Een van de kenmerken van een volwassen politieke
partij is een voldoende aanbod van 'grand old men', groot en beroemd
geworden in dienst van de partij en inmiddels in wijsheid en bezonkenheid
oordelend over de politiek van land en wereld.
D66 heeft er tenminste twee: Hans van Mierlo
en Jan Terlouw - met excuus aan alle andere kandidaten. Beide verschijnen
met regelmaat in het nieuws, maken de indruk zich niet te vervelen
en spreken met gezag over wat gaande is. Zouden we Thom de Graaf
niet moeten uitnodigen tot dit eerbiedwaardige gezelschap toe te
treden?
Mij lijkt dat veel te vroeg, en in ieder
geval niet de kern van het probleem. Waar D66 onverminderd last
van heeft is niet zozeer onaangepast leiderschap, maar een fundamenteel
verschil in politieke stijl dat ons op onze beste momenten positief
onderscheidde van de rest van politiek Nederland, en dat ons nu
al een LPF-jaar lang geweldig voor de voeten loopt.
Wat is dan kenmerkend voor die stijl? Wat
mij betreft is en blijft dat de onverminderde aandrang op de redelijkheid
als politiek instrument: redelijkheid in de omgang met de frustraties
van vandaag, redelijkheid in de verkenning van alternatieven voor
morgen, redelijkheid in het oordeel over de onvolkomenheden van
gisteren.
D66 is groot geworden vanuit de breed gedragen
overtuiging dat oude antwoorden niet meer voldeden als reactie op
nieuwe vragen, en uiteindelijk klein gebleven doordat wij ons hebben
laten terugdringen op het terrein van de staatkundige hervorming
als enig onvervreemdbaar nieuw antwoord. Maar het oude bestel dat
zo schipperde in 1966 deed dat niet alleen vanuit een politieke
structuur die de kiezer maar beperkt in beeld bracht, maar ook vanuit
een fundamenteel onvermogen om de moderne, welvarende wereldburgers
in Nederland zicht te gunnen op een politiek beleid dat inhoud gaf
aan hun zorgen en vorm gaf aan hun ambities.
Dat onvermogen achtervolgt het oude bestel
nog steeds, zij het dat D66 er inmiddels deel van lijkt uit te maken
- wij betalen een hoge prijs voor onze participatie in een Paars
regime dat uiteindelijk is gaan staan voor stagnatie en afstandelijkheid,
en dat daarmee de basis heeft gelegd voor de triomfantelijke terugkeer
van het CDA in het politieke midden. Maar juist temidden van het
huidige getetter van de andere partijen zouden wij ons verre moeten
houden van modieus aanpassingsgedrag, en onverminderd ons geloof
moeten uitspreken in het primaat van de redelijkheid.
Een passie voor redelijkheid hoeft niet te
leiden tot een bloedeloze partijcultuur - integendeel. Redelijkheid
als instrument kan ook dwingen tot oncomfortabele conclusies en
tot felle stellingnamen, bijvoorbeeld over onderwerpen als euthanasie,
immigratiebeleid of Europese expansie. Redelijkheid kan, nee: moet
een krachtig vehikel zijn voor provocerende creativiteit en voor
ongebonden oplossend vermogen. Maar als D66 zich het pad laat opleiden
dat voert naar gedachteloze ideologie, dan pleegt het een fatale
stijlbreuk.
Alexander Rinnooy Kan