ik uit verschillende e-mails opmaak, omdat het verkiezingsechec van 15
mei zeker ook als 'bekroning' wordt ervaren van een proces van jaren waarin D66
"intellectueel-dood" was. Van dat laatste is in ieder geval nú niets
meer te merken.
Het betekent in elk geval nu al winst.
D66 op weg naar een stil dood aan het einde van vier nieuwe
parlementsjaren? Vergeet het. Het zindert van leven binnen eigen gelederen.
Blijft echter de vraag overeind staan, wat de 'unieke
verkoop positie' van D66 in het maatschappelijke en politieke landschap is. En
wat de rol daarvan is in de alledaagse werkelijkheid van zowel alle bestaande
verantwoordelijke en nieuwe verantwoordelijkheid-nemende actoren is: binnen de
partij en namens de partij in vertegenwoordigende lichamen w.o. de Tweede
Kamer.
Wat betreft het eerste: hoezeer de hoofddoelstelling van
D66, en meer dan eens, met kwalificaties als 'melig', 'gedateerd' en 'typisch
Wild Sixties' is bejegend - radicale democratisering van maatschappij en
politiek bestel (let op: tweeslag!) - toch is dit wat maakt wat wij zijn: uniek
in het Nederlandse landschap.
Dat in de uitwerking hiervan het democratiseren van het
politieke bestel het heeft gewonnen van democratiseren van de maatschappij,
vloeit m.i. voort uit de relatieve 'gemakkelijkheid' ervan: het principe van
gekozen ambtsdragers bijvoorbeeld is per definitie compact en duidelijk en valt
tamelijk eenvoudig te 'verkopen'.
Minder gemakkelijk, wellicht hier-en-daar zelfs
onbehagelijk, is het wanneer het op concreet definiëren van democratiseren van
de maatschappij aankomt.
Dit zou namelijk kunnen impliceren dat D66, indien het
'kapitaal' en 'grond' wenst te democratiseren - twee items uit de klassieke
politieke filosofie zogezegd - het marxistisch-leninisme als het ware links
passeert.
Ik bedoel maar.
Met de fundamentele wil van D66 van het radicale
democratiseren valt een wereld te winnen. Maar dat tussen dit centrale
uitgangspunt en het (voor het gemak: sociaal-liberale) ethos 'individueel waar
het kan, collectief waar het moet' sprake is van spanning: juist dat schept dé
voorwaarde van never-ending debat, 'inpandig' (binnen de partij: afdelingen,
regio's, JD, platforms) maar vooral in de samenleving. Dat alles gericht op,
uiteindelijk, praktisch politiek-bestuurlijk handelen in het Europese en het
Nederlandse parlement, in de Provinciale Staten, de Gemeenteraden en
Deelgemeenteraden.
Wat betreft het tweede - actoren binnen en namens D66: het
besef dat D66, gelet op de eigen kerndoelstelling, niet anders valt te
definiëren als
actiegroep-in-(duurzame)partijvorm, betekent zowel een
pro-actieve opstelling van de partijorganisatie om het 'innerlijk bewegen' te
stimuleren en helpen op gang te houden als dat het een morele claim legt dienaangaande op alle actieve deelnemers.
Dat een actief, centraal inhoudelijk leiderschap hierin van
evidente betekenis kan zijn, dat weten wij vanuit onze ruim 35 jaar-jonge
geschiedenis.
Wij weten overigens ook wat het betekent wanneer een
centrale 'mond' zwijgt of slechts het haalbare verkondigt boven het wenselijke,
het visionaire laat voor wat het is en slechts articuleert wat al gaande is.